Seldersoep: no food for thought **

Behalve door een pandemie wordt de hongerige student ook nog door iets anders geremd in zijn apetijt: onduidelijke namen in de studentenresto's. In deze rubriek vind je iedere editie een recensie van een mysterieus gerecht uit de resto's.

De soep van campus Aula heeft me al dikwijls door de universitaire sleur getrokken; ik durf mezelf zonder schroom een soepveteraan te noemen. Het is eindeloos uitkijken naar mijn nectar tegen katers, het champignonroomkleurige lichtpuntje aan het einde van een drie uur durende les. Nu het seizoen van onophoudelijke snotneuzen en (niet-coronagerelateerde) hoestbuien is aangebroken, hunker ik net dat beetje meer naar een dampende beker troost. De soepweek begon met seldersoep. Die valt ronduit teleurstellend te noemen, al ligt dat zeker niet aan de vriendelijkheid van het restopersoneel. Het overmatige zoutgebruik moet het gebrek aan smaak compenseren. Bovendien proef je niet eens echt selder. Gelukkig zorgt dit ervoor dat er veel ruimte is voor verbetering: wat extra peper doet soms wonderen. Daarnaast bewijst de ietwat bizarre geur van de soep dat mijn neus nog niet ten prooi is gevallen aan het ons allen bekende virus. Corona heeft ons allemaal veel afgepakt, maar dat studentenmagen al zeven maanden zonder bospaddenstoelensoep en Bretoense vissoep zitten, raakt me waarschijnlijk nog het meest.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen