"Niet meer, maar minder wifi"

Martin Schoups is onderzoeker aan de Vakgroep Sociale Geschiedenis. Hij vraagt zich af of overal wifi wel aangewezen is: "Concentratie is de grondstof waarop een universiteit draait, maar internet is de grootste spelbreker voor die concentratie."

Martin Schoups
 

De menselijke hoeveelheid aandacht op een dag is eindig. Dat is niet verwonderlijk. Je concentreren is moeilijk en vermoeiend. Daarenboven is het een nulsomspel. Aandacht kan maar op één plek tegelijk zijn. Je kan je bijvoorbeeld niet op je boek en telefoon tezelfdertijd concentreren.

"Concentratie is de grondstof waarop een universiteit draait"

Concentratie is dé grondstof waarop een universiteit draait. De kernactiviteiten van de universiteit - studeren, onderzoeken, en schrijven - vragen allemaal uren onafgebroken concentratie. Net als spieren kweken of trainen voor een marathon, zijn dit geen processen die 'vanzelf' gaan. Het zijn uitdagende activiteiten die veel inzet en doorzettingsvermogen vragen, en niet zelden een beetje pijn doen.

Uit mijn eigen ervaring als student en jonge onderzoeker weet ik dat het internet hierbij de grootste spelbreker is. Trackers als 'Rescuetime' maken pijnlijk duidelijk hoeveel energie er op een dag verloren gaat in de krochten van het internet. Op basis van vele gespreken weet ik dat ik lang niet de enige ben die worstelt met de sirenenzang van het internet. Programma’s als 'Selfcontrol' en 'Freedom', die bepaalde sites of zelfs het hele internet voor bepaalde duur blokkeren, staan vaak geïnstalleerd op de computers van onderzoekers.  

Is dit louter een kwestie van een gebrek aan discipline? Deels wel. Aan de andere kant kunnen we niet blind zijn voor het feit dat het internet het terrein is voor 'aandachtshandelaars'. Hoewel veel diensten ons ogenschijnlijk gratis aangeboden worden op het internet, staat daar wel degelijk iets tegenover. Dat is onze aandacht. Deze aandacht wordt vervolgens verkocht aan eenieder die voor de advertenties wil betalen.

Bedrijven als Facebook, Instagram en YouTube zijn dan ook bijzonder vernuftig geworden in het kapen van onze aandacht. De inzichten uit de gedragswetenschappen worden enthousiast toegepast om zogenaamde 'gewoontestructuren' te creëren. De grens tussen gewoonte en verslaving is niet zelden een beetje flou. Dit is niet altijd een bewuste activiteit. Ook mailprogramma’s hebben een ingebouwd beloningssysteem dat onderbewust verslavend kan werken.

In de Schamper van 6 november 2017 stelt onze kersverse rector Rik van de Walle dat er 10 miljoen zal uitgetrokken worden om draadloos internet op alle leer- en werkplekken van de universiteit te kunnen aanbieden. Hiernaar lijken vooral de studenten vragende partij te zijn. Sta mij toe om hier toch enige vraagtekens bij te plaatsen. Studenten hebben niet minder nood aan concentratie dan de onderzoekers van de universiteit. Wat veldwerk in de bibliotheken en aula’s leert snel dat het internet ook weinig bevorderlijk is voor het studeerwerk. De gebeurtenissen van de laatste maanden doen daarenboven betwijfelen of de verhoogde connectiviteit aan de universiteit een eenduidig positieve invloed heeft op het samenleven en politieke verenigingsleven aan de universiteit. Een neutrale observator zou misschien wel tot de conclusie kunnen komen dat er te veel internet is aan de universiteit. Wederom, dit is geen paternalistisch vingertje naar studenten toe. Lezen en schrijven zijn niet minder uitdagend voor doctorandi dan voor studenten. We zitten in hetzelfde schuitje.

Dit alles mag misschien zeer conservatief klinken en herinneringen oproepen aan opstandige Luddieten die in het 19e-eeuwse Engeland weefmachines gingen vernielen. Maar ook in een neoliberale NPM-logica is het twijfelachtig dat meer wifi daadwerkelijk tot meer output zal leiden. Het internet is ontegensprekelijk een nuttig en vaak noodzakelijk werkinstrument, maar het is een illusie om te denken dat een onafgebroken en voortdurende internetverbinding een vereiste is voor een nuttige werk- of studiedag. Ik durf ook de vraag op te werpen waarom internet een noodzakelijk goed zou moeten zijn in leslokalen.

"Uitrollen van draadloos internet naar alle leer- en werkplekken lijkt me weinig noodzakelijk, integendeel"

Ik pleit daarom juist voor minder wifi aan de universiteit. Waar nodig, op de werkplekken van het ATP bijvoorbeeld, dient dit natuurlijk wel voorzien te worden. Voor de rest zou de universiteit de laatste wifi-vrije zones aan de universiteit net moeten koesteren, en die actief gaan uitbaten als concentratiezones bij uitstek. Het vrijgekomen budget zou dan kunnen worden gebruikt om internetblockers als 'Freedom' collectief aan te bieden en de bibliotheken verder wifi-vrij te maken. Vanzelfsprekend is dit geen pleidooi tegen wifi. Draadloos internet uitrollen naar alle leer- en werkplekken van de universiteit lijkt me echter weinig noodzakelijk, integendeel.

0
Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reacties

Bericht: 
Klaarblijkelijk ben je niet op de hoogte dat software steeds vaker online draaien. Er is een continue verbinding nodig voor vele productieve tools, zelfs voor notities is dit nodig. Om dan nog maar alle documenten te vergeten die je niet lokaal opgeslagen hebt, maar wel nodig hebt voor je studies. Zelfs in hoorcolleges, nog meer tijdens werkcolleges.

Reactie toevoegen