Driemaal is Scheepsrecht

Kasper

Het was met een bedroefd hart dat ik de lege fietsenstalling aantrof. Eén blik op het lege ijzeren geraamte en ik wist genoeg. Mijn fiets was weer gaan vliegen. Het was toen, in de striemende regen van die koude winternacht, dat de machteloosheid mij overviel. Het was immers niet de eerste keer dat ik zo onfortuinlijk was. Ik, een onverlaat die zijn gelukzalige roes laat primeren op zijn gezond verstand en er waarschijnlijk niet bij stilstaat waar hij zijn rijwiel parkeert, laat staan of hij is vastgemaakt. Een beeld dat, hoewel het de waarheid sterk benadert, toch niet volledig correct is. Verliet ik een minder godsvruchtig etablissement in een minder nuchtere bui? Absoluut. En toch lag daar niet de oorzaak. Het is zo dat ik geleerd heb uit mijn fouten. Of dat meen ik toch.

"Ik wist genoeg. Mijn fiets was weer gaan vliegen" 

Mijn eerste fiets verloor ik aan het ICC. Toen ik ‘s nachts - naar goede gewoonte rijkelijk laat - aankwam op een fuif, restte mij niets anders dan mijn fiets op het einde van een lange rij te parkeren, vlak aan de straat. Fietsenrekken waren niet meer beschikbaar. Toen ik voelde dat het sociaal aanvaard was om te vertrekken - wanneer de laatste minder frisse vriend besloot er de brui aan te geven - vertrok ik. Om slechts te concluderen dat de fietsenrij volledig verdwenen was. Geen twijfel mogelijk. De vogel was gaan vliegen. Of beter gezegd, iemand was met mijn vogel gaan vliegen. Natuurlijk, bedacht ik me, ik was te lang op de fuif gebleven, het was rustig, en mijn vélo bleef waarschijnlijk als een van de laatste over, vlakbij de straat. Het is dan ook een koud kunstje om in die buurt, die ’s nachts op de occasionele fuif na niet bepaald bruist, even te passeren en de fiets in te laden in een bestelwagen. Eigen schuld dikke bult. Ik ga me niet meer laten vangen, hield ik mezelf voor. Ik zou een vast slot kopen en mijn fiets altijd vastmaken aan een rek of vast object. Maar de aandachtige lezer vermoedt al wat er gaat komen. Het onvermijdelijke noodlot. Ook het vaste slot moest eraan geloven. Hoewel het ook gezegd dient te worden dat een krulslot weinig uitdaging oplevert. Een kleiner exemplaar breekt al door het op te winden om een afgebroken pikkel. Mij gaan ze niet weer liggen hebben, dacht ik bij mezelf. En toch. Ook de Abus Iven 8210, 8 mm schakels van gehard staal, was niet opgewassen tegen grijpgrage handen. Het ongeloof viel op mijn gezicht te lezen. Hoe kon dit monster van twee kilo en bestand tegen een betonschaar gekraakt worden?

"Hoe kon dit monster van twee kilo gekraakt worden?"

Dat zou al een slijpschijf moeten zijn. Een vriend bevestigde dat hij een kleine zelfstandige fietsendief met een slijpschijf aan het werk had gezien. Lekker licht, klein, betaalbaar en op batterijen. Het virtueel failliet van het fietsslot. De moedeloosheid. Het feit dat ik alle voorzorgen had genomen, maar ik de diefstal toch niet kon voorkomen. Dat er, grof gesteld, niets is wat je er aan kan doen. Een cynische loterij waarbij je hoopt dat uw vélo er het armoedigst uitziet. Uiteindelijk kan je dan eens laconiek je schouders ophalen en een monkellachje om je lippen laten spelen.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen