Waar zijn de vrouwelijke proffen?

Hoewel er steeds meer vrouwen hun weg naar het hoger onderwijs vinden, zijn de professoren vooraan vaak nog mannen. Wat zeggen de cijfers? En hoe komt het dat zo weinig vrouwen prof worden?

De meest recente cijfers

De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) bracht een jaar geleden een nieuw rapport uit over de stand van zaken wat betreft personeel en geslacht aan de Vlaamse universiteiten. Voor het gemak negeren we hier even de vele nuances van het universitair personeelsbeleid, en stellen we dat ZAP (zelfstandig academisch personeel) neerkomt op proffen. 

Uit de cijfers van 2025 van de VLIR kunnen we lezen dat 68% van de proffen aan de UGent mannelijk is, en 32% vrouwelijk. Hiermee heeft de UGent het hoogste aandeel mannelijke proffen, samen met de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen. Dat is toch opvallend, aangezien afgerond  59% van de studenten aan de UGent van geslacht vrouwelijk is, en 41% van de studenten mannelijk. Daarnaast is er bij de doctoraatsstudenten aan de UGent wel sprake van meer balans tussen man en vrouw. Wat opvalt, is dat bij alle Vlaamse universiteiten het aandeel biologisch mannelijke proffen relatief weinig verschilt.

bron VLIR

Als we kijken naar de evolutie over de tijd heen zien we dat er de afgelopen jaren een stagnatie plaatsvond van het aantal proffen aan de UGent. Deze stagnerende trend zien we ook terug bij andere universiteiten. Er komen dus in het algemeen minder proffen bij, waardoor er natuurlijk ook moeilijker meer biologisch vrouwelijke proffen kunnen bij komen.

Wat is het belang van vrouwelijke proffen?

Vaak zien vrouwen zichzelf minder snel als 'expert' en verwijzen ze vragen door naar collega's, terwijl mannen vaker antwoorden geven, ook buiten hun directe expertise. Doordat meer vrouwen hoogleraar worden, wordt het hardnekkige idee dat wetenschappelijke autoriteit vanzelfsprekend mannelijk is, doorbroken.

Na vier tot zes jaar doctoreren komen veel vrouwen op een kruispunt in hun leven terecht

Een ander aspect gaat over de rolmodelfunctie voor jonge studenten. Wanneer jonge onderzoekers nauwelijks vrouwen zien in topposities, kan dat hun ambities onbewust temperen. Rolmodellen laten zien dat een academische carrière haalbaar is als vrouw, ook met een gezin en een leven buiten de universiteit. 

Waarom verandert er (amper) iets?

Het zogenaamde 'lekkende pijplijn'-probleem komt duidelijk naar voren uit de cijfers en onderzoek: hoewel vrouwen ongeveer de helft van de doctoraatsstudenten uitmaken, bereikt slechts een kleine minderheid de hoogste academische functies.

Na vier tot zes jaar doctoreren komen veel vrouwen op een kruispunt in hun leven terecht. Net op het moment dat de academische carrière haar meest competitieve fase ingaat, dringt zich een belangrijke vraag op: wil ik kinderen? Het zijn precies die jaren waarin onderzoekers beoordeeld worden op meetbare criteria zoals anciënniteit of publicaties. Wie in die periode tijdelijk afwezig is door zwangerschap, start daardoor steeds nadelig tegenover wie bleef werken. 

0
Gemiddeld: 2 (1 stem)

Reactie toevoegen