Waarom zei geen van de Reuzegommers 'Stop'?

De psychologie achter een studentendoop

Opvallende bewering van sociaal psycholoog Frank Van Overwalle (VUB) in de Telefacts-reportage over Reuzegom: "Jongeren zijn vaak nog niet voldoende rijp om risico's goed te kunnen inschatten". Is dit de enige factor die leidde tot de dood van Sanda Dia?

Waar VTM zich tevreden moet stellen met de kneusjes van de VUB, hebben wij aan de UGent toegang tot het kruim van de Belgische intelligentsia. Professor sociale psychologie Alain Van Hiel: "Mijn collega heeft dat juist gezegd. Ik denk dat dat wel overeenkomt met wijdverspreide ideeën over leeftijd en risicoperceptie. Ook bij rijgedrag zien we dat jongeren meer risico's nemen." En net als in het verkeer had ook alcohol hier een nefaste invloed: "Alcohol dempt de angst om dingen te doen die je normaal nooit in je hoofd zou halen. Op de een of andere manier filteren mensen niet meer alle informatie. Ze kijken enkel nog naar de centrale elementen in hun gezichtsveld en negeren onbewust allerlei subtiele informatie. Ze zien de fun maar niet de gevaren." Om dat effect tegen te gaan, verbiedt het Vlaams doopcharter dat doopmeesters alcohol consumeren op studentendopen, maar het charter ondertekenen is geen criterium om een erkende vereniging te zijn. Als een erkende vereniging beslist om het charter niet te ondertekenen, verliest die haar erkenning niet. Reuzegom was een vereniging die het document niet ondertekende, maar wel nog steeds aan de KU Leuven actief was.

1 + 1 = 3

"Het is ook geen toeval dat de gebeurtenissen zich voltrokken in een groepsgebeuren," zegt professor Van Hiel. “Groepen zijn consensusmachines, dus wanneer het over risico's gaat, zou je denken dat het ene groepslid dan het andere corrigeert. Maar dat is dus helemaal niet zo. In groepen die door risicovolle individuen samengesteld worden, gaat men als groep vaak nog een stapje verder. Dat heet een risky shift. Consensus in een groep wordt onder andere bereikt door de extremen op te zoeken." Een groep is met andere woorden de som van haar individuen, maar met nog een schepje erbovenop.

Wie moet er veroordeeld worden?

Veel mensen stellen zich dan ook de vraag waarom er niemand ingrijpt wanneer er problemen naar boven komen in een groep: "Niet alleen bij jongeren, maar ook bij volwassenen gaat men er vaak van uit dat iemand anders de kastanjes wel uit het vuur zal halen", verduidelijkt Van Hiel. Door het groepsgevoel plaatsen leden zichzelf tegenover de groep. "Er is een soort gedeelde onwetendheid: men denkt dat als niemand ingrijpt, de situatie wel in orde is. Groepsleden vragen zich bovendien af of ze niet belachelijk zouden overkomen als ze zouden ingrijpen." Dat effect wordt ook duidelijk in andere situaties: "Stel dat je iets aan je hart zou krijgen in een volle winkelstraat. Als slachtoffer moet je dan echt iemand aanduiden om, bijvoorbeeld, de ziekenwagen te bellen. Als je het aan de groep overlaat, gebeurt er niets." Verrassend genoeg wordt dat effect steeds sterker naarmate de groep groter is: "Het is niet omdat er veel mensen aanwezig zijn die hulp kunnen bieden," aldus Van Hiel, "dat zij dat ook effectief gaan doen."

Waar kan dan de grens worden getrokken tussen de individuele en groepsverantwoordelijkheid? Op die vraag is er geen eenduidig antwoord, zo blijkt. "Ik ben daar misschien wat extreem in. Wanneer je zelf niet in die situatie zit, heb je de neiging om de individuele verantwoordelijkheid van elk een van de deelnemers te beklemtonen. Maar eigenlijk bepalen groepen zelf het gedrag en hebben de aparte leden daar vrij weinig invloed op. Alle mensen die nu zeggen dat ze wel zouden ingrijpen en zelfs verontwaardigd zijn over het gebrek aan hulp aan Sanda Dia, zouden dat wellicht niet doen als ze er die avond zelf daadwerkelijk bij waren. Dat is natuurlijk puur psychologisch. Over het juridische kan ik me niet uitspreken", legt de professor uit.

"Groepen bepalen zelf het gedrag en aparte leden hebben daar vrij weinig invloed op"

Om toch veilig uit dit soort situaties te komen, moet iemand de groepsdynamiek doorbreken: "De norm volgen is de norm. Daartegenin gaan is een vervelende rol, maar in feite zou een 'advocaat van de duivel' dat kunnen doorbreken. Die kan nog steeds overruled worden, zeker als er alcohol in het spel is, maar je hebt iemand nodig die nuchter is, de boel bewaakt en kritisch blijft. Je kan die rol telkens aan een andere persoon geven. Op deze manier is er altijd iemand die kan zien dat het uit de hand loopt en kan ingrijpen indien nodig.

Het doopcharter is onrealistisch en contradictorisch

In het doopcharter dat in Gent gehanteerd wordt, staat dat schachten de doop op ieder moment kunnen verlaten. In hoeverre is dat realistisch? Professor Van Hiel heeft zijn bedenkingen: "Ik schat dat het heel onwaarschijnlijk is en zelden voorkomt. Om zoiets te doen, moet je écht sterk in je schoenen staan, want als je zelfs maar een beetje onzeker bent over jezelf en je wil echt deel uitmaken van de groep, ga je dat niet doen. Dat het zo weinig voorkomt, heeft zeker te maken met de groepsdruk. Er is wel een uitzondering: wanneer één schacht beslist om met de doop te stoppen, is de kans dat er nog schachten volgen: "Als één iemand beslist te stoppen, dan kan dat wel besmettelijk werken als een soort domino-effect. Als er iets is dat die groepsdynamiek doorbreekt, zijn het dissidenten die zeggen: 'Oké, voor mij is het genoeg.' Een of twee van hen kunnen al een flinke impact hebben op de rest, maar dat is veeleer uitzondering dan regel."

"Als bepaalde zaken enkel toegankelijk zijn voor gedoopten, creëer je een aparte groep"

Verder stelt het doopcharter ook dat al dan niet gedoopt zijn geen criterium mag zijn om toegelaten te worden tot een groep. Wel is het toegestaan om exclusieve activiteiten voor gedoopten te organiseren. Volgens professor Van Hiel is dat vreemd: "Die regel annuleert zichzelf. Als bepaalde zaken enkel toegankelijk zijn voor gedoopten, creëer je een aparte groep. Op dat vlak is het charter zeker aan herziening toe."

Wat dan te doen met dopen? De regels al te veel verstrengen lijkt Van Hiel alvast geen optimale oplossing: "Als de regels te scherp worden, zullen de zogezegde 'echte' verenigingen als paddenstoelen uit de grond schieten. In het beste geval zijn de regels zodanig vanzelfsprekend dat er geen controle nodig is." De doop afschaffen, dan maar? "Op een doop creëer je toch een hechtere band dan als je pakweg samen eens een avond op café gaat. Ik denk dat het eerder zaak is om de doop humaan te houden. Een doop is ook geen noodzakelijke voorwaarde om een band op te bouwen, hoor. Tot dertig jaar geleden waren er faculteiten waar je helemaal geen doop had."

Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reactie toevoegen