Proffen op zondag: Patrick De Baets

Wanneer hij de studenten burgerlijk ingenieur niet inwijdt in de wondere wereld van de werktuigkunde, kunt u hem 's middags misschien wel aantreffen aan het orgel van de Sint-Pieterskerk. We hebben het natuurlijk over professor Patrick De Baets.

Patrick De Baets

Hoe bent u begonnen met orgelspelen?

"Onder dwang van mijn ouders speelde ik piano en volgde ik notenleer. Notenleer deed ik graag, maar piano was niet echt mijn ding. Toen op mijn zesde eens naar de mis ging, maakten ze me daar wijs dat er iets uit de pijpen van het orgel zou komen. En ik zat daar maar te kijken, terwijl er helemaal niets uit kwam. Op de een of andere manier is het instrument mij toen toch beginnen boeien, en heb ik mijn moeder verteld dat ik orgel wilde spelen. 'Ge zijt gij zeker zot, wij hebben geen orgel en waar gaat ge dat leren?' was haar reactie. Niettemin ben ik naar de academie gegaan, en heb ik de opleiding afgerond toen ik nog student was."

"Ge zijt gij zeker zot?" - Moeder De Baets 

Hoe vaak speelt u doorheen het jaar?

"Veel te weinig. Drie of vier uur per week probeer ik literatuur in te studeren, en af en toe spring ik bij tijdens een misviering. Het orgel in de Sint-Pieterskerk, mijn huiskerk, is mijn middaginstrument. Ik kwam hier al oefenen toen ik nog student was. Partituren instuderen doe ik thuis, en hier kom ik pas wanneer ik het stuk beheers. Zo kan ik tijdens het spelen meer op schakeringen en nuances letten: ik kan gebruikmaken van de acoustiek in de kerk, wat ik thuis niet kan."

Speelt u vaak in eucharistievieringen of concerten?

"Op misvieringen heb ik altijd veel gespeeld. Toen ik nog student was, is de organist van mijn parochie eens ziek gevallen en moest ik elk weekend vijf missen spelen. Dan nam ik mijn cursussen mee en zat ik tussen het spelen door mijn cursussen te leren op te pupiter. Zo verloor ik geen tijd in de examenperiode. Concerten zijn heel wat lastiger. Je moet de stukken veel beter beheersen en een zekere routine ontwikkelen. Ik kon maar één keer per jaar optreden. Om een volledig uur muziek te vullen heb je immers een jaar de tijd nodig om te oefenen. Als je niet vaak genoeg speelt, begin je meer fouten te maken en doe je het niet meer graag."

Zou u het orgelspelen aanraden als hobby?

"Absoluut. Ik heb ook een dochter die het speelt. Een orgel biedt zo veel mogelijkheden op vlak van klankkleuren. Alles komt uiteindelijk bij elkaar in een spel van twee handen en twee voeten. Wat wel een nadeel vormt, is het solitaire aspect van het instrument. Je speelt alleen, je gaat alleen naar de kerk en je oefent alleen. Je moet niet met je orgel naar een bal populaire trekken, daar zullen ze je niet vragen. Je zit dus in een zeker straatje."

Wat trekt u het meest aan in het orgelspel?

Het geheel, denk ik. Het orgel heeft ook iets wat geen enkel ander instrument heeft: oneindigheid. Het kan misschien raar klinken, maar zolang ik mijn vingers op die toetsen houd, is de klank oneindig lang. Bij elk ander instrument duurt dat slechts enkele seconden. Wanneer een organist aan het einde van zijn stuk komt, houdt hij het laatste akkoord verschrikkelijk lang aan. De manier waarop dat akkoord de kerk in trekt en het volume van de ruimte met de echo-effecten vult, is wat mij zo aantrekt.

Gaat u nog de tijd vinden om te spelen als u deze week tot nieuwe decaan verkozen wordt? 

"Het zal niet eenvoudig zijn, maar ik zal er natuurlijk tijd voor moeten maken, zoals ik dat nu ook moet doen. Mijn vrouw zegt vaak dat het orgel mijn maîtresse is, en dat zij pas op de tweede plaats komt. Dat is wel een beetje zo (lacht). Je moet tijd maken om orgel te spelen, want het is enorm frustrerend om achteruit te gaan doordat je enkele weken niet gespeeld hebt." (Intussen werd De Baets met een ruime meerderheid verkozen tot decaan van de Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur, red.)

"Mijn vrouw zegt dat het orgel mijn maîtresse is"

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen