Recensie: God's Own Country

Film

 

Move aside, heteronormatieve romantische films die in een spiraal van oneindig saaie zelfparodie zijn beland; de queer cinema is uit de kast gekomen en heerst nu over het genre. De filmmakers brengen verfrissende verhaallijnen en intieme geloofwaardigheid naar het scherm, en combineren dit met de eerlijke en rauwe manier waarop ze het fysieke aspect van relaties portretteren. In 'God’s Own Country' slaagt cinematograaf Joshua James Richards er zelfs in om dit alles te ensceneren tegen een wondermooie achtergrond: de oneindige, donkere woestenij van de Noord-Britse moors. Voor Film Fest Gent lijkt landelijk Groot-Brittannië vruchtbare filmgrond te zijn om titels te oogsten: 'The Levelling', dat in Somerset plaatsvindt, is ook geselecteerd voor het festival. 

De schitterend stoïsche Josh O’Connor en Alec Secareanu lenen hun gezichten uit aan de hoofdpersonages van de film die velen samenvatten als de Britse 'Brokeback Mountain', maar veel meer is dan dat. Voor het einde loopt regisseur Francis Lee weliswaar met twee voeten vooruit op de verwachtingen van het publiek, maar voor het leeuwendeel van de film kiest hij voor een verfrissende, subversieve acceptatie van homoseksualiteit en focust hij op generatieconflicten, eenzaamheid en racisme. Samen met monteur Chris Wyatt portretteert Lee een gecontroleerde ontwikkeling van harde, zwijgende bondingsrituelen tot verschillende niveaus van kwetsbare intimiteit en jaloezie. 'God’s Own Country' speelt op 11, 13 en 17 oktober op Film Fest Gent.

 

0
Gemiddeld: 3 (2 stemmen)

Reactie toevoegen