De Gentse universiteitsbibliotheek: van vochtige kelder tot statige toren

Na negen lange jaren is de Boekentoren opnieuw open en uit haar geschiedenisboeken blijkt: dit is een iconisch gebouw.

Vroeger, toen er van de Boekentoren nog geen sprake was, bevond onze universiteitsbibliotheek zich in de oude Baudelooabdij (nu de Holy Food Market). Een charmante oude abdij met ruimte voor een universiteits- en stadsbibliotheek, leesruimtes en genoeg plaats voor een universitaire collectie. Het is te zeggen: dat was zo in 1817. De Baudeloobibliotheek werd al snel te klein voor de snel uitbreidende natuurwetenschappen in de negentiende eeuw, en dat was niet het enige probleem waarmee het gebouw kampte. De Baudeloobuurt wordt doorkruist door de Ottogracht en verschillende Leiearmen. Dat zorgde ervoor dat bibliothecarissen te kampen kregen met een nogal vochtig probleempje in hun boeken: schimmel, verrotte pagina's en insijpelend water. Honderd jaar na haar inauguratie verliest de Baudeloobibliotheek dan ook haar functie als universiteitsbiliotheek. 

De Gentse Eiffeltoren

Na enkele jaren vertraging door de Eerste Wereldoorlog werd Henry Van de Velde in 1933 aangesteld als architect voor een nieuwe universiteitsbibliotheek. Niet meer in de verre Baudeloobuurt, maar pal op de Blandijn in het hart van de studentenbuurt. Al snel komt Van de Velde met het atypische torenontwerp. Een vierde Gentse toren, gevuld met boeken, als baken van de wetenschap. Zoals bij vele grote publieke bouwwerken kwam de oplevering er niet zonder slag of stoot. Het ontwerp van Van de Velde kreeg namelijk meteen kritiek te verduren. Bibliothecarissen maakten zich zorgen over de praktische haalbaarheid van een bibliotheek bestaande uit twintig verdiepen, en het modernistische ontwerp werd lang niet door iedereen gesmaakt. Daarnaast moest een volledig beluik worden gesloopt om plaats te maken voor wat volgens de plaatselijke bevolking een kille, grijze, betonconstructie was.

Alle protest ten spijt ging de bouw van de Boekentoren toch van start. De toren opende in 1942, waar hij meteen de ondankbare taak kreeg om tijdens de Tweede Wereldoorlog als Duits luchtafweergeschut te fungeren. Hierdoor werd meteen het dak van de Boekentoren onherstelbaar beschadigd. De wereldoorlog was echter niet het ergste dat de Boekentoren moest doorstaan. Jaren van publieke desinteresse, gebrekkig onderhoud en betonrot leidden ertoe dat de Boekentoren aan het begin van de 21e eeuw in een lamentabele staat verkeerde. De status 'beschermd monument' maakte van de Boekentoren vooral een stervend monument: zo was, bijvoorbeeld, de betonlaag dermate beschadigd dat er geregeld stukken naar beneden vielen. Dit dieptepunt was voor de Boekentoren gelukkig ook een keerpunt. Stemmen gingen op om het monument in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, en in 2012 startte de renovatie.

Het genie Van de Velde

Dat een dergelijke renovatie geen sinecure zou zijn, was vanaf het begin duidelijk. Talloze waardevolle maar breekbare boeken, kaarten en manuscripten moesten vanuit de toren naar een ondergronds depot worden verplaatst. Dries Moreels, hoofdbibliothecaris van de Boekentoren, legt uit: "In 2017 is de volledige collectie in 17 weken verhuisd naar het depot. Die 17 weken is natuurlijk maar het rollen van de boekenkarretjes. Het is een gigantische oefening geweest om die collectie klaar te maken voor verhuis. De toren had dan ook meer dan 40 kilometer legplanken, en ons depot slechts 37 kilometer. We moesten dus slimmer omgaan met de ruimte. Iedere keer is er nagedacht over hoe we iets het beste kunnen bewaren: staand, liggend of in een doos. Er zijn duizenden ingrepen verricht om de boeken in de juiste conditie te krijgen op het moment van de eigenlijke verhuisoperatie."

"Het is een gigantische oefening geweest om de collectie klaar te maken voor verhuis" – Dries Moreels

Een atypisch gebouw van bijna honderd jaar oud als de Boekentoren gebruiken als moderne universiteitsbibliotheek, het klinkt niet evident. Toch schuilt volgens Moreels hierin net de genialiteit van het ontwerp van Van de Velde: "Dat is eigenlijk het meest fascinerende aan dit gebouw: het is gerenoveerd als monument, dus heel wat is terug in de staat van de oorspronkelijke plannen gebracht. Wij gebruiken dus nu hetzelfde grondplan als toen en in heel veel opzichten is de manier waarop de universiteit en een onderzoeker werken fundamenteel veranderd. De schaal van het wetenschappelijk bedrijf is zo veel toegenomen, maar deze ruimtes zijn echter nog steeds fantastisch om in te werken en te converseren. Het grondplan werkt nog steeds, terwijl het wel een ontwerp van de jaren '30 is. Echt fascinerend. "Het is een goed voorbeeld van hoe tijdloos het werk van Van de Velde is."

Het pronkstuk van de toren is natuurlijk de belvedère. "Het is een fascinerende ruimte. Het is bijna een tempel. Mensen die boven komen, worden meteen stil. Van de Velde wilde ook specifiek het hoogste punt van Gent voor zijn toren." Wat weinig bezoekers weten, is dat er op het dak van de toren een bronzen hond waakt over de stad. Deze hond, naar een idee van Greta van Puyenbroeck, kijkt uit over de stad en moet tot nadenken stemmen, associaties opwekken, en gespreksstof bieden.

0
Gemiddeld: 3 (2 stemmen)

Reactie toevoegen