Cultuurbesparingen: een synthese

Profielfoto’s kleuren geel, kunststudenten begeven zich op straat en zelfs 'Kulderzipken' komt weer boven water. Cultuurbesparingen raken heel wat initiatieven op cruciale plaatsen. Hier kwam dan ook heel wat reactie op in artikels, talkshows en panelgesprekken. Daarom hier: een synthese.

Op 8 november deelde Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon mee dat er fors bespaard zou worden op cultuur. Er is sprake van een besparing van zes procent op de werkingsmiddelen van culturele instellingen, en een besparing van zestig procent op de projectsubsidies. Deze maatregel werd niet in dank afgenomen. Diezelfde avond nog lichtte professor Kunstbeleid Annick Schrams toe: “Het is een investering, die terugkomt met uitverkochte zalen en een florerende, internationaal bekende filmindustrie. Zes procent heeft een onmiddellijke impact. De cultuursector is een heel dynamische sector. We hebben al onderzoek gedaan naar wat er gebeurt bij snelle, plotse besparingen en dan zijn het inderdaad de contractuelen die lijden. Coproducties sneuvelen ook meestal.” Het wordt dramatisch, daar is actrice Janne De Smet zeker van. “Mijn agenda stond vol, daar zal vast en zeker in gesnoeid worden. Als je ergens zes procent uithaalt, dan is de eerste die het zal voelen de uitvoerende artiest.” 

Verdeel en heers

Op 14 november lichtte Jan Jambon toe kennis genomen te hebben van alle tegenstand, hoewel al maanden geleden was toegelicht dat er een generieke besparing op werkingsubsidies zou zijn van zes procent. N-VA-fractieleider Peter De Roover giet olie op het vuur bij het toelichten van de beslissing. “Het is een ideologische keuze. Kunst, beschaving en cultuur is ook, vind ik, schoonheid. Ik denk dat de voorbije jaren het gegeven dat kunst schoonheid is, vergeten is. Kunstenaars vroeger hadden een beter oog voor esthetiek.” 

“Zou je van een minister van Cultuur niet verwachten dat hij zelf een visie heeft?" - Julie Cafmeyer

Philippe Van Cauteren, directeur van het S.M.A.K., reageert: “Mocht er evenveel schoonheid zijn in de politiek als er vandaag in de kunst is, dan zouden we goed bezig zijn.” Ook Filip Brusselmans van het Vlaams Belang reageerde op de kunstenaars met de uitspraak: "Typische cultuurbobo’s, enkel geïnteresseerd in het geld van de Vlaming." 

Cultuurvreemde minister van cultuur 

Julie Cafmeyer, performance-artieste en columniste bij De Morgen, verwoordde het als volgt: “Zou je van een minister van Cultuur niet verwachten dat hij zelf een visie heeft? Dat hij voeling heeft met cultuur? Dat hij de kunstenaar naar waarde schat? Dat hij zichzelf ziet als vertegenwoordiger van de sector in de regering? Dat hij een stabiel klimaat probeert te creëren, los van politieke grillen? In de plaats wordt het nut van de kunstenaar in vraag gesteld.” Ook stelt ze zijn meerjarenplan in vraag, of er überhaupt een plan is voor de komende vijf jaar. Het gevoel dat bij heel wat kunstenaars nu de bovenhand neemt, is dat de minister die aangesteld is voor cultuur hen niet vertegenwoordigt. Zowel in de regering als in de beslissingen die hij neemt.

Een nulletje meer of minder

Hierboven werd de generieke besparing van zes procent op werkingssubsidies al vermeld. Dit betekent dat er over het algemeen, in alle sectoren (ook bijvoorbeeld de zorg) een besparing van zes procent zal zijn. Dit zal ook zo zijn bij enkele cultuurinstellingen zoals KVS Brussel en Toneelhuis Antwerpen. Bij anderen, zoals De Vooruit, de Ancienne Belgique, De Singel en de Brusselse Philharmonic, zal maar drie procent bespaard worden. De zestig procent waarover de grote controverse dan vooral ontstond, is bij de projectsubsidies.

Aangezien er steeds weer bespaard wordt op cultuur is de sector een pot die voortdurend wordt leeggeschraapt

“Ook wij waren ooit een project”, luidt het bij theatermaker Ivo Van Hove en choreografe Anne Theresa De Keersmaecker in een open brief in De Standaard. Ze hebben het onder andere over de vele eerdere besparingen op cultuur en het feit dat cultuur slechts een kleine fractie uitmaakt van de hele begroting. Ze stellen dan ook de vraag waarom besparingen bij andere grote spelers in het bedrijfsleven uitblijven. “Kunst is een economische speler zoals alle anderen. U weet dat. In Nederland heeft het Sociaal Planbureau onderzocht dat de culturele en creatieve sector ruim 3,7 procent bijdraagt aan het bbp en verantwoordelijk is voor 4,5 procent van de totale werkgelegenheid. Dat is meer dan landbouw.” Hier wordt de incorrectheid van de idee van cultuur als subsidieslorper nog maar eens duidelijk gemaakt.

Water aan de lippen 

Aangezien er steeds weer bespaard wordt op cultuur is de sector een pot die voortdurend wordt leeggeschraapt. Veel schiet er niet meer van over. “Terwijl bedrijven 400 miljoen mogen opsouperen en parlementariërs duizelingwekkende uittredingsvergoedingen opstrijken, staat bij veel kunstenaars het water aan de lippen”, aldus Jens Meijen, doctoraatsonderzoeker in de politieke wetenschappen aan de KU Leuven. Michaël Pas benadrukt de moeilijkheid, al dan niet onmogelijkheid, voor jonge kunstenaars om nog te beginnen.

De besparingen beginnen voor sommigen verdacht veel te ruiken naar wat in Hongarije gebeurde onder Viktor Orbán

De idee dat de sector maar de nodige creativiteit moet hebben om hetzelfde werk te leveren met minder budget leeft bij heel wat politici. “We rekenen op de instellingen om die besparingen zoveel mogelijk te proberen in te kapselen”, verklaart Vlaams minister voor Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, Matthias Diependaele (N-VA). Verder maakt hij de vergelijking met de overheid, die op haar instellingen ook moet besparen. Hij vindt dat de cultuur die uitdaging ook moet aankunnen. “Het standpunt dat enkel bij hen het geld niet zou mogen gehaald worden, vind ik vreemd.” 

Déjà vu?

Om het eens over iets als de televisieserie 'Thuis' te hebben; een goed voorbeeld van een product voor de meerderheidscultuur. Daar draaien de nieuwe besparingen om, en hoe ze het culturele landschap kunnen hertekenen. Bokrijk krijgt wél geld. Men zou kunnen spreken over een manier waarop de overheid kritische klanken uit de cultuursector het zwijgen oplegt. “Jambon weet goed genoeg dat snoeien in cultuursubsidies hetzelfde is als snoeien in de diversiteit aan standpunten waarmee we in aanraking kunnen komen. Het is snoeien in kritiek”, legt Jens Meijen uit. Al begint dat voor sommigen verdacht veel te ruiken naar wat in Hongarije gebeurde onder Viktor Orbán. Die streeft naar culturele hegemonie, naar een staat waar de blanke, religieuze, heteroseksuele Hongaarse meerderheid hoogtij viert. Geen alternatieve visies, geen minderheden. “Het elimineren van alles wat vreemd of ongewoon is. Het canonfetisjisme van de Vlaams-nationalisten past perfect in dat plaatje”, duidt Meijen.

0
Gemiddeld: 1 (1 stem)

Reactie toevoegen