Recensie: Infinity War

In 2008 maakten enkele medewerkers van Marvel Studios de krankzinnige belofte niet gewoon superheldenfilms -  die toen beschouwd werden als een vrij marginaal niche - te maken, maar een heel universum van superheldenfilms. Het is nu tien jaar later, en die belofte hebben ze op heldhaftige wijze gehouden.

Zonder te veel te spoilen kunnen we zeggen dat ‘Infinity War’ een fantastische film is. Sterker nog, Marvel laat met deze film zien dat ze geleerd hebben uit het verleden. Thanos bleek een geloofwaardige vijand. Hij deed ons denken aan Killmonger in ‘Black Panther’, zonder dat de actie eronder leed. Ook de komische toon van ‘Guardians of the Galaxy’ en ‘Spider-Man’ klonk door in de film.

Ergens stemt het succes van de film echter ook tot droefheid, een sentiment dat oudere filmmakers delen. Met het grote succes van hun cinematic universe, dat gesymboliseerd wordt door deze film, luidt Marvel volgens sommigen het einde van de klassieke cinema in. De film is één grote cross-over. Dat kennen we van comics en series, maar voor films heeft het grote implicaties. Wie van ‘Infinity War’ wil genieten, moet vertrouwd zijn met zo’n achttien andere films. Op die manier voelt de film meer aan als een seizoensfinale. Ergens is dit niets nieuws. Sequels zijn immers zo oud als het medium. Maar op deze schaal en met deze diversiteit aan personages lijkt de film bijna een vormvernieuwer. Hopelijk zorgt 'Infinity War' er dus niet voor dat er voortaan minder ruimte is voor de gewaagde, alleenstaande film die écht vernieuwend is. 

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen