Van Sidonie Verhelst tot Petra De Sutter: vrouwenemancipatie aan de UGent

Aan onze en andere Belgische universiteiten kwam de vrouwenemancipatie moeizaam op gang. De UGent werd in 1817 gesticht, maar de eerste vrouwelijke studente, Sidonie Verhelst, kwam er pas in 1882. 

In de 19e eeuw gold het ideaal van de vrouw als zorgzame echtgenote en moeder. Onderwijs werd gezien als een bedreiging voor deze rol. De staat bemoeilijkte actief de toegang tot hoger onderwijs: universiteiten eisten een diploma van de volledige humaniora, terwijl er voor meisjes geen middelbaar onderwijs bestond. Pas in 1864 richtte Isabelle Gatti de Gamond de eerste stedelijke middelbare meisjesschool op, met als doel vrouwen intellectueel te emanciperen.

In 1882 schrijft Sidonie Verhelst zich als eerste vrouw in aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent en in 1885 studeert Emma Leclercq er als eerste vrouw af. Vanaf 1890 krijgen vrouwen wettelijk toegang tot alle academische graden. In 1907 sticht Rosa De Guchtenaere het Gentse 'Athenée de Jeunes Filles', dat meisjes voorbereidt op universitaire studies. In 1912 stroomt de eerste lichting door naar de universiteit. 

De harde cijfers

Tussen 1882 en 1914 schrijven 99 vrouwen zich in aan de UGent. In 1914 vormen ze slechts 2,1% van de studenten. Tegen de Tweede Wereldoorlog stijgt dit aantal tot 14%. Studierichtingen zoals farmacie, filologie, geneeskunde en rechten waren toen het populairst bij de studentes. Tussen 1960 en 1990 groeit het aandeel vrouwen jaarlijks met ongeveer één procent, tot maar liefst 45% studentes in 1990. Vanaf 1995-1996 studeren er meer vrouwen dan mannen, een trend die zich doorzet tot 56% in 2016. Vrouwelijke studenten behalen bovendien gemiddeld betere resultaten en halen vaker de eindmeet.

Sociale afkomst

De eerste generaties studentes (1882–1914) komen vooral uit middenklassegezinnen die hoger onderwijs zien als een weg naar zelfstandigheid. Meisjes uit arbeiders- of plattelandsgezinnen ontbreken volledig. Ook na de Eerste Wereldoorlog blijft de instroom beperkt tot studentes afkomstig uit intellectuele en burgerlijke milieus. Het Nationaal Studiefonds (1954) maakte studeren toegankelijker voor jongeren uit verschillende sociale klassen, maar meisjes uit lage-inkomensgezinnen blijven ondervertegenwoordigd.

Warme ontvangst?

De eerste studentes werden helaas niet met open armen ontvangen. Mannelijke studenten vrezen concurrentie en twijfelen aan de intellectuele capaciteiten van vrouwen. Later maakt de vijandigheid plaats voor 'hoffelijkheid', maar wel met strikte scheiding: studentes wachten apart, worden begeleid naar het auditorium om vervolgens plaats te nemen op de 'meisjesrij'. Deze hoffelijkheid mag echter niet verward worden met een voorkeursbehandeling. De studentes hebben de indruk zich dubbel zo hard te moeten bewijzen. In 1960 verdwijnt de meisjesrij omdat de groep studentes te groot wordt.

Strijd en verzet

Tijdens de tweede feministische golf ontstaan de Dolle Mina's, gegroeid uit de mei '68-bewegingen, die zich afzetten tegen de heersende burgerlijke cultuur van de 20ste eeuw. In Vlaanderen wordt de beweging gelanceerd door Marie‑Rose Proesmans, UGent‑alumni en doctor in de rechten. De Prima Mina's voeren ludieke en provocerende acties tegen ongelijkheid in de samenleving. Ook Fem-Soc en de Pluralistische Actiegroep Gelijke Kansen spelen een rol in het openbreken van het hoger onderwijs voor vrouwen.

Aan de UGent wordt eind jaren 80 voor het eerst de opleiding vrouwenstudies aangeboden, later verbreed tot genderstudies. Ook vandaag kan je aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte een master in Gender en Diversiteit volgen. 

Het eeuwenoude glazen plafond

Hoewel vrouwen de meerderheid van de afgestudeerden vormen, daalt hun aandeel sterk naarmate de academische ladder stijgt. Slechts 10% bereikt de top. Ze zijn zwaar ondervertegenwoordigd in raden, decanaten en leidinggevende functies en worden vaker tewerkgesteld in lagere functies met minder stabiele contractvormen. Anne De Paepe werd pas in 2013 de eerste vrouwelijke rector. Tel Petra De Sutter daarbij op en we zitten aan slechts twee vrouwelijke rectoren in meer dan 200 jaar UGent. Veel vrouwen geven zelf aan duidelijke nadelen in hun loopbaankansen, zichtbaarheid en werk‑gezinsbalans te ervaren. Ze blijven hun kop stoten tegen het glazen plafond.

Gelijke-kansenbeleid

In 2005 wordt UGender opgericht, een project dat gendergelijkheid structureel op de agenda van het universiteitsbestuur plaatst. Op initiatief van het Centrum voor Genderstudies werd het thema gelijkberechtiging gekozen. UGender kiest voor gendermainstreaming als beleidsstrategie en formuleert adviezen zoals transparante selectieprocedures, mentoring, loopbaanbegeleiding, gezinsvriendelijk beleid en meer zichtbaarheid voor vrouwelijke academici. Deze aanbevelingen vormden de basis voor een concreet actieplan ter bevordering van gelijke kansen. In 2008 volgt de Cel voor Diversiteit en Gender, die het beleid verder opvolgt en uitvoert via beleidsacties en projecten. 

0
Gemiddeld: 1 (1 stem)

Reactie toevoegen