Vierde dag Gent Jazz: kalmte geblazen


Door

Archief

De tweede week van Gent Jazz opende dinsdag rustig en sereen met klassiek en, je raadt het nooit, jazz.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 10/07/2025 – 10:35 door Jasper Mou­ton

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Op een gri­jze dins­dag her­vat­te Gent Jazz na een dag­je rust. Eerst op het menu stond Dressed Like Boys. De solo-arti­est bracht hom­mages aan vrien­den en legde pijn­lijke herin­ner­in­gen bloot met ‘Pride’. Zijn droge humor kreeg helaas weinig reac­tie. Fout pub­liek miss­chien. Het was ook nog vroeg. Toch lijken zijn open­har­tige bal­lades eerder bestemd voor een waaiende, wenende fes­ti­val­wei dan een half gevulde Main Stage in De Bijloke. Op Pukkelpop stelt hij lat­er deze zomer vast niet teleur.

Abel Ghekiere, wiens inter­view nog op deze site ver­schi­jnt, mocht vijf minuten lat­er de Gar­den Stage ope­nen. Het kort­stondi­ge con­cert was als een warm deken­t­je. Met drie jazzmus­ketiers aan zijn zij wist hij het pub­liek voor zich te win­nen. Toen de zon tussen de wolken door kroop tij­dens ’tussen de zon en de maan’, of toen de wind begon te razen wan­neer er hard­er geblazen en getokkeld werd, leken de ele­menten soms zelfs een vijfde instru­ment te spe­len. Ban­dle­den wis­selden moeit­eloos tussen viool en gitaar, of klar­inet en sax­o­foon. Ghekiere wist zich zelfs meester te tonen van gitaar, klar­inet en ban­jo. In een wereld van retropas­tiche maak­ten Ghekiere en zijn band het con­cept van “herin­ner­in­gen in muziek in plaats van foto’s” hele­maal waar. Nos­tal­gie kan nog steeds warm voe­len. 

Tweede op de Main Stage was Eydís Evensen. Ze bracht mod­ern klassiek bijges­taan door strijk­ers en “vooral” – aldus Evensen – een trompet. Drup­pe­lend en hup­pe­lend bespeelde ze de piano, waar­van de noten als een soort loco­motief voort­stuw­den en de luis­ter­aar in een trance lok­ten. Zo bracht ze de IJs­landse kou naar de Arteveldestad. Hoe komt het toch dat dat kleine eiland­je zo veel tal­ent her­bergt?

Zij het ver­slavend in con­ver­sa­tie met klar­inet of dansend op de trap­pe­lende drums, haar sitar was hyp­no­tis­erend

Anoush­ka Shankar bracht op de Main Stage num­mers uit haar recente trilo­gie van albums over rust in een bewogen wereld. Ze opende intiem, alleen op het podi­um met een een­zame spot­light. Haar tal­ent was meteen pakkend, maar de band voorzag haar van een al even goede onder­s­te­un­ing. Zij het ver­slavend in con­ver­sa­tie met klar­inet of dansend op de trap­pe­lende drums, haar sitar was hyp­no­tis­erend. Met een super­snelle ‘We Burn so Bright­ly’ tot een rustiger dri­etal afs­luiters pak­te ze het pub­liek volledig in. Er kwam zelfs applaus tij­dens de pauzes, de appre­ci­atie kon niet wacht­en tot de laat­ste noot gespeeld was.

Caoil­fhionn Rose maak­te het tweemaal gezel­lig op de Gar­den Stage en liet het pub­liek rustig op adem komen met haar warme deun­t­jes. Haar “muziek met helende kracht” – aldus de organ­isatie – kwam goed van pas en het pub­liek was gevuld met mensen die gezel­lig hun avon­de­ten oppeuzelden.

Om tien voor tien trad de hoof­dat­trac­tie aan. Max Richter wist het pub­liek volledig tot rust te bren­gen. Ter­wi­jl de krekels buiten aan hun eigen con­cert begonnen, bracht Richter met zijn ork­est een absolute zen naar de tri­bunes, die volledig van stoe­len waren voorzien. Om de avond af te sluiten wuifde Niklas Paschburg de laat­ste fes­ti­val­gangers uit met gezel­lige syn­the­siz­ers, onder andere gebaseerd op bergtafer­e­len. Daar­na was het rustig afdalen naar huis.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *