Ik voel me belachelijk en kruip in een bolletje van schaamte doordat ik deze opinie moet schrijven. Ik voel me een persiflage van mezelf, van mijn soort. Alsof het UGent-boekske mij uit medelijden ook maar eens een plekje gaf en dit er dan uitkomt.
Maar kijk, noodzaak doet een mens afdalen. Ik zal er verder geen woorden aan besmetten en zal de situatie schetsen zodat ook u, beste lezer, het hoofd kunt schudden. Zowel vanwege het onderwerp dat hier uitgelicht zal worden als ook voor het belachelijk logische betoog dat daaruit zal volgen.
Ik wandelde vorige week onze geliefde en gelauwerde Rozierbibliotheek binnen. Vleugel Magnel, eerste verdiep, als je van de trappen komt naar rechts, die gang naar de toiletten. Daar hangen sinds kort, tussen de Duitse letterkunde links en algemene letterkunde rechts, een reeks auteursportretten van literaire goden in ons taalgebied. Hugo Claus, Gerrit Komrij, Stefan Hertmans, Tom Lanoye, Harry Mulisch en - als ik heel eerlijk ben - nog enkelen die ik op het eerste zicht niet herken. Ik studeer immers Engels-Duits.
U weet al waar dit naartoe gaat beste lezer, een Blandino die schrijft over een gang met auteursportretten die de canon moeten voorstellen… Ik stel voor dat we een cirkel vormen en elkaar een handje geven, en nu allen samen in koor: "Waar o waar zijn de vrouwen?"
Ik zou echter geen columnist zijn als ik de gaten niet zelf invul om mijn punt te bewijzen
De bibliothecaressen zijn altijd enorm vriendelijk tegen mij dus ik zou het niet over mijn hart krijgen om tegen hen te beginnen zagen, daarbij heb ik ook geen idee wie dat soort keuzes maakt. U denkt waarschijnlijk dat het de taak van deze pseudocolumnist is om dat soort dingen uit te zoeken. Ik zou echter geen columnist zijn als ik de gaten niet zelf invul om mijn punt te bewijzen. En daarbij, ik heb een masterthesis die af moet, ik heb daar geen tijd voor. Sta me simpelweg toe de vergadering te fantaseren waarop de selectie uitgekozen werd:
Voor mij zie ik een Teams-meeting ingepland met als bijlage de agendapunten voor die maandagochtend: "1. Pensioenfeestje Ingrid – 2. Afstoffen Nederlandse letterkunde – 3. Koffiemachine stuk – 4. Varia". En onder die 4. Varia vond deze blunder waarschijnlijk plaats. De voorzitter werpt een idee op tafel om de gang op 't eerste wat op te fleuren met zwart-wit foto's van grijze schrijvers. Hij gaf zelf al een voorzetje en somt enkele namen op. De rest van het bestuur was stikkapot na het hevige debat omtrent de kleurkeuze van de bekers op Ingrids afscheidsfeestje en ging unaniem akkoord met de selectie om toch ten laatste voor 12:00 thuis te zijn.
En zo geschiedde: een gang met mannelijke schrijvers. Op twee vrouwen na die wederom in het gezelschap van een man staan. Raar hoor UGent, vooral gênant. En saai, echt saai. Ah ja, bijna vergeten: Connie Palmen, Kristien Hemmerechts, Gaea Schoeters, Anna Enquist.






Reactie toevoegen