Waarom studentenparticipatie niet langer werkt

Of wat de universiteit je niet vertelt

Studentenvertegenwoordiging is al jarenlang een vaste waarde op het lijstje buzzwords van menig universitair beleidsmaker. Ook de stem van de student moet gehoord worden om te kunnen spreken van democratisch en participatief onderwijs. Maar gebeurt dat wel?

Cultheld Bob Ross

Tot voor kort bestond er heel wat onwetendheid over het doen en laten van studentenvertegenwoordigers (verder stuvers genoemd, red.). Zo komt er vanuit de UGent zo goed als geen info over hen en zijn er geen statistieken terug te vinden. Frédéric Piccavet, zelf oud-lid van de Gentse Studentenraad, besteedde zijn masterproef aan de toestand van de studentenvertegenwoordiging. Hij kwam tot enkele verrassende vaststellingen die ons vragen doen stellen omtrent de efficiëntie, democratie en kwaliteit van de hiervan in Vlaanderen. “Uit de bevraging blijkt dat stuvers vooral louter uit engagement aan studentenvertegenwoordiging doen en om medestudenten een dienst te bewijzen. Andere factoren zoals het uitbouwen van vriendschappen en cv-jagen spelen zeker ook mee, maar het is duidelijk dat het altruïstische motief voor de meeste stuvers primeert”, poneert Piccavet.

Het leven zoals het is: de stuver

Vanuit de hogere onderwijsinstellingen wordt er constant op het belang van de stuvers gehamerd. Men is dan ook geneigd te denken dat de UGent alles in het werk stelt om de participatie zo vlot mogelijk te laten verlopen. Niets is echter minder waar. Uit het onderzoek blijkt dat heel wat stuvers ontevreden zijn over de faciliteiten die de universiteit hen verschaft: “We hebben het dan over lokalen, ICT-voorzieningen, printmogelijkheden, het hebben van een participatiecoach, informatie vanuit de instellingen, mogelijkheid tot vrijstelling van verplichte lessen enzovoort. Op ieder gebied scoort men lager dan stuvers in realiteit zouden willen. Op die manier dreig je een schijnparticipatie te creëren.”

Piccavet ziet studentenvertegenwoordiging dan ook als een vorm van vrijwilligerswerk, maar hij vindt dat de interne verhouding in veel colleges goed fout zit. “Als een professor zich voorbereidt voor een bestuurscollege, wordt die betaald. Terwijl de student naast het bestuurscollege nog moet studeren en in een restaurant moet gaan opdienen om rond te komen, en daar niet voor vergoed of ondersteund wordt."

Studentenparticipatie is nog te vaak een soort van windowdressing

Door onvoldoende te voorzien in faciliteiten dreigt studentenvertegenwoordiging in een neerwaartse spiraal terecht te komen. Altruïstische stuvers krijgen niet de ondersteuning die ze menen te verdienen en krijgen een gevoel van ondankbaarheid, wat dan weer tot een minder gemotiveerde generatie leidt. “Vanuit de instellingen luidt het dan: 'De studenten krijgen inspraak, maar ze komen niet.' Vandaag de dag is er inderdaad voldoende mogelijkheid tot inspraak, maar die is moeilijk in de praktijk om te zetten als de faciliteiten niet volgen. Studentenparticipatie is nog te vaak een soort van windowdressing. De UGent zegt vaak dat studentenparticipatie belangrijk is, maar als puntje bij paaltje komt, weten ze eigenlijk niet waarom en schieten ze vooral tekort in het tegemoetkomen aan de noden van de stuver. Meer nog, ze weten zelfs niet wat die noden zijn.”

De vierde golf

In de nasleep van mei '68 heeft de stuver veel aan inspraak gewonnen. Ook in de jaren negentig, via een aantal decreten en later door de integratie van enkele hogeschoolopleidingen in de universiteit, ging de stuver er op vooruit. “In het verleden had je activistische studentenvertegenwoordigers, maar dat model is de laatste jaren veranderd.” Nu is de stuver zelf medebestuurder, iets waar onze universiteit graag mee uitpakt. "Maar de vraag is nu: werkt dat? Weegt de stuver effectief op het beleid? Want dan ben je een deel van de gevestigde waarden. Ik ben van mening dat het huidige systeem niet werkt.”

Om die schijnparticipatie tegen te gaan, kijkt Piccavet niet alleen naar de student, maar ook naar zijn alma mater. “Als je ziet waar Vlaanderen staat en waar men in het buitenland staat, vind ik dat er een nieuwe golf nodig is die de studentenparticipatie kwaliteitsvol kan maken.” Als de UGent, en bij uitbreiding Vlaanderen, dan ook meent wat ze zeggen, moet de stuver volgens hem ook door het beleid serieus genomen worden. "Misschien is dat wel het grootste probleem. Niet dat de wil of expertise bij de studenten niet aanwezig is, wel dat het beleid niet inziet welke impact degelijke studentenvertegenwoordiging kan hebben.”

Gluren bij de buren

Piccavet

Waar de Vlamingen in het donker tasten, zijn de Nederlanders voorlopers. “Waarom? Omdat ze daar nu al voor de vierde keer onderzoek naar studentenvertegenwoordiging hebben gevoerd. Dat gebeurt om de drie jaar via een zogenaamde medezeggenschapsmonitor.” Dat onderzoek stelt de Nederlanders in staat om aanpassingen te doen in de organisatie van hun studentenvertegenwoordiging. “Als de UGent ergens wil beginnen, is het invoeren van zo’n medezeggenschapsmonitor misschien geen slechte plaats om te starten.”

Maar zelfs zonder data kan de UGent op korte termijn al veel werk verrichten, te beginnen bij de stuver te geven wat hij of zij nodig heeft. De realiteit waarin maar een schamele dertig procent van de stuvers informatie vanuit de universiteit ontvangt, die niet eens altijd bruikbaar is, staat haaks op wat de universiteit beweert te zijn: een instelling die studentenparticipatie hoog in het vaandel draagt.

De Grote Ommekeer

Een andere mogelijkheid is dat er naar een volledig nieuw systeem toegewerkt wordt, zoals bij onze noorderburen. De Nederlandse stuver wordt namelijk een jaar vrijgesteld van 'lessen volgen en examens afleggen'. Iets wat ze het bestuursjaar noemen. Niet alleen krijgen ze een jaar om zich volledig toe te leggen op wat de Vlaamse student naast zijn studies moet doen, ze worden ook vergoed. De vergoeding die een stuver in Nederland krijgt, kan voor leden van een facultaire studentenraad tot meer dan €3000 op jaarbasis oplopen.

De cultuur omtrent studentenvertegenwoordiging moet veranderen

Voor zo’n radicale koerswijziging pleit Piccavet niet meteen. “Ik zou het niet betalend maken, maar ook niet verlieslatend. Het is vooral de cultuur omtrent studentenvertegenwoordiging die eerst moet veranderen.” Ondanks de gebrekkige ondersteuning van bovenaf vindt Piccavet “studentenvertegenwoordiging een van de mooiste zaken die er zijn. Niet in de vorm van beloningen vanuit de instellingen, wel in de vorm van vriendschappen en verwezenlijkingen. En niet te vergeten: ik heb er mijn vriendin leren kennen.” All singles, go for it!

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen