Sociaal versus duurzaam

Duurzame wortels of sociale wortels voor iedereen?

Meer betalen voor onze Brugspaghetti zou onze planeet kunnen redden, maar onze portemonnees niet. Hoe verzoent de UGent haar sociaal beleid met duurzaamheid?

Het sociaal beleid van de UGent is het resultaat van decennialange dialogen en conflicten. Dit zie je aan de maaltijden in de resto’s, de prijzen van de homes en in de parkeerkaart waar ieder personeelslid recht op heeft. Recent brengt een nieuwe speler bestaande verhoudingen in de war. Duurzaamheid eist een deel van het podium op. De spanning tussen het sociale enerzijds en het duurzame anderzijds is vrij complex, al vormt het misschien toch een minder groot probleem dan je zou denken.

Dure duurzaamheid

Voordat de klimaatsverandering aan de alarmbel kwam trekken, waren sociale partners zoals studentenvertegenwoordiging en vakbonden dé voorvechters van een betere en socialere universiteit voor iedereen. Zo bestaat er vandaag een waaier aan mogelijkheden voor mensen met minder middelen om een zo inclusief en aangenaam mogelijke studententijd te beleven. Denk bijvoorbeeld aan het beurssysteem. Dit is bijzonder handig in verband met inschrijvingsgeld, en je krijgt er ook voorrang en vermindering bij in de homes van de UGent. Daarnaast kan je als student genieten van een lage prijs in de studentenresto’s omdat die door de overheid gesubsidieerd worden.

Nu duurzaamheid langs alle kanten de kop opsteekt, is het een hele uitdaging de verworven sociale maatregelen in dezelfde staat te behouden. Duurzame alternatieven zijn vaak erg duur en verzoenen zich niet snel met de huidige staat van zijn. “Individuele gebruikers hebben niet altijd de mogelijkheden om alternatieven zelf te voorzien. Hier kan de UGent wel een handje bij helpen”, aldus Tim Joosen, vakbondsvertegenwoordiger in de Raad van Bestuur van de UGent.

Duurzaamheidsmaatregelen moeten niet per se ten koste gaan van sociale belangen - zeker als de UGent extra geld zou investeren in groene alternatieven, aldus Joosen. Op deze manier zouden beide belangen hand in hand gaan, en elkaar niet in de weg staan. “De UGent moet zich niet vastpinnen op klassieke en vervuilende voorzieningen, maar actief op zoek gaan naar alternatieven, op voorwaarde dat het betaalbaar blijft voor elke student. Klimaatverandering zal eerst de minst bedeelde mensen schaden. Bij overstromingen en dergelijke zullen de rijksten in het slechtste geval een villa kunnen kopen op de hoogste bergen. Zij die onderaan de sociale ladder staan zullen de eerste slachtoffers zijn.” De opgave is om die mensen zonder schade mee te nemen in het duurzaamheidsverhaal.

"De UGent moet zich niet vastpinnen op klassieke en vervuilende voorzieningen, maar actief opzoek gaan naar alternatieven."

In het geval van de UGent rijst de grote vraag hoe de universiteit daar in hemelsnaam aan moet beginnen. Volgens Vincent Meerschaert, consulent voor Traject, een adviesbureau gespecialiseerd in mobiliteitsmanagement dat de UGent geadviseerd heeft, hoeven financiële maatregelen niet altijd asociaal te zijn, mits er voldoende geïnvesteerd wordt in duurzame alternatieven. Dit stemt vrij goed overeen met de oplossing van Joosen. De boosdoener die volgens Amber Coone, studentenvertegenwoordiger in de Sociale Raad, steeds opnieuw opduikt is dat mensen de drempel om over te gaan op nieuwe, duurzamere dingen vaak te hoog inschatten. “Ik denk dat mensen het vaak in het begin lastig hebben met veranderingen. Maar dan zien we nu, wat verder in de tijd, dat plastic bekers gewoonweg minder gekocht worden, nu we ze betalend hebben gemaakt in de resto’s.” Symbiose tussen duurzaamheid en een sociaal beleid is dus effectief mogelijk.

Blijf van mijn kaart af

De gratis parkeerkaart is een verworven recht. Iedere werknemer krijgt toegang tot de parkings van de UGent. Dit wil zeggen dat hij of zij altijd met de auto naar het werk kan komen en deze auto steeds zeer gemakkelijk weg kan zetten - zonder te betalen en zonder lang te moeten zoeken naar een parkeerplaats. Ook het UGentpersoneel dat in de stad Gent zelf woont krijgt zo'n kaart. Het mag dan nog een verworven recht zijn, erg duurzaam is het niet.

In een stedelijke context is ruimte schaars en moet er dus verantwoordelijk mee omgegaan worden. De plaats die auto’s innemen, zowel rijdend als stilstaand, dient dus goed doordacht te worden. “Het is daarom niet meer dan logisch dat de UGent een parkeerbeleid invoert waarbij de criteria voor toegang tot de parkings op een rechtvaardige manier worden bepaald”, vertelt Meerschaert. Het parkeerbeleid is het struikelblok bij uitstek voor de UGent als het over duurzaamheid gaat.

Tim Joosen spreekt zelfs van een probleem dat de universiteit niet op zichzelf kan oplossen. “De grote problemen met mobiliteit zijn er, ten eerste, rechtstreeks omwille van het feit dat er een achteruitgang is geweest wat betreft openbaar vervoer, zelfs in Gent, waarbij bussen zijn afgeschaft omwille van besparingsmaatregelen”, aldus Joosen. Mensen die in Groot-Gent wonen nemen snel de auto omdat ze weinig alternatieven hebben, zeker als ze daarnaast ook nog kinderen naar school moeten brengen.

“Wij pleiten om niet enkel met de woon-werkafstand rekening te houden, maar met verschillende criteria zoals beschikbaarheid van alternatieven als fiets en openbaar vervoer, en gezinssituatie”, stelt Meerschaert voor. Joosen pikt hierop in: “Zelfs inhoudelijke criteria over kilometerafstanden zijn deels arbitrair omdat het niet in acht neemt dat sommige mensen zich moeten verplaatsen voor hun kinderen, zieke familieleden, zorgbehoevende ouderen enzovoort. Er zijn natuurlijk wel mensen die gewoonweg geen zin hebben om die ene kilometer per fiets of te voet af te leggen. Als je maatregelen zou hebben die selectief dat soort mensen raken, zonder de anderen te schaden, zou het rechtvaardiger zijn.”

Nu komen we tot de kern van de zaak. Is het zelfs mogelijk om deze luiwammesen op te sporen en enkel hen te laten betalen voor een parkeerkaart? Niet echt, zo blijkt. Al heeft Meerschaert daar een duidelijke mening over: “Een echt duurzaam mobiliteitsbeleid is in se een sociaal beleid omdat voor iedereen toegankelijke vervoerswijzen zoals fietsen en openbaar vervoer aantrekkelijker worden gemaakt.”

“Een duurzaam mobiliteitsbeleid is een sociaal beleid omdat toegankelijke vervoerswijzen aantrekkelijker worden gemaakt.”

De parkeerkaarten zouden dus betalend kunnen worden op het moment waarop iedereen toegang krijgt tot duurzame alternatieven. Jammer genoeg is dat niet meteen genoeg om mensen deze alternatieven ook effectief te doen gebruiken. Er zijn zeker sensibiliseringscampagnes nodig volgens Meerschaert, maar er moeten ook auto-ontradende maatregelen worden genomen. Dit botst bijna gegarandeerd met wat werknemers zouden willen. Als openbaar vervoer zou verbeteren en er zou geïnvesteerd worden in fietsen voor het personeel, zouden we al een heel eind verder staan.

Eten zal lekker zijn of zal niet zijn

Spreek over duurzaamheid en voedselproblematiek komt ongetwijfeld op de proppen. Hoe uit de duurzaamheidskwestie zich in onze resto’s? Twee aspecten zijn heel zichtbaar: het gebruik van plastic bekers en het aanbod aan duurzame maaltijden.

Waterbekers zijn nog maar een aantal jaar geleden betalend geworden. Waar dat indertijd op veel tegenstand kon rekenen, is er vandaag veel minder heibel over. De cijfers spreken voor zich: er worden effectief veel minder plastic bekers gekocht in de resto’s, en uit een recente bevraging blijkt dat het merendeel van de restogangers de betalende bekers steunt. De keerzijde van de medaille is dat er daarnaast minder water en meer frisdrank wordt gedronken. “Dit is een ongezonde evolutie, en het verschil wordt totaal teniet gedaan wanneer je geen waterbeker gebruikt, maar dan wel frisdrank uit een plastic flesje drinkt. Er zijn alternatieven, zoals bijvoorbeeld recycleerbare bekers of het hergebruik van glazen”, aldus Joosen. 

Duurzame maaltijden vormen ook een heikel punt. Is het wel houdbaar om deze zo goedkoop aan te bieden, wanneer een prijsverhoging ze duurzamer én gezonder zou maken. “Nu zijn de maaltijden echt héél goedkoop, maar als je erover nadenkt wat je eigenlijk voorgeschoteld krijgt, is het, één, waarschijnlijk niet zo gezond en, twee, niet echt duurzaam”, meent Amber Coone. Wat de problematiek nog compliceert, is het feit dat de maaltijden zwaar gesubsidieerd worden door de overheid. “Er werden reeds vragen gesteld rond die subsidies, niet om ze af te schaffen, maar om te zien of we gezondere zaken niet goedkoper kunnen maken. Toen de spilfiguren daarachter ziek werden, is het project wat op de lange baan geschoven”, vervolgt Coone.

Voor Tim Joosen blijft betaalbaarheid cruciaal: “We kunnen altijd maatregelen blijven nemen die erop neer komen dat zij die kunnen betalen wél alternatieven kunnen krijgen die even kwaliteitsvol zijn. Het is eigenlijk grof dat mensen met een beperkt inkomen geen toegang krijgen tot voedsel dat beter van kwaliteit is. De vraag is dan natuurlijk of het zonder meer verbieden van non-ecologische producten de mensen die reeds krap bij kas zitten niet nog verder de dieperik in jagen.”

 

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen