Waarom intellectuelen geen Pokémon zijn

Foucault, I choose you

Niet ieder opiniestuk hoeft de intentie te hebben een revolutie te veroorzaken. Af en toe heeft het juist een heel specifiek en banaal doel, zoals enkele overenthousiaste studenten overtuigen om op een minder irritante wijze te discussiëren.

Er zit een spaning in academisch taalgebruik. Enerzijds moet de academica steeds proberen zo helder mogelijk haar ideeën over te brengen, maar anderzijds moet ze ook gebruikmaken van het correcte vakjargon. Steeds wanneer ze denkt de correcte woorden gevonden te hebben, moet ze alles weer in een dekentje van pretentieuze obscuriteit hullen. Deze spanning, om het met de woorden van Hegel te zeggen, moet worden opgeheven.

De meest logische wijze om dit probleem op te lossen is door al ons jargon op te helderen, zoals Russell of Frege dat gepoogd hebben. Een duidelijke taal die meer aan de wiskunde dan aan de literatuur doet denken, biedt hier ogenschijnlijk een oplossing. Helaas brengt ook dit geen soelaas. Deze mathematische wetenschapstalen dreigen zelf al even onduidelijk te worden als de alledaagse taal die ze wensen te vervangen.

Namedropping en technisch taalgebruik zijn voor hen geen onvermijdelijke, maar noodzakelijke eigenschappen van iedere discussie

Een tweede optie is om al dat jargon te laten voor wat het is. Preken in de volkstaal, zoals Luther of Eckhart zouden gezegd hebben. Ook hier zit echter een adder onder het gras. Een eerste probleem is dat wij wel ons huidige taalgebruik kunnen aanpassen, maar de historische traditie die wij erven kan dat niet. Telkens wanneer wij een paper schrijven, kijkt een hele historische discipline over onze schouders mee om het in de woorden van Mudimbe te zeggen. Tenzij we voortaan kiezen om de resultaten van onze voorgangers niet meer te leren – wat het einde van onderwijs zoals we het kennen zou betekenen – zitten we dus weer vast.

Een tweede probleem is dat het creëren van een nieuw woord soms onvermijdelijk is. 'DNA', 'hegemonie' en 'transcendentaal' zijn onvermijdelijke termen in hun respectievelijke domeinen. Wanneer we dat soort termen zouden moeten bannen uit onze taal, zouden we als de personages uit Orwells dystopieën ellenlange omschrijvingen moeten geven, omdat we de gepaste woorden niet meer kunnen gebruiken.

Zoals Thanos zou zeggen is de obscuriteit dus inevitable. Het aanvaarden van deze overgave heeft enkelen er echter toe gebracht om een dubbele knieval te maken en overal waar het kan onduidelijk uit de hoek te komen. Namedropping en technisch taalgebruik zijn voor hen geen onvermijdelijke, maar noodzakelijke eigenschappen van iedere discussie.

Het resultaat zijn discussies aan de trappen van de Blandijn, die meer klinken als gevechten tussen Pokémon. Om beurten kiezen ze een intellectueel of technisch concept, die ze als het ware tegen elkaar laten vechten. Inhoud en kennis van zaken is van secundair belang, zolang je maar weet welke filosofen van elkaar winnen in deze denkbeeldige arena's.

Om het met de woorden van Herakleitos te zeggen is de spanning in het academisch taalgebruik een beetje zoals de spanning op een boog. Als je het wil kun je de boog ontspannen, maar dan heeft je boog wel geen enkel nut meer.

0
Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reactie toevoegen