Recensie: Isle of Dogs

I love dogs

Geen pastelkleurig hotel deze keer, maar Megasaki, een fictieve stad in het Japan van de toekomst, is het decor van de nieuwste creatie van Wes Anderson. De 48-jarige regisseur keert voor de prent terug naar zijn liefde voor stop-motion. Alle decors, tot de noodlebars en parasieten toe, zijn met de hand gemaakt. Het resultaat is een rauwe, maar toch vertederende strijd tussen de corrupte burgemeester Kobayashi, die een verbanning beveelt van alle zieke honden en zijn oppositie: de hondenliefhebbers. Voor deze ultra-Japanse setting maakt Anderson gretig gebruik van alle toeristenclichés. Wasabi wordt ingezet als wapen, iedereen loopt rond in kimono’s, en godbetert Yoko Ono vertolkt een Japanse wetenschapster. Ook het feit dat niet alle flarden Japans vertaald worden - een techniek die identificatie bemoeilijkt - doet sommigen zich verslikken in hun sake.

Ook al verstaan we geen woord Japans, toch begrijpen we de personages. Atari, de neef van de burgemeester, is koortsachtig op zoek naar zíjn hond Spots. Al snel krijgt de jongen hulp van de stugge straathond Chief, ingesproken door de diepe stem van Bryan Cranston, en showhondje Nutmeg (Scarlett Johansson). Fun fact: aan haar personage hebben de designers de grootste kluif gehad, maar liefst 30 (!) weken duurde het om haar kwispelklaar te krijgen. De film is dus zeker zo neurotisch als verwacht. En toch bespeelt Anderson ook ongedwongen emoties. Kleine kinderen en dieren: het staat garant voor een krop in de keel. Gelukkig blijft het droog en intelligent genoeg om niet over de grens van meligheid te gaan.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen