Opinie: het ene dode familielid is het andere niet

Althans, toch niet als je de reglementen van de UGent erop naleest. Daar ben ik vorige blok achter gekomen.

In die periode werd ik geconfronteerd met het plotse overlijden van een familielid. Mijn examenrooster was al pittig: drie examens op zes dagen tijd. Plots kwam daar ook nog eens een uitvaart en heel wat verdriet bij. Toen ik bij een professor informeerde om aan het inhaalexamen deel te nemen, kreeg ik een 'njet'. 

Het maakte mij niet echt uit wanneer ik het examen aflegde, maar het zette me toch aan het denken. Tot mijn eigen verbazing las ik in de reglementen van de UGent hoe beperkt onze universitaire omschrijving van overmacht bij een overlijden is. Een overlijden is een wettige reden van afwezigheid, maar enkel tot en met de tweede graad. Het gaat dus enkel om ouders, grootouders, en broers en zussen. Personen met wie de student samenwoont vallen ook onder het overmachtsbegrip. Afwezigheid wegens een ander overlijden kan altijd, maar het recht om deel te nemen aan een inhaalexamen vervalt. Je wordt met andere woorden rechtstreeks op je kont geschopt richting tweede zit. Voor veel studenten maakt die extra examenkans juist een groot verschil.

De reden achter die grens werd me duidelijk gemaakt via een telefoontje met de faculteit: het is onmogelijk om een studentenpopulatie van ruim 50 000 studenten te gaan controleren. Vanuit een praktisch oogpunt valt daar iets voor te zeggen. De UGent moet immers haar administratieve lasten binnen de perken houden. Andere bedrijven hebben een gelijkaardige regeling, weliswaar in een heel andere context dan een examenperiode. Sommige universiteiten hebben zelfs helemaal geen kader voor overmacht wegens overlijden. 

Vanuit een menselijk oogpunt schiet die grens echter tekort.  De universiteit impliceert zo dat studenten het overlijden van een 'te ver' familielid enkel zouden aanwenden om gewettigd hun kat te kunnen sturen naar een examen. Dat getuigt van een tenenkrommend staaltje cynisme.

Daarnaast is de afbakening willekeurig. Sinds wanneer valt menselijk leed op te delen in ordes en graden? Het miskent de realiteit dat een emotionele band zich niet laat definiëren door bloed alleen: als mijn beste vriend of mijn lief zou doodgaan, zou dat minstens even hard doorwegen als het verdriet om een overleden opa. In het tweede geval zou ik mogen deelnemen aan een inhaalexamen in de eerste zit, in het eerste geval zou ik zonder pardon verbannen worden naar augustus.

Sinds wanneer valt menselijk leed op te delen in ordes en graden?

Nu, het is niet dat er geen mogelijkheden zijn. Als je graag wil deelnemen aan een inhaalexamen na het overlijden van een geliefde die 'te ver' staat, kan je nog altijd een mailtje sturen naar de lesgever en hopen op begrip. Het probleem is dat het dan wel om een gunst gaat, niet om een garantie. Dat begrip hangt dus af van de professor en is soms ver te zoeken. Het leidt tot een ongelijke behandeling onder studenten. Een tweede ironisch gevolg is dat het rouwende studenten tot liegen aanspoort: 'Hoop ik op wat empathie bij die notoir vervelende prof, of speel ik op zeker en fake ik buikgriep bij mijn huisarts?'

Volgens sommige media zijn studenten slechts "kasplantjes". Of dat waar is, weet ik niet. Ik weet wel dat de UGent een universiteit is die haar studenten ondersteunt, of dat in elk geval probeert, via studentenpsychologen, bijzondere statuten en het Zorgcentrum. In het midden van die ondersteuning is de definitie van 'overmacht' een gapend gat.

0
Gemiddeld: 5 (2 stemmen)

Reacties

Bericht: 
Toen mijn lief is overleden enkele weken voor de examens heeft de universiteit heel goed geholpen. Ik mocht examens en deadlines inplannen in overleg met de proffen en mocht aan inhaalexamens deelnemen zoveel ik wou. Ik weet niet wat de officiële richtlijnen precies zijn maar ik kon geen betere reactie wensen dan de gene die ik van de universiteit heb gekregen. Ik kan mij voorstellen dat de ugent altijd geweldig omgaat bij het overlijden van een geliefde maar het klopt voor mijn faculteit alleszins niet dat ik minder faciliteiten kreeg omdat het geen dicht familielid was.

Reactie toevoegen