In discussies over AI, en ook daarbuiten, is de stelling dat AI nu eenmaal een onontkoombaar deel van onze huidige realiteit is - en dat nog meer zal zijn in de toekomst - alomtegenwoordig. De werkelijkheid is wat die is, en dat is een dooddoener voor eender welk debat over kunstmatige intelligentie. We mogen echter niet uit het oog verliezen: over die werkelijkheid valt te discussiëren!
Mijn vraag op het Open Studentenforum
Of het toestaan van artificiële intelligentie niet ingaat tegen de kerngedachte - sapere aude - van onze universiteit? Dat was in het kort mijn vraag op de bescheiden eerste editie van het Open Studentenforum georganiseerd door het nieuwe rector-viceduo De Sutter-Reynaert. Een universiteit draait om kritisch en autonoom denken, artificiële intelligentie doet naar mijn mening het tegenovergestelde.
Enkel zelfstandige menselijke kennisverwerking en betekenisproductie kan leiden tot een open interactie met de complexe wereld rondom ons, die gefocust is op vragen en het eeuwige besef dat geen enkel antwoord ooit sluitend zal zijn. De schematiserende tendens van AI, daarentegen, om de werkelijkheid te vereenvoudigen tot luie antwoorden in simpele puntjes, gekoppeld aan de naïeve neiging haar ideologisch bevooroordeelde 'kennis' voor te stellen als neutraal - en haast alomvattend - staat haaks tegenover deze cruciale houding.
Vandaar dat ik geloof dat elke vraag en discussie rond dit onderwerp uitermate relevant is. Het antwoord van rector De Sutter in dezen was op het eerste gezicht hoopvol: zij erkende het belang van deze theoretische overwegingen. Er is ook debat, en dat debat is complex, werd door de rector erkend - maar: grosso modo blijft de UGent-lijn dat een AI-verbod onrealistisch is en we, onder druk van deze technologische omwenteling, dus naar nieuwe vormen van evaluatie zullen moeten.
Selffulfilling prophecy
Die redenering is erg fatalistisch, zo zei onze rector zelf ook, maar dat is nu eenmaal de realiteit. Het valt op: de werkelijkheid wordt constant gebruikt als rechtvaardiging voor de keuzes die de UGent maakt met betrekking tot het AI-probleem - een probleem waar we ons toch geleidelijk aan, zo luidt de redenering, aan zullen moeten aanpassen. Zo ook in de eerste zinnen in de reactie van De Sutter op haar eigen problematische AI-gebruik in haar rectorale rede: "AI is niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Aan de UGent omarmen we dan ook de voordelen van AI en willen we onze UGent'ers leren om hiermee kritisch om te gaan." De achterliggende veronderstelling hier bevat echter drie problemen.
Ten eerste (1) zitten we hier met een selffulfilling prophecy. Als AI vandaag overal in de maatschappij geïntegreerd moet worden 'want het is de toekomst', dan zal het in de toekomst ook daadwerkelijk overal geïntegreerd zijn en zal die redenering kloppen. AI is overal net omdat organisaties en instituties over de hele wereld ervan uitgaan dat AI overal is en zij niet achter kunnen blijven. Dit is geen aanval op het specifieke UGent-beleid in dezen. Het antwoord van de rector op het Open Studentenforum en het beleid dat hiermee onderbouwd wordt, zijn deel van een breder fenomeen. Indien AI echter niet langer overal geïmplementeerd zou worden, zou de stelling 'AI is overal' als een kaartenhuisje in elkaar vallen.
Los van het belang voor grote datasets en overige kwantitatieve taken valt er daarenboven (2) over de daadwerkelijke toegevoegde waarde van artificiële intelligentie nog veel te discussiëren - die vraag wordt enkel groter in verhouding tot de miljardeninfrastructuren die wereldwijd op poten worden gezet ter ondersteuning van deze nieuwe technologie. Zelfs als AI overal is, blijft dus de vraag wat de waarde daarvan is - en dan niet louter in financiële zin, aangezien daar duidelijke tekenen van bubbelvorming zichtbaar zijn. Het is belangrijk te onthouden dat disruptiviteit en verandering niet altijd automatisch leiden tot vooruitgang.
Discours
Tot slot, en dit is het belangrijkste (3): de realiteit staat niet vast. In pragmatische zin min of meer wel, ja, oké - waarom ook niet? Als we even vanuit lekker postmoderne theorie redeneren, staat louter vast dat niets vaststaat, maar pragmatisch gezien staan er dingen vast: dat Hans Jonas nooit rector is geweest van de universiteit van München, bijvoorbeeld. Het zou gevaarlijk zijn de vloeibaarheid der dingen paradoxaal genoeg te beschouwen als onveranderlijk dogma. Dogma is the enemy of progress, weet u wel. Er zijn dus, nogmaals, wel degelijk dingen die vaststaan, waaronder het feit dat het citaat uit de vorige zin niet uit een toespraak van Einstein aan de Sorbonne in 1929 komt.
En meer nog: ik geef het toe, AI is overal, en het is dus logisch dat een organisatie als de UGent inzake de AI-kwestie het praktische pad bewandelt en zich aanpast aan de werkelijkheid alsof die vaststaat.
Die pragmatische visie kan desalniettemin ook leiden tot een eerder nihilistisch idee dat verzet tegen deze kunstmatige intelligentie geen zin heeft, want 'het is wat het is', een houding die enkel versterkt wordt door dus keer op keer te horen dat AI onvermijdbaar onontkoombaar overal is, en dat een AI-verbod dus simpelweg 'niet realistisch' is. De onvermijdelijkheid van AI lijkt zo te worden gereflecteerd in de taal, maar net daar bevindt zich de clou.
Taal versterkt immers onze notie van de werkelijkheid en vice versa. Op dit moment is onze taal doordrongen van het dominante discours, om even een leuk woordje te gebruiken, dat AI inderdaad deel is van de werkelijkheid, een discours dat direct te traceren is naar een hoopje techbazen uit Silicon Valley die, door AI voor te stellen zoals hierboven beschreven, niet enkel heel veel geld willen verdienen met hun nieuwe technologie, maar ook mikken op een fundamentele verandering van onze maatschappij, waar zij, al dan niet intentioneel, enorm veel macht zullen krijgen over de manier waarop wij denken én doen.
(Tegen)macht
Ik heb nogal de - ietwat pathologische - neiging naar Foucault te verwijzen in alles wat ik schrijf, dus hier gaan we weer, maar elke nieuwe macht consolideert zich in samenspel met een nieuw discours en omgekeerd, weten we dankzij onze favoriete kale Fransman. Wij nemen hier de geboorte van een nieuwe orde waar, de geboorte van een nieuwe realiteit. En we kunnen meegaan in dat dominante discours, en pragmatisch accepteren dat de nieuwe realiteit inderdaad de nieuwe realiteit is, of we kunnen ons ertegen verzetten.
Want voor elk discours is er een tegendiscours. Ziehier mijn tegendiscours: AI is niet de werkelijkheid. Er is ruimte voor discussie. Dat is het politieke in zijn diepste zin: discussie over de werkelijkheid, en dan specifieker over welke werkelijkheid wij wensen. En nogmaals: dat een organisatie als de UGent de weg van de werkelijkheid kiest, valt volledig te begrijpen. Maar laat ons het debat in dezen te allen tijde lekker levendig houden en altijd onthouden dat de strijd om de realiteit nooit gestreden is. Niet wat betreft AI, en evenmin daarbuiten.





Reacties
(Geen onderwerp)
Reactie toevoegen