Europees Parlement lust geen veggieburgers meer

Taal op je bord

De landbouwlobby heeft reden tot feest: voortaan mogen plantaardige producten geen vleesgerelateerde namen meer dragen. Hebben woorden dan zoveel impact op ons bord?

We staan dichter dan ooit bij een verbod op het woord 'veggieburger', althans op de verpakking in de supermarkt. De Europese christendemocraten zijn klaarblijkelijk op oorlogspad tegen plantaardige producten die zich maskeren als zijnde van de koe of van het varken. Die christendemocraten zijn niet alleen de grootste fractie in het Europees Parlement en leveren de Commissievoorzitter, Ursula Von der Leyen, maar profileren zich bovenal als de beschermer der boeren; met deze nieuwe maatregel willen ze immers de boer versterken en de consument beschermen.

Hoe gaan producenten van wijlen veggieburgers dan te werk? Wellicht moeten ze gaan kijken bij plantaardige melk en yoghurt, dat zich al vier jaar geen zuivelnaam mag toe-eigenen. Producenten geven dan alternatieve benamingen zoals "haverdrink" voor havermelk, of ze waarschuwen consumenten op weinig discrete wijze dat het product geen 'echt' zuivelproduct is. Namen zoals "plantaardige schijf" en verpakkingen met: "dit is geen kip" zullen het licht zien.

Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet

Het is hoe dan ook bedenkelijk dat consumenten op zo'n schaal veggieproducten kopen dat Europa zich genoodzaakt voelt om op te treden. De landbouwlobby daarentegen lijkt volgens tegenstanders de meer aannemelijke drijfveer achter deze nieuwe maatregel. Het lijkt dan ook niet louter een poging om de plantaardige industrie lichtjes te irriteren, maar om haar dood te knijpen. Landbouwbedrijven hebben het immers niet begrepen op alternatieven voor hun producten; veggieproducenten verbieden om hun producten te adverteren als "veggieburger" of  "veggie kip" zal marketing een onbegonnen zaak maken. Terwijl de volksmond zal blijven spreken van de oude termen, zal de industrie moeten gebruikmaken van de ongelukkige neologismen die het maar al te moeilijk aan de man kan brengen.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het geschreven woord een impact heeft op wat op ons bord komt te liggen (of überhaupt op tafel komt te staan). Een simpel voorbeeld: de light of zero sugar-producten. De consument neemt vrijwel meteen aan dat deze varianten gezonder zijn dan het 'normale' product en zijn dus geneigd om het te kopen. Het is daarmee nog niet gezegd dat zij effectief gezonder zijn; er zit altijd wel een addertje onder het gras.

Anderzijds is de consument een gewoontedier; wat de boer niet kent, dat vreet hij niet. Meestal grijpen we terug naar producten die we kennen. Een naamsverandering kan daar maar weinig aan doen. Het doel is dan ook vooral verdere groei te verhinderen en de plantaardige schijf van ons bord te houden. Waar geen groei zit, daar zit geen geld, en de producenten zullen maar al te gauw afdruipen, zo hoopt de landbouw.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen