Kan de universiteit het niet rooien zonder uw octrooien?

Studenten en hun intellectuele rechten

De Universiteit Gent heeft bijna 700 octrooien op haar naam staan bij het Europese patentbureau EPO: een mooie bron van extra inkomsten. Munt slaan uit octrooien lijkt alvast iets magisch, maar hoe wordt de goudpot aan het einde van de regenboog verdeeld? 

Halverwege het academiejaar slaat de eerste thesisstress toe. Voor studenten in bepaalde richtingen zorgen niet enkel de deadlines voor nachtmerries, maar ook hun eindwerk dat veel geld kan opbrengen. Hebben studenten zelf recht op de opbrengsten van hun onderzoek, of gaat de universiteit met alle duiten lopen?

Give me the money

Als betaalde onderzoeker verbonden aan een Vlaamse onderwijsinstelling - en dus ook aan de UGent - is het eenvoudig: alle bevindingen die je tijdens je onderzoek doet, behoren tot het vermogen van de instelling. Als je dus beroepsmatig onderzoek uitvoert, zijn de bevindingen die je doet automatisch eigendom van de instelling. "Dat is natuurlijk evident", vertelt Peter Wauters, jurist bij UGent TechTransfer, de afdeling die zich bezighoudt met de octrooien en het intellectuele eigendom van uitvindingen binnen de UGent. Voor vrijwillige onderzoekers, waaronder studenten, geldt een andere regel: bij hen hangt het ervan af of ze gebruik maakten of beroep deden op de infrastructuur of de middelen van de universiteit. Dat het belangrijk is om hierover duidelijke regels op te stellen binnen de UGent, staat volgens Wauters buiten kijf: "Er worden immers steeds meer onderzoeken uitgevoerd in samenwerking met derden, uit de industrie bijvoorbeeld."

"In principe zijn alle resultaten van vrijwillige onderzoekers hun eigendom, tenzij er middelen van de onderzoeksinstelling werden aangewend"

In de Codex Hoger Onderwijs, waarin alle decretale bepalingen voor het Vlaamse Onderwijs verzameld staan, wordt het onderscheid tussen bezoldigde onderzoekers en vrijwillige onderzoekers gemaakt. "Tot de bezoldigde onderzoekers rekenen we iedereen die voor zijn onderzoekswerk een vergoeding ontvangt", legt Wauters uit. De groep vrijwillige onderzoekers is echter een stuk heterogener: "Dat is iedereen die op minder regelmatige basis onderzoek verricht aan de UGent: studenten, bezoekende onderzoekers, mensen die in Gent op sabbatical komen, maar bijvoorbeeld ook professoren die tijdens hun emeritaat onderzoek willen blijven doen", aldus Wauters. Een hele ruime categorie mensen, dus.

Vreemde kronkels

"In principe zijn alle resultaten van vrijwillige onderzoekers hun eigendom. Wel is er een vreemde kronkel in die regel ingebouwd, namelijk of er al dan niet middelen van de onderzoeksinstelling aangewend werden bij het onderzoek, en het is discutabel wat die middelen precies zijn", stelt Wauters. Zo zou je kunnen stellen dat gebruikmaken van een computer of het netwerk van de universiteit hier ook onder vallen. "Dergelijke discussies proberen we aan de UGent zo veel mogelijk te vermijden", vervolgt Wauters stellig. Volgens hem zijn het ook veeleer uitzonderlijke gevallen. "We vragen vrijwillige onderzoekers meestal vooraf om een eenzijdige verklaring te tekenen waarmee ze hun rechten aan de Universiteit Gent overdragen. Dat is ook decretaal vastgelegd," zegt Wauters, "Het is ook het duidelijkst en het best voor beide partijen."

"Vrijwillige onderzoekers vragen we vooraf een eenzijdige verklaring te tekenen waarmee ze hun rechten aan de UGent overdragen"

Heb je een geniaal idee en wil je niet dat de UGent ermee gaat lopen? Dan heb je als vrijwillige onderzoeker of als student meestal niets te vrezen: "Aan de Faculteit Diergeneeskunde moeten studenten bijvoorbeeld bijna standaard zo'n eenzijdige overeenkomst tekenen, want daar worden studenten tijdens hun opleiding al ingeschakeld bij onderzoeksgroepen. Aan andere faculteiten gebeurt dat meer ad hoc", vertelt Wauters ons. Als je een octrooi wil deponeren voor een uitvinding die je aan de universiteit deed, en je werd niet gevraagd om een eenzijdige overeenkomst te tekenen, heeft de UGent daar geen problemen mee. "De uitvinding is dan volledig van die persoon, want de universiteit moest maar zorgvuldiger te werk gaan", aldus nog Wauters.

Gelijk voor de wet

Zodra je als vrijwillige onderzoeker, dus ook als student, echter wel zo'n schriftelijke overeenkomst ondertekent, word je de facto gelijkgesteld aan een bezoldigde onderzoeker. "De UGent zal dan de registratie en alle beslommeringen die daarop volgen op zich nemen", verduidelijkt Wauters. "Doctoraatsstudenten vormen hier een uitzondering op. Aangezien zij een contract met de universiteit afsluiten, worden hun onderzoeksdaden automatisch gelijkgeschakeld aan reguliere bezoldigde onderzoekers." Dat was geen evidente beslissing: "Het is wat vervelend aangezien buitenlandse doctoraatsstudenten vaak al met financiële ondersteuning uit hun eigen land naar hier komen." Uiteindelijk verkoos de UGent om verwarring en misverstanden te vermijden, en alle doctoraatsstudenten gelijk te schakelen. 

Wie krijgt een deel van de koek zodra de uitvinding geld begint op te brengen? Dat verschilt van instelling tot instelling: "Aan de UGent voorziet het valorisatiereglement 25 procent van de opbrengst van octrooien, software of databases voor de onderzoekers", vult Wauters nog aan. Aan onderwijsinstellingen binnen de Associatie Universiteiten en Hogescholen Limburg (AUHL) houden onderzoekers meer over van het geld dat hun onderzoeksresultaten opbrengen. Daar mogen onderzoekers 30 procent van de netto-opbrengsten houden. 

0
Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reactie toevoegen