Sportswashing, terug van nooit weggeweest

Dit jaar organiseren Canada, Mexico en de Verenigde Staten gezamenlijk het WK voetbal. Mexico en de VS glijden evenwel af richting een autocratie. Gebruiken deze staten sportswashing om hun blazoen op te poetsen?

Het is zeker niet ongebruikelijk dat landen een groot sportevenement aangrijpen om hun regime in een positief daglicht te plaatsen. Denk maar aan het vorige wereldkampioenschap voetbal in Qatar. 

Vermits dergelijke evenementen in principe "apolitiek" zijn, werpen de meeste organisaties maar weinig bezwaren op tegen landen met een bedenkelijke reputatie. Vandaar dat de lijst met sportevenementen waarbij landen aan sportswashing doen dan ook ellenlang is.

Voor het vaderland!

De recente Winterspelen in Noord-Italië maakten nogmaals duidelijk dat staten graag profiteren van de nauwe verbinding tussen sportprestaties en vaderlandsliefde. Ver moeten we het niet zoeken: sportverslaggever Bert Sterckx spreekt van een Belgische ontgoocheling op de Spelen, wat zorgt voor een gebrek aan enthousiasme bij onze jongeren.

Regimes gaan een stap verder door de sportprestaties te linken aan het beleid in plaats van de natie. Zo klampt de FBI zich vast aan de ijshockeywinst van zijn mannenteam op de Winterspelen. Baas Kash Patel viert zelfs mee met het team in de lockers, schijnbaar om het imago van de organisatie op te krikken bij het Amerikaanse volk. Bij kritische vragen vertelde hij reporters "niet boos te zijn omdat de VS won". 

Sporters krijgen de schuld bij fouten, maar de staat claimt de eer bij goud

Chinese president Xi Jinping probeert kwaliteiten zoals gezondheid en discipline in te bedden in de alledaagse Chinese cultuur via de topatleten. Liefst stralen ze die waarden ook uit naar de buitenwereld, enkel gouden medailles volstaan als atleten het prestige van de natie willen evenaren. Zodra sporters geen goud winnen, verliezen ze de steun van het Chinese regime. Zo voert China een proxy-oorlog op het sportveld. Sporters krijgen de schuld bij fouten, maar de staat claimt de eer bij goud.

Controversiële gastlanden

De Olympische Zomerspelen van 1936 in Berlijn gelden als een vroeg en invloedrijk voorbeeld van sportswashing. Adolf Hitler en zijn nazi-regime organiseerden het sportevenement niet uit liefde voor sport. Hitler zag zijn kans schoon om de "Arische superioriteit" te etaleren. Dankzij massale investeringen won Duitsland de meeste medailles. Toch werd de Afro-Amerikaanse Jesse Owens de ster van de Spelen. Zijn succes ondergroef de racistische ideologie van het regime. Om een vredelievend en non-discriminatorisch imago te schetsen, verdwenen de antisemitische borden bovendien tijdelijk van het toneel. Een façade die de realiteit verdoezelde. 

Een indrukwekkende infrastructuur werd uit de grond gestampt, maar niet zonder bloed

Ook Qatar, dat in 2022 het wereldkampioenschap voetbal organiseerde, geldt als een controversieel gastland. In 2010 kreeg het emiraat te horen dat ze het wereldkampioenschap mocht organiseren. Een indrukwekkende infrastructuur werd uit de grond gestampt, maar niet zonder bloed. Zo'n duizend gastarbeiders verloren hun leven tijdens de bouw. Deze arbeiders, veelal afkomstig uit arme landen in Afrika en Azië, werden naar de golfstaat gelokt onder valse voorwaarden. In werkelijkheid moesten ze 18 uur per dag werken in de brandende Qatarese zon. Mensenrechtenschendingen waren dan ook allesbehalve schaars. 

Qatar en Nazi-Duitsland zijn helaas geen alleenstaande voorbeelden. Er bestaan talloze andere gevallen van sportswashing, en het aantal blijft groeien. Steeds vaker zijn het autoritaire regimes die zich opwerpen als organisator van grote sportevenementen, in de hoop hun internationale imago bij te schaven, ongeacht de maatschappelijke of ethische kost die daarmee gepaard gaat. 

Theorie versus praktijk

In theorie laten organisaties als het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en Fédération Internationale de Football Association (FIFA) het organiseren van sportevenementen als propaganda niet toe, maar in de realiteit geschiedt het anders. In het Olympisch charter van het IOC wordt steeds herhaald dat de Olympische Spelen politiek neutraal zijn. Dit lijken ze serieus te nemen, want het IOC schorst zelden landen. Indien ze tot schorsing overgaan, gaat dit niet om politieke redenen. Rusland werd bijvoorbeeld eind 2023 geschorst omdat het Russische Olympische Comité van plan was Oekraïense sportorganisaties te absorberen, niet omdat ze Oekraïne binnenvielen. Vandaar dat Israël nog mag meedoen. De voorwaarden om mee te doen beslaan enkel dat wat met sport te maken heeft. Maar volgens critici is alleen al Israëls aanwezigheid op de Spelen een manier om het imago van het land op te poetsen. Als we de doelstellingen van het IOC bekijken, zou het comité zich in theorie bij de critici moeten aansluiten. Een van hun officiële doelstellingen is namelijk: 'To oppose any political or commercial abuse of sport and athletes'.

FIFA daarentegen schorst wel om politieke redenen, zo werden Japan en Duitsland in 1950 uitgesloten, maar ook zij beweren politieke neutraliteit te herbergen. Rusland werd bijna onmiddellijk na de invasie van Oekraïne geschorst. Hoewel de president van FIFA, Gianni Infantino, nu twijfels heeft bij die beslissing omdat de schorsing "enkel meer haat en frustratie heeft voortgebracht". Israël schorsen doet FIFA ook niet, omdat de situatie te complex zou zijn. Dat het ethische beleid van FIFA tegenstrijdig is, zien we ook in een verslag van een FIFA-congres uit maart 2022. Hierin wordt gezegd dat FIFA de rechten van arbeiders belangrijk vindt en dat er wordt samengewerkt met Qatar omtrent dit onderwerp. Ook beweren ze in hun ethische code dat vrijheid van meningsuiting gerespecteerd moet worden. Dat er 6500 arbeiders omkwamen bij het bouwen van de stadions voor de wereldbeker, en dat er op die wereldbeker gele kaarten werden uitgedeeld aan spelers die de regenboogband droegen, wordt wijs genegeerd.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen