Zijn onvergoede stages fair?

Stage lopen is een fundamentele stap binnen de overgang tussen studeren en de arbeidsmarkt. Ervaring als een vorm van betaling was het courante idee, maar intussen komen gesprekken op gang over een vergoeding van onkosten en de arbeid van studenten. 

De soms harde realiteit van stage lopen

Volgens het reglement aan de UGent staat zowel de stage-instelling als de onderwijsinstelling in voor de begeleiding van de student door stagedoelstellingen en tussentijdse feedback te formuleren, waarna de student de stageplek ook mag beoordelen. Het reglement stelt ook dat binnen een curriculaire stage je in principe niet vergoed wordt voor het verrichte werk en kortom de stageplek niet verplicht is dit te doen. Een eventuele vergoeding voor onkosten die gemaakt zijn, is mogelijk, maar moet in samenspraak met de stagegever.

Een vierdejaars rechtenstudent aan de UGent getuigt dan ook dat ze om deze reden bewust kiest voor een zomerstage die buiten het curriculum valt. "Ik zie mijn stages echt als mijn studentenjob; ik doe er een paar in de zomer en financier er mijn academiejaar mee." Zij getuigt ook van het belang van stages, zeker binnen haar richting: "De rechten blijft een zeer doctrinair clubje waar je de 'wetenschap' leert. Eens je bent afgestudeerd, kan je nog niets in de praktijk. De werkplek is een tweede unief."

 "Wanneer een stagair meedraait binnen een organisatie, is er geen reden om hun anders te behandelen dan werknemers"- Vertegenwoordiger van ACOD

Wij spraken ook een student die in haar derde jaar lerarenopleiding zit aan de Arteveldehogeschool. Zij moest in haar laatste jaar drie stages afleggen, wat in combinatie met haar eigen lessenpakket niet altijd makkelijk was. Daarnaast is er naast het lesgeven zelf ook een grote administratieve last voor studenten die stage doen binnen het onderwijs. "Zo zou je per uur dat je lesgeeft twee uur aan voorbereidend werk hebben. Maar dit strookt niet met de realiteit van ons takenpakket, wat bestaat uit administratie bijhouden en nieuw didactisch materiaal voorzien. Daarnaast gaat het voorzien van didactisch materiaal als het vervoer naar een stageplek gepaard met oplopende kosten voor de student. Je kunt bij studentenvoorzieningen aankloppen, maar er zijn veel studenten die door de mazen van het systeem glippen."

Een afgestudeerde student vroedkunde uit Leuven kaart ook deze verborgen kosten aan. "Er werd geen rekening gehouden met mijn voorkeur of woonplaats bij de plaatsing, terwijl ik een beursstudent ben. Vaak kreeg ik een stageplek toegewezen die moeilijk bereikbaar was, waardoor ik vooral moest rekenen op mijn mama en grootouders voor vervoer."

De VVS (Vlaamse Vertegenwoordiging van Studenten) stelt vanuit een bevraging zelfs dat onbetaalde stages zorgen dat studenten eerder een stage kiezen, gebaseerd op bereikbaarheid en de benodigdheden voor een stage dan inhoud. Op die manier wordt de essentie van een stage, het educatieve luik, verwaarloosd en zorgen onbetaalde stages voor een kloof tussen studenten gebaseerd op hun financiële middelen. Een vertegenwoordiger van ACOD stelt: "Wanneer een stagiaire meedraait binnen organisatie, is er geen reden om hun anders te behandelen als werknemers, gezien iedere medewerker zich initieel moet inwerken. Ideaal zou er minstens een Vlaanderenbrede regeling moeten zijn over stages, maar hoger onderwijsinstellingen kunnen zeker een actievere rol opnemen in het debat om de rechten van stagiaires beter te beschermen. "

"Ik ben heel dankbaar voor de kans die een stage biedt, maar uiteindelijk draaien wij wel mee in de economie en daarvoor verdienen wij wel een financiële vergoeding."- Student lerarenopleiding

 

Stappen op Europees niveau

De discussie rond stages is al langer aan de gang. In 2023 werd er een resolutie gestemd om richtlijnen op te stellen voor stages op Europees niveau die de toegankelijkheid evenals de sociale bescherming van stagiaires wil uitbreiden. In 2024 presenteerde de Europese Commissie een wetgevingsvoorstel over stages waar ze trachten concrete doelstellingen te formuleren. Na moeizame onderhandelingen, formuleert de raad een minder progressief standpunt in juni 2025 waar men uitsluitend het woord traineeship gebruikt, binnen wat weinig afgelijnd is in definitie binnen de formulering van eventuele maatregelen. Echter beperkt men zich binnen het voorstel tot maatregelen omtrent de arbeidsomstandigheden en rechtszekerheid binnen curriculaire stages en stages binnen het actieve arbeidsmarktbeleid. Gezien deze stages deel uitmaken van nationale bevoegdheden als onderwijs, stellen zij dat dit opgevolgd moet worden op nationaal niveau. Anderzijds kaarten ze zowel de kwetsbare rol van stagiaires aan binnen de arbeidsmarkt als het gebrek aan regelgeving en effectieve handhaving op het nationaal niveau. Zij wijden een groot stuk aan het identificeren en sancties opleggen voor werkgevers die valse traineeships faciliteren die de rechten van de trainee/werknemer in het gedrang doen komen.

En hoe zit het nu?

In september 2025 komt er verandering in de zaak. De werkgelegenheidscommissie van het Europees Parlement heeft een verslag opgesteld dat als basis dient voor verdere onderhandelingen. Dit nieuwe akkoord verbiedt onbetaalde stages en stelt ook een duidelijke definitie van wat een stage inhoudt. Ook wil de Europese Commissie met dit akkoord gelijke behandeling van stagiairs veiligstellen en stagiairs gemakkelijker toegang geven tot vakbonden. Het akkoord zet de norm voor sociale bescherming, afgelijnde werkdagen, beloning voor het geleverde werk en het vergoeden van onkosten gemaakt binnen de stages. Binnen de vraag rond vergoeding en verloning ligt België ver achter op Nederland, dat al sinds 2023 vergoedingen voorziet voor stagiaires. Zo sluit de student die lerarenopleiding volgt aan de Arteveldehogeschool af met: "Ik ben heel dankbaar voor de kans die een stage biedt, maar uiteindelijk draaien wij wel mee in de economie en daarvoor verdienen wij wel een financiële vergoeding."
 

0
Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reactie toevoegen