Zwartkijkers zijn stekeblind


Door

Archief

Onder­tussen lijkt het voor som­mi­gen alweer een eeuwigheid gele­den, maar ik herin­ner me nog goed de tijd dat er gezel­lig langs de Graslei werd gekuierd – in de miss­chien iet­wat drui­lerige weer­som­standighe­den die Bel­gië type­r­en – , in de cafés nog ongesto­ord dronken toog­waarhe­den verkondigd wer­den en wc-papi­er geen lux­e­prod­uct was. Toen lagereschoolkinderen nog flink…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/04/2020 – 9:42 door Nathan Laroy

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onder­tussen lijkt het voor som­mi­gen alweer een eeuwigheid gele­den, maar ik herin­ner me nog goed de tijd dat er gezel­lig langs de Graslei werd gekuierd – in de miss­chien iet­wat drui­lerige weer­som­standighe­den die Bel­gië type­r­en – , in de cafés nog ongesto­ord dronken toog­waarhe­den verkondigd wer­den en wc-papi­er geen lux­e­prod­uct was. Toen lagereschoolkinderen nog flink achter de school­banken zat­en en mid­del­bare scholieren met puberale tegen­zin de eindter­men achter­na­hold­en. Aan de uni­ver­siteit heer­ste toen nog maar een vrij beperk­te afkeer jegens Ufo­ra, maar die is sinds kort geës­caleerd. Er werd gew­erkt, geleu­terd over de alledaagse prob­le­men, en het “Chi­nese virus” was voor vri­jwel elk van ons een heel-ver-van-ons-bed-show.

Een ver verleden, zo lijkt het. Nie­mand had dur­ven dromen dat de laat­ste weken het nieuws door deze micro­scopisch kleine vijand verz­wol­gen zou wor­den. Nie­mand had dur­ven dromen dat onze mediter­rane zuider­bu­ren het schouw­toneel zouden wor­den van schokkende doo­d­stafer­e­len, waar beadem­ings­ma­chines, zieken­huis­bed­den, mond­kap­jes en bescher­mingspakken de figu­urlijke goud­waarde als expo­nen­tiële curve zouden over­schri­j­den. Dat de sterfte­ci­jfers een gelijkaardig tra­ject vol­gen, slaat ons met ver­stom­ming. De schaal van die cijfers en de naam­loosheid van de slachtof­fers voe­len kil en afs­tandelijk aan elke keer ik ermee gecon­fron­teerd word.

We wor­den verblind door de een­tonige, barre teneur van het nieuws

Gus­tave Le Bon, auteur van ‘Psy­cholo­gie des foules’, beschreef dat mensen in nood­si­t­u­aties hun beschaafde opper­huid kwi­j­trak­en, ontvellen van hun fat­soen, en in gehele paniek de rest van hun cri­sis door­bren­gen in bar­baarse, onbe­teugelde beestachtigheid. De menselijke kern, dat inner­lijke beest, wordt vol­gens hem geken­merkt door impul­siviteit, onre­delijkheid en tomeloze hys­terie. Dit beeld dom­i­neerde in de twintig­ste eeuw, maar laat van­daag de dag nog steeds sporen na in het gedachte­goed dat de mens fun­da­menteel kwaad­willig is.

Rut­ger Breg­man, Ned­er­lands his­tori­cus, schreef in sep­tem­ber 2019 zijn best­seller ‘De meeste mensen deu­gen’, waarin hij dat basisidee, de mens als inher­ent slecht wezen, onderuit haalde met ver­sla­gen en weten­schap­pelijke vast­stellin­gen die aan­to­nen dat de mens, naar­mate de sit­u­atie ver­schrikke­lijk­er wordt, juist meer behulpza­amheid en wel­wil­lend­heid toont. Breg­man ver­wi­jst onder andere naar ver­schil­lende bron­nen die aangeven dat de Brit­ten tij­dens de bom­barde­menten op Lon­den tij­dens de Tweede Werel­door­log er men­taal op vooruit­gin­gen. Eerdere geschillen, poli­tiek of finan­cieel van aard, smolten als sneeuw voor de zon. Mensen werk­ten meer samen om elka­ar door de mis­erie te helpen en naar ver­lu­idt werd er achter­af met gemis terugge­b­likt op deze peri­ode van inter­per­soon­lijk wel­be­ha­gen en dus, iro­nisch genoeg, vrede.

Het virus is als een bom­men­wer­p­er die zijn ziek­te over de onschuldigen heen stort

Ver­taal dit naar onze eigen cri­sis. Het virus is als een bom­mer­w­er­p­er die zijn ziek­te over de onschuldigen uit­stort. Onze economie kri­jgt rake klap­pen, vele gezin­nen komen in finan­cieel moeil­ijke sit­u­aties terecht. Som­mi­gen rak­en soci­aal geï­soleerd in hun gri­jze, doo­dse huis ter­wi­jl hor­den ham­ster­aars de hardst werk­enden onder ons een loer draaien. Op zo’n momenten lijkt het alsof dat zelfzuchtig mis­bak­sel zoals Le Bon het omschreef, weliswaar in min­der extreme mate, de over­hand kri­jgt. Maar zoals des­ti­jds de mensen verblind wer­den door vooro­orde­len en de deels terechte pes­simistis­che mensvisie bin­nen de con­text van de werel­door­logen, wor­den wij van­daag verblind door de een­tonige, barre teneur van het nieuws. We wor­den om de oren ges­la­gen met klin­is­che, onper­soon­lijke sta­tistieken en slecht­nieuwsver­halen zoals het mond­kap­jesteko­rt, die toe­ho­orders in een soort over­span­nen roes bren­gen en paniek creëren.

Je kan niet anders dan bemerken hoe onver­beten het doorzettingsver­mo­gen is in ieder van ons

Achter deze rusteloze zwartk­ijk­er­ij, die weliswaar infor­matief en enigszins nodig is, schuilt een ongeziene onder­linge barmhar­tigheid. De geestdrift en toewi­jd­ing van ons zorg­per­son­eel werd nooit eerder zozeer gelauw­erd. Apothek­ers en mensen die werkza­am zijn in de voed­sel­sec­tor wor­den zo goed mogelijk bescher­md.

Er cir­culeert te vaak een over­tuig­ing dat we gebukt gaan onder het gewicht van een onver­moeibaar op ons inhakkend wange­drocht van een virus, maar als je naar de feit­en kijkt, kan je niet anders dan bemerken hoe onver­beten het doorzettingsver­mo­gen is in ieder van ons om dit dra­ma heel­huids te doorstaan. De online sol­i­dariteit is ongeëve­naard en ondanks die paar – welke naam kan je ze anders geven – idioten die de zware maa­trege­len niet even serieus nemen en de terechte kri­tiek op bepaalde instanties, bli­jft het belan­grijk in het achter­hoofd te houden dat zowat iedereen zijn uiter­ste best doet om deze sit­u­atie tot een goed einde te bren­gen. Dit zijn zorgver­len­ers, labow­erk­ers, virolo­gen, dok­ters, maar ook winkelmedew­erk­ers, truckchauf­feurs, nieuwsper­son­eel, leerkracht­en, pro­fes­soren en voor som­mi­gen met tegen­zin toe te geven, ook politi­ci. Kor­tom: we doen ons best. Ook al wor­den we nu op een voor ons ongeziene manier gecon­fron­teerd met onze eigen ster­fe­lijkheid, dan nog, in een dergelijk dal, weten we als mensen te bloeien.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *