Guillaume wist ook wel dat het niet normaal was dat het hem weinig kon schelen toen hij z'n vriendin betrapte op het zuigen van een ander in de Charlatan. Hij was ondertussen goed geworden in het nadoen van emoties, die avond koos hij ervoor om dat niet te doen.
Hij gunde haar geen vals verdriet. Ze had hem bedrogen en dus zijn zelfwaarde ondermijnd, dat wíst hij wel, maar voelde hij niet. Z'n vriendin was woest: "Als dá u al niets doet, dan zegt da heel veel over hoe graag gij mij eigenlijk maar ziet", snikte ze, haar gezicht begraven in haar handen. Snakkend en happend tussen haar tranen en snot door. Ze besloot zelf de relatie te beëindigen: "fucking sadist".
Hij kon een unicum genoemd worden, een tweeëntwintigjarige die nog nooit gehuild had. Toen hij dierlijk uit de baarmoederhals geperst werd en door twee blauwe nylonhandschoenen aan z'n hoofdje naar buiten getrokken werd, vreesden de omstaanders het ergste want er werd geen kreetje geslaakt. Maar hij was gezond, stelden de verlossers z'n moeder gerust. Al een geluk dat die vrouw quasi uiteenspatte van de morfine en het hele gebeuren als een gelobotomiseerde meemaakte. Guillaumes vader, die er wat ongemakkelijk op stond te kijken en wanhopig zocht naar het nut van een vader in dit soort situaties, had evenmin een reactie.
Ondanks het feit dat Guillaume als peuter de rust zelve bleek te zijn, was z'n moeder wel wat pissig over al die verloren uren en centen aan opvoedboeken. Z'n ouders hadden zich voorbereid op een maandenlange overlevingsmodus waarin het boeleke half West-Vlaanderen bij elkaar zou gaan schreien omdat z'n pamper lag te verzuipen in het schijt. Jarenlang getier van een spartelend wezen dat z'n papje begeert. Ze waren er nochtans klaar voor, een koppel zou alles gaan proberen om hun falend huwelijk te redden. Die angsten bleken achteraf gezien voor niets nodig geweest te zijn, Guillaume jankte geen moment. 't Was fraai. Twee jaar later stapt z'n moeder met hem in haar armen het bureau van de huisarts binnen. Ze had hem per ongeluk laten vallen tijdens het maken van een Insta-boomerang en het gaf geen kik. Is 't misschien een sociopaat of heeft het geen traanklieren? "Nee en jawel", zei dokter Vonk. Z'n moeder was radeloos, niets kreeg zij van haar zoon. Een mens zou allicht tikken gaan uitdelen om er iéts uit te krijgen.
Nu hij 22 was, had hij op zich wel een notie van geluk en verdriet, maar dat was vooral nadoen en reageren zoals het ons betaamt. Het was niet per se het huilen of lachen dat hij miste, het was vooral z'n gebrek aan emoties. Dat hij er nu ook z'n lief door verloren was, stoorde hem. Ook al was liefde voor hem slechts een gerucht, hij mocht haar op zich wel. Hij zou het heft in eigen handen nemen, hij zou janken. Hij zou voelen, hoe dan ook…
Een ajuin in twee snijden gaf hem tranende ogen maar deed hem niets voelen. Zichzelf pijnigen had ook weinig effect behalve blauwe plekken en fysieke pijn. Hij moest minder materieel gaan. Guillaume dook in de depressieve kunsten, luisterde triestige albums en las traumapornografische boeken. Op de vloer, leunend tegen de bedrand beeldde hij zich de begrafenis van z'n moeder in, z'n vriendin die vreemdging, verminkte kinderen in Gaza, seniele wereldleiders, een reddeloos klimaat. Niets kwam.
Tot dan uiteindelijk de winterochtend waarop zijn emotieloze bestaan beëindigd zou worden. Guillaume trok z'n jas aan, wierp een sjaal over z'n schouder, zwaaide de deur van z'n kotgebouw open en verstijfde. Hij staarde naar een uitgesmeerde dode kat op het straatasfalt, waarschijnlijk vannacht omvergereden. Een meeuw nestelde zich in de darmen van het opengereten beest. Verwonderd keek hij hoe de meeuw stukken ingewanden van het lijkje naar binnen begon te spelen. Voor het eerst werd Guillaume zijn automatische piloot uitgeschakeld en dacht hij na. Terwijl de kat opgevreten werd door de meeuw begon zijn onderlip te trillen en werden zijn mondhoeken zwaarder. Zijn wenkbrauwen trokken bijeen en na tweeëntwintig jaar begon hij te huilen.
Hij realiseerde zich zijn nietigheid. Niet alleen dat van hem, maar ook van die kat, de meeuw, z'n moeder, z'n vader en de persoon die de kat omvergereden had. Altijd weer dit. Dag na dag een zandkorrel op het hoopje nietszeggendheid dat zijn leven voorstelt. Elke dag opnieuw. Tot hij er nooit meer zou zijn, tot zijn naam voor de laatste keer genoemd wordt. Tot een windstoot z'n bijeengesprokkelde hoopje zou meevoeren en uiteenrijten. Zijn niet-zijn, zijn onmacht en zijn waardeloosheid deden hem voor het eerst voelen. Hij voelde zich bevrijd. Die dag was Guillaume er aan uit: we zijn niets. Na tweeëntwintig jaar kon hij beginnen.
Benieuwd hoe dit verhaal eindigt? Ga dan naar Schamper.ugent.be om het volledige verhaal te lezen. Er komt nog een meeuw die de ingewanden van een kat opeet! Heb je zelf ook een kortverhaal dat eruit moet? Mail het ons! Naar: sarah.vancrombruggen@schamper.be






Reactie toevoegen