"De geschiedenis van de collaboratie is geschreven door de verliezers"

Interview met Koen Aerts

Vorig jaar raakte Koen Aerts in menig Vlaamse huiskamer bekend als co-creator van de tv-serie De Kinderen van de Collaboratie. Onlangs bracht hij het aanvullende boek De Kinderen van de Repressie uit.

Een mythisch fenomeen

Collaboratie en repressie wekken nog steeds sterke gevoelens op bij veel Vlamingen. Welke mythes en verkeerde veronderstellingen heeft u kunnen weerleggen met uw onderzoek?

"De dominante beeldvorming in de veertig jaar na de oorlog is vooral dat de Vlaming gestraft is geweest en dat de Vlaamse Beweging op een onrechtvaardige manier de kop ingedrukt werd. Het zou een wraakoefening van de Belgische staat zijn met de bedoeling de Vlaamse Beweging te breken. En natuurlijk valt het cijfermatig moeilijk te ontkennen dat er meer Vlamingen dan Walen zijn gestraft. De collaboratie was simpelweg populairder in Vlaanderen dan in Franstalig België, ook omdat er meer Vlamingen dan Walen zijn. Wat niettemin vaak wordt vergeten, is dat de collaboratie in Franstalig België wel zwaarder werd bestraft. Er was variatie in de strafmaat, niet enkel tussen de taalgebieden maar ook in verschillende arrondissementen werden gelijkaardige dossiers op verschillende manieren beoordeeld en bestraft.

"De focus verschoof naar het monstrueuze van de repressie"

De overheid is daarom vlug begonnen met het beleid te harmoniseren. Dan kwamen er voorwaardelijke invrijheidsstellingen, genade, eerherstel, ad hoc wetgevingen. Aan het begin van de jaren zestig waren gevangenissen grotendeels leeg, konden mensen op eenvoudige manier hun rechten terugkrijgen, werden financiële sancties afgebouwd of kwijtgescholden. De idee van een anti-Vlaamse repressie zonder maat of einde sluit niet aan op de werkelijkheid. Het is een constructie die gevormd is door collaborateurs.
Die geschiedenis is hier vooral geschreven door de verliezers, niet door de winnaars. Zij kaderden de bestraffing van de collaboratie als repressie en spraken over repressieslachtoffers. Zo verschoof de focus van de misdaden tijdens de oorlog naar het ‘monstrueuze’ van de vervolging van collaborateurs. Uiteraard heeft men steken laten vallen in de vervolging van verdachten, maar je krijgt het met de beste wil van de wereld in het buitenland niet uitgelegd dat de mensen die verantwoordelijk werden gehouden voor samenwerking met de bezetter algemeen als slachtoffers worden omschreven."

Hoe zat het dan met de rol van de Kerk in het hele collaboratieverhaal?

"Er heerst een idee dat de Kerk als instituut gecollaboreerd heeft en mensen actief aanzette tot collaboratie. De Kerk als instituut in België paste zich aan de omstandigheden aan maar hield zich buiten de collaboratie. Net als het communisme was het nationaal-socialisme de vijand, en vice versa. De Kerk heeft niet opgeroepen tot medewerking met de bezetter. Het initiatief van een klein aantal lagere geestelijken die aanspoorden tot strijd aan het oostfront kan je niet veralgemenen."

Heeft de repressie uiteindelijk gewerkt? Was het een goede reactie tegen niet alleen de collaboratie, maar ook tegen extreemrechts gedachtengoed in het algemeen?

"Meteen na de oorlog merkte je het fenomeen van straatrepressie op, waarbij het volk het heft zelf in handen nam om op te treden tegen collaborateurs. Je zag dat het volk mensen die verdacht waren, en zelfs hun familie en kinderen, op een erbarmelijke manier behandelde. Het was cruciaal dat de staat hierop reageerde door het monopolie van het geweld terug naar zich toe te trekken. Als het staatsapparaat niet zo bestraffend had opgetreden dan had je een veel grotere mate van volksrepressie gehad.

"Zonder staatsrepressie was er een veel grotere volksrepressie geweest"

De repressie heeft er effectief voor gezorgd dat fascistisch en nazistisch gedachtegoed zijn tanden verloor. Dat was ook niet zo moeilijk omdat nazi-Duitsland ook volledig op de knieën was gedwongen. Het is een andere kwestie of repressie tot een deradicalisering van de geesten heeft geleid. Voor een deel ex-collaborateurs was dit amper tot niet het geval, andere hebben zich wel herpakt. De collaboratie was immers een zaak van vooral jonge mannen die nog een heel leven voor zich hadden. Voor sommigen waren collaboratie en repressie een soort rite de passage, waarna ze zonder omhaal verder gingen en tot inkeer kwamen. Niet iedereen uit de collaboratie is voor de rest van z’n leven radicaal voorstander geweest van alles wat naar nazisme of rechts-radicalisme neigt."

Licht, camera, collaboratie!

Was het eigenlijk doenbaar om alles voldoende te kaderen in een tv- serie?

"Ik wist van tevoren dat er compromissen nodig waren tussen de wetenschap enerzijds en tv maken anderzijds. Bij televisie werkt alles volgens andere wetten en codes dan het wetenschappelijk geschiedschrijven. Met televisiebeelden kan je gemakkelijk gevoelens van herkenning opwekken bij de kijker. Die kracht van de verbeelding is iets wat wij, geschiedkundigen, met onze droge analyses veel minder uitspelen. Bij de serie Kinderen van de collaboratie kreeg ik zes afleveringen van telkens vijftig minuten, en een zevende met experten waarbij het iets vlotter ging om constructief kritiek te geven.

"De getuigen op tv waren vaak geoefend in hun narratief"

Als je die zes afleveringen zou uitschrijven, krijg je alles bij mekaar anderhalve pagina commentaarstem. Dat is zeer weinig om voldoende nuance en duiding te kunnen aanbrengen op de beelden en getuigenissen die het verhaal dragen. Je hebt bovendien op tv getuigen nodig die presentabel zijn en goed kunnen praten, en dus vaak geoefend zijn in hun narratief. Je zit ook daar met een soort filter die nood heeft aan extra historische kritiek. Ik had het geluk met een zeer flexibele eindredacteur en een goede productieploeg te mogen samenwerken, al bleef het een moeilijke oefening."

Wat heeft u anders gedaan in het boek ten opzichte van de serie? Heeft u daar bepaalde bewuste keuzes in gemaakt?

"In het boek wilde ik weg van anekdotiek"

"Het boek vormt het onderzoek dat aan de basis ligt van de serie. Maar de serie is van format totaal verschillend van het boek. De serie is een soort bloemlezing van veertien getuigenissen, chronologisch-thematisch geordend en met de nodige binding via kritische commentaarstemmen en de geschiedenisles in de zevende aflevering. Het boek is een analyse van narratieve patronen gebaseerd op 150 interviews. In het boek wilde ik weg van de anekdotiek en het individuele dat in de serie te zien is. Ik had een boek kunnen uitgeven waarin de interviews gewoon uitgeschreven werden. Dat zou als zoete broodjes verkopen en is hapklaar voor iedereen die eens wil proeven van de geschiedenis rond de collaboratie, maar dat soort boeken zijn geen wetenschappelijke analyses. Ik zie het als een vrucht van een van mijn postdoctorale mandaten om het naleven van die onderwerpen bij nazaten van collaborateurs te bestuderen en te analyseren."

Ivoren toren

Was het moeilijk om academisch werk te gaan vertalen in populaire media, zoals de serie, maar ook het boek?

"De keuze om academisch werk te vertalen in populaire media is enkel moeilijk als je je voorneemt om een academische carrière uit te bouwen, door een opportuniteitskost. Er kruipt veel tijd in en die kan je niet spenderen aan de o zo belangrijk geachte A1-publicaties. Het was voor mij een duidelijke keuze waar ik geen spijt van heb. Ik word met belastinggeld betaald en kon zo eindelijk iets teruggeven aan de maatschappij. Daarnaast heb ik een ethisch-deontologische plicht om publiek over het onderwerp te rapporteren, om tegen te gaan dat bepaalde identiteitsconstructies of identiteitspolitiek die onderwerpen claimen om er een nieuw verleden van te maken dat een bepaald toekomstbeeld moet ondersteunen. We moeten waken over de toekomst van het verleden. Geschiedenis mag je niet overlaten aan politici, stemmingmakers, publicisten of commerciële bedrijven alleen. Ze brengen eerder een eenvoudig verhaal in plaats van een noodzakelijk complexe analyse, of ze hebben niet de middelen of het budget voor fundamenteel onderzoek.

"Ik besef dat ik mijn cv academisch niet op punt breng"

Ik besef dat ik door die publieksgeschiedenis mijn cv academisch niet op punt breng, maar het is een persoonlijke principekwestie. Elk jaar bij de opening van het academiejaar hoor je in toespraken van bevoegde ministers en universitaire overheden over de belangrijke maatschappelijke rol van kenniscentra als de onze spreken. In de praktijk blijft het honoreren ervan goeddeels beperkt tot het instellen van enkele prijzen wetenschapscommunicatie, hoewel je nochtans bijdraagt tot de uitstraling van je eigen huis. Opmerkelijk is dat vakken als publieksgeschiedenis en termen als wetenschapscommunicatie opgang maken in de laatste tien à vijftien jaar, net wanneer in de slipstream van de Bolognaverklaring internationalisering en publicatiedruk toenemen. Dat is betekenisvol. Wat vroeger voor vele wetenschappers een evidentie was, deelname aan het debat in de samenleving, krijgt nu een apart statuut als het manke broertje omdat het in de verdrukking komt door de publicatiecultuur. Door de outputfinanciering telt op het einde van de rit niettemin nog steeds vooral het economische rendement. Dat heeft in mijn ogen per definitie nog weinig te maken met onafhankelijke kennisverwerving en –verspreiding."

Wat heeft u in al uw ervaringen rond die verhalen het meest geraakt?

"Je kan een klootzak zijn in de collaboratie, maar ook een brave bompa"

"Over het algemeen heeft de menselijkheid mij het meest geraakt. Wat ik heel graaf vind, is dat ik via het verhaal van die kinderen een geheel nieuwe, intieme kijk heb gekregen op een kant van de collaboratie die ik nooit eerder had gezien. Ik maak om te beginnen een duidelijk onderscheid tussen de collaboratie en de collaborateurs. Vervolgens kan je een mens niet herleiden tot zijn houding of handelingen in de jaren veertig alleen. Achter de analytische categorie van de collaboratie gaat een volledige sociale geschiedenis schuil. Je kunt een klootzak zijn in de collaboratie, maar ook een brave bompa. Het raakt me hoe kinderen en kleinkinderen met die erfenis moeten omgaan. Die kennis die wij hen inlepelen is vaak niet welgekomen, omdat het de brave ouders die ze kennen in verband brengt met een regime dat verantwoordelijk is voor een van de gruwelijkste misdaden ooit. Die cognitieve dissonantie vind ik interessant en ook zeer begrijpelijk."

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen