Nu de wereld opnieuw wordt getergd door een diepe energiecrisis, werpt professor internationale politiek Thijs Van de Graaf (UGent) een blik op de wankele balans tussen geopolitieke oliebelangen en de noodzakelijke Europese energietransitie.
Het is de tweede energiecrisis in één decennium. Is dat al eens eerder gebeurd of niet?
"Je zegt in hetzelfde decennium, maar het is zelfs de tweede energiecrisis in vier jaar tijd. We hebben dat wel al gehad. In de jaren zeventig hadden we twee olieschokken die elkaar kort opvolgden. De eerste was in oktober 1973, de tweede was in 1979. Er zat iets meer tijd tussen, maar dat waren ook twee cumulatieve schokken als je kijkt naar de olieprijs. De olieschok van 1973 zorgde op korte tijd voor een verdubbeling van de olieprijs. Die is daarna niet meer gedaald. Dan kwam de Iraanse Revolutie in 1979 en die deed er nog een schepje bovenop. Maar vandaag hebben we vooral de gascrisis gehad van 2022, toen Rusland het grootste deel van de gaspijplijn uitvoerde naar Europa. Dat had ook een enorm effect op de elektriciteitsprijzen. Vandaag is de Straat van Hormuz geblokkeerd. We zijn nu in de negende week. Dat is op dit moment vooral een oliecrisis, maar natuurlijk ook de gasmarkten worden geraakt, omdat de Straat van Hormuz een waterweg is waarlangs normaal gezien twintig procent van de olie en ook twintig procent van het vloeibare aardgas wordt verscheept."
We laten nu strategische reserves vrij, maar die gaan het toch ook niet eeuwen uithouden?
"Nee, er is kort na de start van de oorlog beslist om 400 miljoen vaten vrij te geven, druppelsgewijs, door een aantal grote westerse landen. En om maar te zeggen, de totale publieke strategische reserves die aangehouden worden door overheden, dat is 1,2 miljard. Dus dat is één derde die we daarvan vrijgegeven hebben. Dat is de grootste vrijgave ooit van strategische reserves. Dus in theorie kan je dat nog twee keer herhalen en dan is alles op. Dan zijn er nog wel wat private stocks die ook nog kunnen bufferen, maar die zijn kleiner dan de publieke stocks. Dus inderdaad, dat is een noodmaatregel en een injectie die je twee, drie keer kan doen, maar dan is het gedaan."
De Verenigde Arabische Emiraten zijn uit de OPEC gestapt. Waarom nu en wat zijn de gevolgen?
"Alles is gelinkt. Voor de Emiraten, de derde grootste producent binnen OPEC, is de crisis met Iran een goede gelegenheid om nu eigenlijk te doen waar ze al jaren over spraken, namelijk uit OPEC stappen. OPEC is een club waarbij landen productiebeperkingen afspreken. Als je er niet in zit, heb je die beperkingen niet en kan je zoveel produceren als je wilt. Dat is het grote twistpunt met de Saudi's: de Emiraten willen hun productiecapaciteit uitbreiden. Maar als je dat plafond verhoogt, moet je collectief meer reduceren om hetzelfde effect te hebben op de oliemarkten. Zij hebben nu gezegd: 'We kunnen nu toch niks exporteren, en zodra de Straat van Hormuz opengaat, zal iedereen maximaal produceren. Dus nu is een goede kans voor ons.' Er is ook rivaliteit met de Saudi's op verschillende vlakken, zoals Jemen en het economische model van Dubai. Dat creëert spanning. En op de achtergrond speelt de energietransitie: die maakt dat die landen wellicht niet alle oliereserves die onder de grond zitten te gelde zullen kunnen maken."
Stel nu dat de Straat van Hormuz open zou staan en dat het business as usual zou zijn. Zou dat zorgen voor een daling of een stijging van de prijs?
"De Straat is nog altijd gesloten. En zodra ze opengaat, neem ik aan dat alle exporterende landen, alle golfstaten, daar maximaal zullen willen exporteren. Het is ook nogal onduidelijk of Iran zijn olie-exporten zal kunnen hernemen, of dat er blijvende strenge sancties zullen zijn. Allemaal grote vraagtekens die bepalen wat het gevolg zal zijn. Maar als je vanop afstand kijkt, op middellange/lange termijn, zou de exit van de Emiraten zou de olieprijs in principe moeten doen dalen, omdat er een groter aanbod zal zijn van olie op de wereldmarkt. Het is ook mogelijk dat de exit van de Emiraten het kartel helemaal uit elkaar doet barsten, omdat het niet het eerste land is dat vertrekt."
"Als je de minder kritische massa vertegenwoordigt, een minder groot aandeel van de wereldolieproductie, kan je als kartel ook minder wegen" - prof. Van de Graaf
"Angola is twee jaar geleden vertrokken, Qatar in 2019. Er is bijna een exodus bezig van landen uit OPEC. Als je de minder kritische massa vertegenwoordigt, een minder groot aandeel van de wereldolieproductie, kan je als kartel ook minder wegen. Dan moeten de resterende landen een relatief grotere inspanning doen om te compenseren voor de verliezen van de wereld. Als dat gebeurt, dat het kartel helemaal uit elkaar valt, dan is er helemaal geen rem meer op de productie. Dan zitten we met te veel olie op de markt. Dan gaat de prijs in elkaar storten. Wat trouwens slecht nieuws zou kunnen zijn voor de transitie. Dat wordt soms ook de groene paradox genoemd. Als er te veel fossiele brandstoffen op de markt zijn, daalt de prijs daarvan. En dan wordt alternatieve technologie minder aantrekkelijk."
Wat doet de overheid en in hoeverre gaat het nu met de huidige crisis? Is dat een impuls om meer te doen voor België en voor Europa?
"In principe zou je verwachten dat bij de tweede fossiele brandstofcrisis van die grootteorde in vier jaar tijd een spoorslag zou geven aan de energietransitie, en dat zal ook wel zo zijn als je kijkt naar elektrische wagens met batterijen, zonnepanelen, windturbines of warmtepompen. Dat soort technologieën kunnen ervoor zorgen dat je minder afhankelijk wordt van die volatiele, dure en onzekere fossiele brandstoffen. Een van de punten van kritiek van hernieuwbare energie was altijd die van variabiliteit: zon en wind schijnt en waait niet altijd, en de hoge kost. Maar blijkbaar zijn die twee punten ook wel gevoelig bij de import van fossiele brandstoffen. De aanvoer is blijkbaar ook volatiel, en de kost is bij momenten ook zeer hoog. Maar er zijn ook zaken die het ironisch genoeg kunnen afremmen. Er wordt nu veel overheidssteun gegeven om verbruikers van fossiele brandstoffen te compenseren. Dat zijn eigenlijk in zekere zin fossiele brandstofsubsidies, ook in België en veel Europese landen. Dat is niet het soort beleid dat de transitie gaat versnellen, wat dus minder goed nieuws is. Ten tweede, als er door de hoge energieprijzen een inflatieschok komt, kan je verwachten dat de rente gaat stijgen. Veel hernieuwbare energie-installaties zijn kapitaalintensief en hebben leningen nodig. Dus de financiering zou duurder kunnen worden. En ten derde, er is ook nog een stuk van de waardeketen van schone energietechnologie die afhangt van allerlei inputs die gemaakt worden met fossiele brandstoffen. Die inputs gaan ook duurder worden. Denk maar aan allerlei polymeren die gebruikt worden voor de wieken van windmolens."






Reactie toevoegen