Always judge a comic by the cover

Hoe lang is het geleden dat jij een strip vast had?

BRUSSEL - In het prachtige gebouw van Victor Horta zetelt sinds 1989 het Stripmuseum, één van de oudste ter wereld. Is de strip ten dode opgeschreven, of kan het medium zichzelf heruitvinden?

We hadden niet verwacht in een zijstraatje zo’n mooi museum te vinden. Jolly Jumper in de gang lacht ons vriendelijk toe. Tijd om de stripkenner en gids Tine Anthoni eens aan de tand te voelen.

Hergé als katalysator

“België heeft echt een enorm rijke stripcultuur. Het zijn niet enkel maar de kinderstrip die tellen, zoals de Kuifjes en de Jommekes. We hebben een erg sterke beeldtraditie, iedereen heeft thuis wel een stripplankje staan. Dat is bijvoorbeeld niet zo in Engeland, waar er meer een orale cultuur heerst. Zelfs Nederland - met een protestantse traditie - hinkt achterop. In het katholieke Vlaanderen zijn we al eeuwen de barokke taferelen van Breughel en Bosch gewoon.” De tweede pijler die belangrijk is voor het tot stand komen van de strip in België is volgens Tine de taal. “In België hadden we lang een taalkundig vacuüm: Vlaams en Waals werden gezien als dialecten, waar de literaire traditie niet interessant was. Dus toen de moderne strip uit Amerika overwaaide, konden beelden de lege plaats opvullen en het verhaal vervolledigen.” Daarbij is Hergé cruciaal geweest als katalysator. Hij was de eerste die zoveel succes had. Door zijn werk, eerst alleen en daarna in zijn studio, heeft zich een rijke traditie kunnen ontwikkelen. Een hele industrie ontstond: tijdschriften, maar ook uitgeverijen en drukkers gespecialiseerd in druktechnieken voor strips."

Toeristen pleasen

Waarom komen mensen van over de hele wereld naar Brussel om strips te lezen? “Er zijn een aantal vaandeldragers: Kuifje is echt ongelooflijk bekend, net als De Smurfen. Het zijn iconen van het beeldverhaal, en de (teken)filmadaptaties versterken dat nog. Toeristen willen de zaken die specifiek zijn voor een plaats leren kennen, en in België zijn dat bier, chocolade en strips. Zeker 80% van de bezoekers zijn buitenlanders. In die zin zijn wij eerder een toeristische attractie dan een cultuurhuis. Bovendien trekken wij voor een museum een vrij jong publiek aan: veel backpackers, gezinnen en schoolgroepen.”

Voor vele tekenaars zijn de eenvoudige lijnen van Kuifje nog steeds een inspiratiebron. Is die heldere lijn dan specifiek te noemen voor de Belgische beeldtaal? “Bij Hergé is de klare lijn vooral uit gebrek ontstaan. Hij werkte op die manier omdat de druktechnieken hem niet toelieten om met schaduwen te werken. De kranten waren van slechte kwaliteit, de lijnen bewogen al eens. Je kon geen grijsnuances aanbrengen; het was zwart of wit. Daarom heeft hij ervoor gekozen heel eenvoudige lijnen te zetten.” De humor is wel iets waar buitenlanders ons vaak mee complimenteren. “Vanaf het moment dat er Belgische auteurs aankomen op een stripfestival, dan kan er gelachen worden. Wij drijven graag de spot met onszelf, evenals met de maatschappij.”

"Belgische stripauteurs drijven graag de spot met zichzelf"

Graphic novel

Het literaire veld keek lang neerbuigend naar strips. “Kijk eens goed naar de boekentoptien: er staat tussen haakjes altijd ‘zonder strips’, want ze mogen niet meegeteld worden. De weerzin is dus nog niet helemaal verdwenen. Ook in het onderwijs is er nog heel veel werk aan de winkel. In plaats van een auteur uit de jaren 50 zoals Harry Mulisch, waar leerlingen moeilijk aansluiting bij vinden, kan je ze een graphic novel laten lezen. Strips lezen kan ook uitdagend en moeilijk zijn, zeker om alles grafisch te ontcijferen. Beelden leren lezen is zo belangrijk, en zit nog veel te weinig in het curriculum. Nochtans zijn we omringd door beelden en moeten we ons bewust zijn van de kracht ervan.”

Geen wonder dat de booming stripbusiness evolueert: in oorsprong werd het medium vooral voor jongens gemaakt, vandaag bereikt de strip een heel ruim publiek. “In de jaren 60 hebben ze alle registers opengetrokken: geweld, erotiek, underground … Vanaf dat moment waren er ineens veel meer mogelijkheden en genres. In de jaren 80 keek mijn heel veel naar de cinema: de detective, de film noir … Ook de graphic novel kent daar zijn voorloper: men wou in plaats van reeksen met steeds dezelfde personages een boek maken dat op zichzelf staat, zoals dat bij literatuur het geval is.” Als favoriete tekenares haalt ze Judith van Istendael aan. De graphic novel trekt een nieuw vrouwelijk publiek aan dat op zich niet geïnteresseerd is in superhelden, maar wel in goede, authentieke verhalen. Als laatste belangrijke trend ziet Tine dat uitgevers vandaag meer naar onontgonnen materiaal zoeken. “Wij lezen nu strips van Persepolis, een Iraanse auteur, en de laatste 25 jaar is er enorm veel manga. Het aanbod is nog veel diverser geworden.“

 

Tentoonstelling COVERART (nog tot 25 mei)

In het Stripmuseum Brussel loopt nog tot 25 mei de tijdelijke tentoonstelling ‘Coverart’. Met een grote verzameling aan zowel bekende als minder bekende stripcovers vertelt de expositie over de wereld waar het filmische verhaal en de grafische kunst samenkomen tot één beeld. Bekende striptekenaars vertellen in videoboodschappen over hun ideeën wat een goeie covertekening maakt en voor de (oud-)stripfans onder het publiek wordt een bezoek een kleine nostalgische tijdreis. Hoewel de expositie zelf magertjes is opgebouwd, is er nog een fijne leesbibliotheek en enkele levensgroot nagebouwde stripiconen zoals de Kuifjeraket, het hoofddeksel van Robbedoes en de auto van Billy en Bolly. Oh, en Lucky Luke op Jolly Jumper natuurlijk. Perfect geplaceerd om Instagramworthy foto's te maken. Een fotootje van de art nouveau-architectuur zal ook schoon staan op je aesthetic blog. En een Brussel-geofilter voor Snapchat. Sommigen gaan ook gewoon omdat ze fan zijn van strips. Rare mensen.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen