Grensoverschrijdend gedrag is het hete hangijzer dat al jaren een schaduw werpt op het hoger onderwijs. Met de recente VLIR-evaluatie, alsook nieuwe procedures aan de UGent, lijken er eindelijk stappen genomen te worden.
Wat zegt het rapport?
Vanuit de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) werd een panel samengesteld dat het beleid aan de Vlaamse universiteiten in zijn geheel moest evalueren, met een zelfreflectie van universiteiten als startpunt. Het panel maakte gebruik van gesprekken met stakeholders vanuit de academische gemeenschap, evenals het Vlaams Mensenrechteninstituut, Meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag en het Instituut van Gelijkheid van vrouwen en mannen, als input voor dit rapport.
Volgens het panel is er sprake van een positieve ontwikkeling. Verder staan in het rapport nog aanbevelingen rond meldprocedures en het inzetten op preventie.
Aan de UGent zit men nog in een overgangsfase en moeten meldingsprocedures nog verder uitgewerkt worden in samenwerking met studenten. Er zijn sinds kort vertrouwenspersonen in het studentencentrum enkel toegankelijk voor studenten, in tegenstelling tot het vroegere Trustpunt dat met meldingen omgaan van zowel personeelsleden als studenten.
Is de methode geheel betrouwbaar?
Ondanks de expertise van de mensen die zetelen in het panel of degenen die data leveren die het panel evalueert, kan de objectiviteit van deze analyse in het gedrang komen gezien de connectie met de instellingen die worden onderzocht.
Hoewel de zetelende panelleden over een brede expertise beschikken, kan je vragen stellen over de objectiviteit van hun oordeel aangezien velen directe connecties hebben met de Vlaamse universiteiten die ze moeten evalueren. In hoeverre kan iemand die deel uitmaakt van een instelling, diezelfde instelling onpartijdig evalueren?
Hoewel het rapport vertrekt vanuit een zelfreflectie van de universiteiten zelf, spreekt de VLIR in haar persbericht van een 'externe evaluatie'
In het panel zat ook o.a. iemand van Universiteit van Amsterdam, waarom werden niet meer panelleden van niet-Vlaamse universiteiten uitgenodigd? Hoewel het rapport vertrekt vanuit een zelfreflectie van de universiteiten zelf, spreekt de VLIR in haar persbericht van een 'externe evaluatie', wat elkaar lijkt tegen te spreken.
Daarbij wordt gezegd dat er ook gekeken is naar ervaringen. Cijfers worden niet vermeld of gebruikt: "Het panel heeft niet zelf de effecten van beleidsinitiatieven in de praktijk kunnen vaststellen in een kwantitatief onderzoek." Er wordt echter ook niet verder verduidelijkt bij de input welke ervaringen juist zijn uitgewisseld vanuit externe organisaties met het panel. Dit kan echter ook zijn vanwege de vertrouwelijke aard van de ervaringen.
De Sutter laat weten dat ze de conclusies en aanbevelingen van het panel onderschrijft. De UGent stelt vertrouwen te hebben in de onafhankelijkheid van het panel, gezien zij autonoom werken met duidelijke evaluatiekaders, onafhankelijke methodes van gegevensverzameling, breed stakeholderoverleg en hun kritische aanbevelingen.






Reactie toevoegen