Elke week wordt wel iemand in het publiek debat of op sociale media aan de digitale schandpaal genageld. Hoe slagen de media er nu precies in om dat debat op te voeren en hoe schadelijk kan het zijn voor het slachtoffer van sociale mediahaat?
Wat is een mediastorm?
De voorbije maand is er veel gebeurd. Er was opnieuw veel commotie in het nieuws. Dit keer niet ver van huis. Onze eigen rector De Sutter kwam onder vuur te liggen na een onderzoek van Apache waaruit bleek dat ze voor haar openingscollege foute AI-quotes had gebruikt. Nadien barstte er snel een storm uit in de media, maar wat is zo'n storm? Volgens het online woordenboek 'Woordenlijst.org' is een mediastorm: "een plotselinge grote ophef in kranten, tv en radio over een bepaald onderwerp." Het gaat dan vaak over onderwerpen die shockeren en mensen met een sterk gevoel achterlaten, waardoor er al snel publiek debat over gevoerd wordt. Een mediastorm is als term vrij neutraal en kan dus positief of negatief zijn voor personen die betrokken zijn. Zo kreeg Gisele Pelicot, na een mediastorm over haar zaak, veel lofbetuigingen en online-steun. Maar het omgekeerde gebeurt ook, waarbij de betrokken persoon juist veel boosheid over zich heen kan krijgen, vaak gaat dit dan gepaard met 'cancel culture'.
Cancel culture
Mediastormen zijn meestal het gevolg van een uitspraak of fout die een persoon begaan heeft. In extreme gevallen kan de persoon in kwestie zelfs gecanceld worden. Men spreekt over de 'cancel culture' of de 'afrekencultuur' wanneer je openlijk wordt bekritiseerd of geboycot. De cancelculture wordt gezien als een probleem van deze tijd, omdat het gepaard gaat met een storm van verontwaardiging op sociale media. Zo werd de koffieketen Starbucks ooit gecanceld omdat haar werknemers geen T-shirts mochten dragen die steun voor de Black Lives Matter-beweging uitstralen. Het cancelen gebeurt dus meestal wanneer iemand racistische of ongepaste uitspraken doet, waardoor die persoon en diens uitlatingen niet meer als waardevol worden gezien en een massabeweging ontstaat tegen de gecancelde persoon. Als het gaat om een bekend iemand, gebeurt het zelfs dat zijn of haar werkgevers onder druk gezet kunnen worden om de samenwerking met hen te beëindigen, wat het imago van de betrokken persoon zwaar kan schaden.
Gevolgen
Een mediastorm kan ferme gevolgen hebben voor personen die erin meegetrokken worden, zeker als dit gepaard gaat met een boycot zoals vaak het geval is bij cancel culture. De publieke aandacht en vaak publieke shaming die dan volgt kan mentaal zwaar doorwegen. De gecancelde persoon kan online te maken krijgen met intimidatie, aan de hand van negatieve reacties of zelfs haatberichten. In de zwaarste gevallen wordt ook online persoonlijke informatie verspreid, zoals een huisadres. Naast de psychologische gevolgen, lijden slachtoffers vaak ook aan reputatieverlies en kan dit het einde van hun carrière betekenen, wat dan ook leidt tot financieel verlies.
De kracht en druk van de massa kan soms ook positieve gevolgen hebben en verandering afdwingen bij belangrijke sociale discussies
Om het voorbeeld van De Sutter er weer bij te nemen, heeft haar reputatie schade geleid tot haar beslissing om een eredoctoraat in Amsterdam niet persoonlijk te accepteren. Het blijft een morele discussie of die gevolgen terecht zijn of niet. De verontwaardiging is vaak groot en wordt gedeeld door een publiek, wat een groepsgevoel creëert. De kracht en druk van de massa kan soms ook positieve gevolgen hebben en verandering afdwingen bij belangrijke sociale discussies.
Compassion fatigue
Mediastormen maken een deel uit van het bredere mediadieet dat we elke dag consumeren. Ze vormen één element van een eindeloze hoop informatie en (slecht) nieuws dat we via sociale media, traditionele nieuwsorganisaties, of waar je je ook informeert, binnenkrijgen. Maar geven we evenveel om al die feiten? Zijn we even geëngageerd in alle slechte nieuwsfeiten die we te zien krijgen? Moeten we ons schuldig voelen als we toch niet meedoen aan de zoveelste boycot? Het is onmogelijk om steeds over alles up-to-date te blijven, en dat gaat ook niet. Er zijn grenzen aan ons medeleven. Volgens academicus Susan Moeller aan de Universiteit van Maryland in de VS is dat een gevolg van "compassiemoeheid", of "compassion fatigue". In haar boek over het fenomeen legt ze uit hoe de media razendsnel van trauma naar trauma springen, waardoor een hele hoop slecht nieuws in de media vergroot wordt tot één wazig boeltje van verdorvenheid, wat zou voor de consument dat moeilijk te bevatten valt. We geraken, volgens Moeller, op die manier verdoofd aan onder andere mediastormen. Ze zouden te vaak gebeuren om dan steeds weer evenveel aandacht in te kunnen investeren, wat we ook niet gezond zouden aankunnen, zelfs als we dat wilden.
Mediastormen maken een deel uit van het bredere mediadieet dat we elk, apart, elke dag, consumeren
Die compassiemoeheid is oorspronkelijk een term uit de medische of psychologische wereld. Ze staat voor een psychische conditie van mentale uitputting die door gezondheidsmedewerkers ervaren wordt doordat ze elke dag menselijk lijden moeten meemaken. Maar hoewel die oorspronkelijke definitie zich beperkte tot mensen binnen de "caring sectors" zijn er academici zoals Charles Figley aan de Tulane Universiteit die beargumenteren dat iedereen kwetsbaar is tegenover compassiemoeheid, een fenomeen dat Figley als een soort traumatische gebeurtenis opvat. Hij beweert dat onze moderne 24/7 nieuwscyclus mensen hiertegen gevoeliger maakt. De symptomen zijn dan volgens Figley een soort emotionele verlamming, een gevoelloosheid omwille van een overlading aan slecht of traumatisch nieuws.






Reactie toevoegen