Ik mis vroeger

Ongeveer een week geleden kwam ik voor het eerst in vele maanden weer naar Gent. Enerzijds om wat spullen op te pikken die nog op kot stonden, maar eerlijk gezegd ook om nog eens te kunnen profiteren van deze stad die me zo nauw aan het hart ligt.

Je moet weten dat het normaliter mijn gewoonte is om op (semi-)dagelijkse basis iets te schrijven. Rond mijn zestiende heb ik mijzelf (semi-)wijs gemaakt dat ik de geschiedenis van mijn leven moest bijhouden. Ach ja, ik ben sinds kort van deze traditie afgestapt, maar de zelfopgelegde plicht dat ik in mijn leven zo nu en dan moet bewaren, probeer ik deels nog steeds te vervullen. Terugkeren naar Gent na zoveel tijd en eens meemaken wat daar allemaal aan de hand is, bleek dus een perfecte kans om dit kersvers uit het geheugen in woorden neer te pennen.

Maar dat heb ik niet gedaan. Ik had het er een beetje te moeilijk mee.

Ik had mijn quarantaine doorgebracht in het kleine dorpsstadje van Sluizen, in een deelgemeente van Limburg – zwaar getroffen door COVID-19, maar voor wat betreft de 10km radius rond mijn huis denk ik dat deze eigenlijk wat dichter bewoond is door koeien dan door mensen. Veel verschil tussen vroeger en nu was hier dus niet echt te merken.

Wanneer komt de dag dat alles weer zoals vroeger is?

We kwamen aan, mijn mama en ik, en de winkel onderaan mijn kot was gesloten. Het papiertje op de deur duidde aan dat het zo zou blijven "tot nader order – dit om de gezondheid van onze klanten en verko(o)p(st)ers te verzekeren." Ik wou nog even in de stad een wandelingetje maken, waarbij de politie aan het einde van de straat nauwgezet toekeek of we al dan niet in de goede richting aan het stappen waren. We zijn dan nog even op de Korenmarkt naar De Post gegaan om net als vroeger leuke kledij te spotten, maar zij noch ik durfde iets aan te raken zonder zich daarbij toch wat ongemakkelijk te voelen. Maar wat mij misschien het meest trof in Gent, is Gent op zich. Gent, dat wat van zijn gewoonlijke jovialiteit precies verloren had. Gent met maar enkele mensen hier en daar, zoveel minder dan op een normale weekdag. De studenten waren weg, de toeristen eveneens. Van die mensen die er nog overbleven, zat ieder achter hun mondmasker op minstens een meter afstand van elkaar.

Akelig, zo voelde het voor mij aan. Alsof de stad waarin ik zo graag woonde gewoon verdwenen was. Of enkel nog bestond in mijn verbeelding, zoals ik mij hem kan herinneren. Gent: de stad die altijd zo levendig was, waar elke dag zoveel te bezien en te bezoeken was, waar er zoveel te beleven was.

Wanneer komt de dag dat alles weer zoals vroeger is? Dat het normaal is met vrienden en vriendinnen af te spreken aan de Korenlei, dat we simpelweg omdat we daar zin in hebben gaan picknicken aan de Blaarmeersen. Dat ik weer naar de Vooruit kan gaan met de gasten van Schamper; dat ik weer een-op-eeninterviews zal afnemen, discussies zal aangaan met proffen of gewoon een biertje ga drinken op café.

Het is gedaan met het studentenleven – het is net alsof het gedaan is.

En voor dat ik terug naar huis keerde, las ik nog op de voorgevel van de Sphinx Cinema: "Wij u ook."

God, ik ook. Ik ook.

0
Gemiddeld: 4.7 (3 stemmen)

Reactie toevoegen