Zwartkijkers zijn stekeblind

Ondertussen lijkt het voor sommigen alweer een eeuwigheid geleden, maar ik herinner me nog goed de tijd dat er gezellig langs de Graslei werd gekuierd - in de misschien ietwat druilerige weersomstandigheden die België typeren - , in de cafés nog ongestoord dronken toogwaarheden verkondigd werden en wc-papier geen luxeproduct was. Toen lagereschoolkinderen nog flink achter de schoolbanken zaten en middelbare scholieren met puberale tegenzin de eindtermen achternaholden. Aan de universiteit heerste toen nog maar een vrij beperkte afkeer jegens Ufora, maar die is sinds kort geëscaleerd. Er werd gewerkt, geleuterd over de alledaagse problemen, en het coronavirus was voor vrijwel elk van ons een heel-ver-van-ons-bed-show.

Een ver verleden, zo lijkt het. Niemand had durven dromen dat de laatste weken het nieuws door deze microscopisch kleine vijand verzwolgen zou worden. Niemand had durven dromen dat onze mediterrane zuiderburen het schouwtoneel zouden worden van schokkende doodstaferelen, waar beademingsmachines, ziekenhuisbedden, mondkapjes en beschermingspakken de figuurlijke goudwaarde als exponentiële curve zouden overschrijden. Dat de sterftecijfers een gelijkaardig traject volgen, slaat ons met verstomming. De schaal van die cijfers en de naamloosheid van de slachtoffers voelen kil en afstandelijk aan elke keer ik ermee geconfronteerd word.

We worden verblind door de eentonige, barre teneur van het nieuws

Gustave Le Bon, auteur van 'Psychologie des foules', beschreef dat mensen in noodsituaties hun beschaafde opperhuid kwijtraken, ontvellen van hun fatsoen, en in gehele paniek de rest van hun crisis doorbrengen in barbaarse, onbeteugelde beestachtigheid. De menselijke kern, dat innerlijke beest, wordt volgens hem gekenmerkt door impulsiviteit, onredelijkheid en tomeloze hysterie. Dit beeld domineerde in de twintigste eeuw, maar laat vandaag de dag nog steeds sporen na in het gedachtegoed dat de mens fundamenteel kwaadwillig is.

Rutger Bregman, Nederlands historicus, schreef in september 2019 zijn bestseller 'De meeste mensen deugen', waarin hij dat basisidee, de mens als inherent slecht wezen, onderuit haalde met verslagen en wetenschappelijke vaststellingen die aantonen dat de mens, naarmate de situatie verschrikkelijker wordt, juist meer behulpzaamheid en welwillendheid toont. Bregman verwijst onder andere naar verschillende bronnen die aangeven dat de Britten tijdens de bombardementen op Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog er mentaal op vooruitgingen. Eerdere geschillen, politiek of financieel van aard, smolten als sneeuw voor de zon. Mensen werkten meer samen om elkaar door de miserie te helpen en naar verluidt werd er achteraf met gemis teruggeblikt op deze periode van interpersoonlijk welbehagen en dus, ironisch genoeg, vrede.

Het virus is als een bommenwerper die zijn ziekte over de onschuldigen heen stort

Vertaal dit naar onze eigen crisis. Het virus is als een bommerwerper die zijn ziekte over de onschuldigen uitstort. Onze economie krijgt rake klappen, vele gezinnen komen in financieel moeilijke situaties terecht. Sommigen raken sociaal geïsoleerd in hun grijze, doodse huis terwijl horden hamsteraars de hardst werkenden onder ons een loer draaien. Op zo'n momenten lijkt het alsof dat zelfzuchtig misbaksel zoals Le Bon het omschreef, weliswaar in minder extreme mate, de overhand krijgt. Maar zoals destijds de mensen verblind werden door vooroordelen en de deels terechte pessimistische mensvisie binnen de context van de wereldoorlogen, worden wij vandaag verblind door de eentonige, barre teneur van het nieuws. We worden om de oren geslagen met klinische, onpersoonlijke statistieken en slechtnieuwsverhalen zoals het mondkapjestekort, die toehoorders in een soort overspannen roes brengen en paniek creëren.

Je kan niet anders dan bemerken hoe onverbeten het doorzettingsvermogen is in ieder van ons

Achter deze rusteloze zwartkijkerij, die weliswaar informatief en enigszins nodig is, schuilt een ongeziene onderlinge barmhartigheid. De geestdrift en toewijding van ons zorgpersoneel werd nooit eerder zozeer gelauwerd. Apothekers en mensen die werkzaam zijn in de voedselsector worden zo goed mogelijk beschermd.

Er circuleert te vaak een overtuiging dat we gebukt gaan onder het gewicht van een onvermoeibaar op ons inhakkend wangedrocht van een virus, maar als je naar de feiten kijkt, kan je niet anders dan bemerken hoe onverbeten het doorzettingsvermogen is in ieder van ons om dit drama heelhuids te doorstaan. De online solidariteit is ongeëvenaard en ondanks die paar - welke naam kan je ze anders geven - idioten die de zware maatregelen niet even serieus nemen en de terechte kritiek op bepaalde instanties, blijft het belangrijk in het achterhoofd te houden dat zowat iedereen zijn uiterste best doet om deze situatie tot een goed einde te brengen. Dit zijn zorgverleners, labowerkers, virologen, dokters, maar ook winkelmedewerkers, truckchauffeurs, nieuwspersoneel, leerkrachten, professoren en voor sommigen met tegenzin toe te geven, ook politici. Kortom: we doen ons best. Ook al worden we nu op een voor ons ongeziene manier geconfronteerd met onze eigen sterfelijkheid, dan nog, in een dergelijk dal, weten we als mensen te bloeien.

0
Gemiddeld: 3.5 (2 stemmen)

Reactie toevoegen