"Het GUM is geen pretpark"

Een interview met Marjan Doom

Een wandeling door de Plantentuin leidt je tegenwoordig recht in de armen van Pallas Athena. Het Gents Universiteitsmuseum (GUM) omvat als jongste baken van wijsheid de oudste voorwerpen uit de wetenschappelijke geschiedenis en wil jou daarmee iets aan het verstand brengen.

Als directeur en curator van het nieuwe wetenschapsmuseum ontwikkelde Marjan Doom een visie voor het GUM waarbij valkuilen vermijden even belangrijk bleek als het kiezen van het opzet. Zij ging langs bij veertig docenten verspreid over alle faculteiten en zat samen met studenten en collega-curatoren om de vraag te beantwoorden: 'welk verhaal hoort een wetenschapsmuseum te vertellen?'

Wetenschap moet fascineren, niet entertainen

Marjan Doom

Wetenschap is geen fun en hoeft dat ook niet te zijn volgens Doom: "Het GUM is geen pretpark. Ik denk niet dat kinderen inzicht krijgen over wat wetenschap inhoudt door op een knop te duwen en vervolgens een bal te zien vliegen. Wat kinderen zo aantrekt in wetenschap, is het vrij exploreren dat gestuwd wordt door hun nieuwsgierigheid. Het is het gevoel dat je hebt wanneer je je eerste microscoop cadeau krijgt en op zoek gaat naar dingen om eronder te leggen. Het GUM wil kinderen fascinerende voorwerpen voorleggen, waardoor ze op zoek gaan naar antwoorden." Doom wil een vergelijkbare fascinatie oproepen bij volwassenen: "Als je iets onverwachts doet, creëer je een openheid bij mensen, waardoor ze zelf gaan onderzoeken hoe de dingen exact in elkaar zitten. Door bijvoorbeeld voorwerpen uit verschillende disciplines naast elkaar te zetten, gaan mensen beter kijken."

Geen UGent-museum

Het GUM wil niet hoofdzakelijk de geschiedenis van de wetenschap weergeven of laten zien welke resultaten er gegenereerd zijn, maar wil vooral aanzetten tot kritisch denken. "Onze maatschappelijke rol bestaat eruit om de wetenschappelijke geletterdheid van mensen aan te scherpen", zegt Doom. "We voorzien een plek waar wordt geduid hoe wetenschap nu precies werkt."

Het GUM wil niet hoofdzakelijk de geschiedenis van de wetenschap weergeven

Zo is het ook niet de bedoeling de geschiedenis van de universiteit te tonen aan de hand van een reeks sterwetenschappers. We hebben niet tot doel de UGent te verkopen. We hadden verwacht dat er druk ging komen om wel bepaalde wetenschappers in de kijker te zetten, maar die druk is niet gekomen vanuit het UGent-bestuur. Het zijn vooral onderzoekers die graag een bepaalde collega op een voetstuk zien staan. Toch hebben we dat niet gedaan, zodat we konden focussen op de meer fundamentele aspecten van wetenschap zoals samenwerken, twijfelen, meten, verbeelding en houvast zoeken in chaos."

Kunst en wetenschap 

Naast een bijzondere visie op de wetenschap gaat Doom nog een stapje verder en combineert ze wetenschap met kunst. Met een focus op het visuele stelt ze dat de link tussen wetenschap en kunst niet zo ver te zoeken is. "We laten mensen eerst kijken naar de objecten waardoor ze die zelf kunnen interpreteren. Dat is vaak ook hoe kunstenaars te werk gaan. Het is het object dat fascineert en als je meer uitleg wilt, dan moet je moeite doen om die verdiepende laag op te zoeken", vertelt Doom. Ze vervolgt: "In de permanente collectie komt kunst nog niet zo sterk naar voren, terwijl dat in de tijdelijke tentoonstelling al veel meer het geval is. Vier hedendaagse kunstenaars brengen daarin hun werk, waarin de dialoog met wetenschap wordt opgezocht."

Verbeelding als essentieel wetenschappelijk kenmerk

Dat het GUM een plek is waar kunst thuishoort, kun je zien aan de kunstinstallatie bij de ingang en aan de gigantische muurschildering op de buitenmuur van het museum. "We zorgden ervoor dat de street artist ROA volledige artistieke vrijheid kreeg voor de muurschildering met de skeletten", aldus Doom. 

Wat met de koloniale geest?

In het museum vind je ook enkele omstreden objecten. Zo hangt een selectie aan Afrikaanse maskers tussen de opgezette dieren. Die komen uit de gigantische etnografische collectie van de UGent. Op de vraag hoe ze als museum omgaan met de gevoeligheid die zulke objecten met zich meebrengen, antwoordt Doom als volgt: "Wij tonen bij elk object steeds de herkomst. Zelfs als we niet weten hoe het hier is terechtgekomen, zeggen we expliciet dat we het niet weten. We doen actief onderzoek naar herkomst en zoeken daarvoor naar de juiste onderzoekers."

"Wij staan open voor vragen rond restitutie"

Het GUM-team is ingebed in de culturele en museumsector, waardoor ze mee in werkgroepen zitten die werken rond restitutie en het beleid daarrond. "Zowel over de etnografische als archeologische collectie van het GUM, kun je discussiëren of het al dan niet over roof gaat", stelt ze. Daarom werkt het museum actief met source communities, waarbij ze met de gemeenschappen zelf in gesprek gaan en hen vragen wat zij willen dat er met de objecten gebeurd. "Soms komt het voor dat een gemeenschap het object helemaal niet terug wil, of het goed vindt dat het object bij ons in het GUM staat", duidt Doom. "Het is voor ons extreem belangrijk om daarover in dialoog te gaan met de gemeenschappen. Wij staan bovendien heel erg open voor vragen rond restitutie."

Het topje van de ijsberg

Er staan nu iets minder dan achthonderd stukken in het GUM. De rest van de collectie zit nog verspreid. "We zullen ervoor zorgen dat die stukken beschermd en geïnventariseerd worden en dat de collectie meer geactiveerd wordt", deelt Doom mee. Volgens haar begint het allemaal bij inventariseren: "We moeten weten wat we precies hebben. Daarna moet de collectie consulteerbaar worden door alles fysiek samen te brengen." Het ideale scenario is volgens Doom dat men een digitale catalogus zal kunnen raadplegen en zo het object kan opvragen om te consulteren voor onderzoek of een practicum. De collectie raadplegen zou gebeuren in een leeszaal van een soort centraal depot. "We willen als museum focussen op object based learning en het tastbare ervan, zeker nu alles meer en meer digitaal wordt."

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen