Hoger onderwijs betoogt tegen onderfinanciering

Op 11 oktober gingen studenten, proffen en administratief personeel van hogeronderwijsinstellingen naar Brussel om te protesteren tegen de systematische onderfinanciering. Hoe dat verliep, lees je hier.

De sluiting van de jobdienst, de stijgende prijzen in studentenresto's, dure koten en andere besparingsmaatregelen lokten al langer kritiek uit. Rector Rik Van de Walle was vaak het doelwit van deze kritiek. De besparingen bleken echter niet het probleem, maar wel een symptoom te zijn van een structurele onderfinanciering van het hoger onderwijs. Om dit aan te kaarten ondertekenden de vijf rectoren van de Vlaamse universiteiten een memorandum. Van de Walle sprak er ook over in zijn openingsrede en tijdens het openingscollege van politieke wetenschappen.

De universiteiten lopen ongeveer 667 miljoen euro mis door de onderfinanciering. Daar zit hem ook de significantie van de datum 11 oktober. Als je 667 miljoen euro van het beloofde jaarbudget aftrekt, is dat de datum waarop het geld op is. Van de Walle en verschillende professoren spoorden vervolgens studenten aan om mee te protesteren, want ook zij lijden onder de besparingen.

Met die frustraties in het achterhoofd en protestborden in de hand trokken studenten en personeel samen naar Brussel om het probleem aan te kaarten.

Zij die betogen

Vooraan de mars liepen professoren, docenten en personeel, de meesten van hen onder de vlag van de aanwezige vakbonden. Hun grootste klacht is de stijgende werkdruk. Door besparingen en ontslagen wordt die hoger, terwijl de vergoedingen niet mee stijgen en daarbovenop komt nog eens het stijgend studentenaantal. De aftandse infrastructuur, zoals auditoria en labomateriaal, kan niet vernieuwd worden, wat betekent dat studenten soms de les vanop de trap moeten volgen.

Een terugkerend thema was de basisbehoeften, wat ook de rector van de UGent beaamde. Het gaat niet om luxe of zelfs een schep bovenop wat er beloofd werd door de overheid. Het gaat over het naleven van afspraken die eerder door diezelfde overheid werden goedgekeurd.

Het gaat over een omgerekend tekort van 667 miljoen euro per jaar

Aanwezige studenten beklaagden op hun beurt de gevolgen die hen het meest treffen, voornamelijk stijgende prijzen van koten en inschrijvingsgeld. Daarnaast worden  de prijzen in studentenresto's vaak aangehaald wanneer het gaat over de druk die studenten ervaren. Ook bij beursstudenten blijkt de financiering te mager.

Studenten van alle hogeronderwijsinstellingen waren vertegenwoordigd. Veel aanwezigen kwamen uit het kunstonderwijs dat enorm kreunt onder de stijgende studentenpopulatie. Het aantal studenten per lesgever wordt er ook steeds groter. Dat verzwakt de relatie tussen docent en student, een relatie die in het kunstonderwijs heel belangrijk is.

Instellingen die al met slechte financiën kampten, komen nu extra in de problemen. Dat leidt tot kortere masters en minder keuzemogelijkheden binnen de opleiding.

De protestmars

Iedereen die we spraken, leek hetzelfde doel te hebben, namelijk een sterk signaal sturen en de politiek bewust maken van het probleem. Het werd ook snel duidelijk dat de protestmars niet het enige signaal is. Velen zagen het als de start van een bredere sociale beweging.

Hoewel studenten en personeel in solidariteit met elkaar marcheerden, was er een duidelijk onderscheid tussen de twee. Personeel stapte vooraan en de studenten volgden. Vooraan het studentenblok hing het spandoek van Ongehoord naast dat van de Gentse studentenraad, waarachter een groepering Comac-vlaggen te zien was. Ook de leden van de Jongsocialisten en Jong Groen waren met eigen vlaggen aanwezig. Het meest actieve blok was dat van Comac, dat hun slogans en liedjes luidkeels scandeerden in het Nederlands, Engels en zelfs Spaans.

Velen zagen het als de start van een bredere sociale beweging

De betoging liep van een ietwat onduidelijk startpunt in de Noordwijk even langs de kleine ring en vervolgens door de Brusselse binnenstad richting een campus met gebouwen van de Vlaamse Overheid. Vervolgens stapten de deelnemers verder naar Brussel-Centraal. Op het Europakruispunt, het plein aan de ingang van het station, werd de stoet in majeur ten einde gebracht. Een cirkel betogers scandeerde nog een paar laatste keren een slogan onder leiding van een viertal energieke Comac-partizanen die in het midden stonden.

De betoging verliep vreedzaam. De politie was minimaal aanwezig en was niet in oproeruitrusting. Onderweg stonden sommige toeschouwers de stoet aan te moedigen, anderen keken wat verward. Eén enkele bijstaander stond met een pro-Palestinabord te wachten op een mars die later die dag zou volgen.

De mars bestond uit 1500 tot 3000 aanwezigen, afhankelijk van de bron. Hoewel dit zeker geen klein aantal is, is het tegenover een studentenpopulatie van 279.421 toch een tegenvaller.

 

 

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen