Muziekgeschiedenis: tot 1750, zo droog dat het weer fascinerend wordt?

Deze cursus viel niet in Gods goede gratie en daarom wordt het hoorcollege op vrijdagnamiddag van 16.00 tot 19.00u gedoceerd. Maar met prof. dr. Francis Maes’ enthousiasme kan het zijn dat je toch de 15e eeuw muzikaal begint te waarderen.

Voordat je dit vak volledig verdoemt vanwege het rooster, laat me je introduceren tot één van de meest abstracte dingen (die ik ben tegengekomen) in de richting: het gregoriaanse gezang. 

De meesten zullen niet staan springen bij het horen van gregoriaans gezangen, maar het is fascinerender dan je wellicht zou anticiperen. Er is een moment dat men zo diep gaat in de cijfersymboliek dat componisten besluiten om muziek te gaan schrijven in vormen, zoals een harp of een hartje. Maar toch moet menig kunstwetenschapper waarschijnlijk beschaamd bekennen dat ze na deze volledige cursus nog steeds niet zouden kunnen uitleggen wat een isoritmisch motet precies is. Om de illusie nu te breken, dit vak blijft een taaie pil, en toegegeven is het niet altijd fascinerend om te horen wat men 600 jaar geleden deed.

Het doel daarvan is dat je op het examen zelf shazam gaat spelen en de stukken gaat herkennen

Maar dat beseft prof. dr. Francis Maes zelf ook, dus als lichtpuntje om naar uit te kijken, bestaat de helft van praktisch elk college uit het luisteren naar een resem aan stukken die gaan van grootste dramatiek bij Bach tot opgewekte madrigalen uit de renaissance. Eén van de aanraders van die stukken is 'Chants des Oyseaux' van Janequin, een componist die dan letterlijk vogelgezang probeert weer te geven in muziek. Het huiswerk voor dit vak bestaat vooral uit het luisteren van een (toegeven 10+ uur durende) playlist van oude muziek. Het doel daarvan is dat je op het examen zelf Shazam gaat spelen en de stukken gaat herkennen. Daarna zul je wellicht beseffen dat de 'Matthäus Passion' verrassend vaak wordt opgezet.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen