We zijn allemaal autodidacten in sterven

Halloween, Allerheiligen en Allerzielen kloppen weer aan: drie dagen die, hoe verschillend ook, éénzelfde schaduw delen: de dood. Twee, misschien drie dagen per jaar richten we onze aandacht op wie er niet meer is. Althans, dat denken we.

Wanneer we een zoveelste verse chrysant neerzetten op het graf van een verre tante, zijn we dan werkelijk met de dood bezig? Of slechts met het ritueel, de plicht, het gebaar? In mijn ogen blijft de dood iets waar we liever niet aan raken. Een stilte die we zorgvuldig omzeilen. We leven immers (terecht) graag en gulzig. En toch, hoe onwennig het ook blijft om uit te spreken: ooit doen we het allemaal. Doodgaan. De één wat vroeger, de ander wat later, maar niemand slaat die laatste afspraak over.

Twaalf was ik, toen mijn grootvader stierf. De volgende ochtend zat ik weer op school, in hetzelfde lokaal, onder hetzelfde tl-licht, terwijl alles eigenlijk een beetje anders was. Mijn leerkracht deed zijn best om gewoon les te geven, maar zelfs als kind voelde ik het: hij wist niet hoe hij zich moest gedragen. Zijn woorden haperden, zijn blik week af. En ik begreep hem. Want wat moet je eigenlijk doen, wanneer iemand dood is? We hebben er geen taal voor. We draaien eromheen, struikelen over beleefdheden en hopen dat het stil blijft.
Pas jaren later, in het vijfde middelbaar in de les godsdienst, kwam het onderwerp ter sprake. Een les over rouw: eindelijk iemand die durfde benoemen wat we allemaal ooit voelen, maar zelden begrijpen. De ongelofelijk wijze man die die les gaf, meneer Wybo, overleed drie jaar later. Ironisch, wreed maar ook betekenisvol. Van hem leerde ik dat rouw lagen heeft, ritmes, ademhalingen. Dat verlies een vorm van leren is. Zo’n les zou eigenlijk verplicht moeten zijn. Want doodgaan doen we allemaal, vroeg of laat. En rouwen? Dat doen we voor elkaar, keer op keer. Dus waarom weten we er zo weinig over? Waarom kijken we weg, als de buurvrouw haar partner verliest? Omdat we niet weten wat te zeggen? Misschien is dat juist het probleem: we proberen te praten, terwijl we eigenlijk gewoon zouden moeten blijven staan.

We draaien eromheen, struikelen over beleefdheden en hopen dat het stil blijft

Ah, ik ga niet doen alsof ik een premier van België ben die in het Latijn orakelt over de wijsheid van dode Romeinen. Maar soms, heel soms, hadden ze verdomd goed door hoe het leven - en het einde ervan - in elkaar zit. Neem mijn favoriet: Cicero. Meer dan tweeduizend jaar geleden schreef hij dat de dood geen vijand is, maar een reisgezel die onvermijdelijk naast ons meeloopt. Angst, vond hij, is verspilde energie: of er wacht ons niets, en dan is er ook geen pijn meer, of er wacht ons iets eeuwigs, en dan is er niets te vrezen. Voor hem was de dood geen einde, maar een overgang. De ziel die terugkeert naar haar oorsprong, zoals een rivier die uiteindelijk weer uitmondt in zee. En misschien is dat precies wat wij vergeten zijn; niet dat we ons verdriet moeten verstoppen, maar dat we het durven aankijken. Dat we de stilte niet behandelen als een leegte die we moeten vullen, maar als iets waar we even in mogen blijven staan. Zoals Cicero dat deed: niet wegrennen van de dood, maar haar zachtjes bij de naam noemen.

En rouwen? Dat doen we voor elkaar, keer op keer

Manu Keirse weet het in één zin te vatten, wat ik met al mijn woorden probeer te raken: "Echte troost ligt vaak niet in het vinden van het antwoord, maar in het steeds opnieuw mogen stellen van de vraag." Dus als u straks iemand ziet op het kerkhof, half verscholen tussen de chrysanten, loop dan niet gedachteloos voorbij. Misschien zoekt die persoon niet een graf, maar een glimp van begrip. Misschien zoekt diegene jou. Want daar, tussen de koude steen en de herfstlucht, is het raakpunt tussen ons allemaal: we zijn even verloren, even zoekend, even mens. Kijk elkaar dan even aan. Zwijg samen, als dat moet.
We zijn allemaal autodidacten in het sterven.

0
Gemiddeld: 4.5 (4 stemmen)

Reacties

Bericht: 
Treffend, mooi verwoord! Ik vind dit één van je mooiste beschouwingen!

Bericht: 
Wat een tekst! Mooi, ontroerend

Bericht: 
Prachtig beschreven...en de waarheid!

Bericht: 
“De stilte is niet leeg maar vol antwoorden”. BZN april 2019 .Treffend en met zachtheid geschreven.

Bericht: 
Opa Roger ziet in jou zijn gelijke. Apetrots zou hij zijn. Prachtog verwoord

Bericht: 
Mooi geschreven. Ontroerend.

Reactie toevoegen