Van komkommernieuws kon men deze festivalzomer niet spreken. Interventie na interventie wurmden de geopolitieke conflicten die de overhand op onze krantenkoppen hebben, zich een weg tussen de optredens en concerten.
De genocide in Gaza breekt als een olifant in een porseleinen kast de illusie van alle laatste beetjes luchtigheid en goedlachs escapisme op festivals. Wat valt er echter te lachen in tijden waar sociale media gevuld staan met hongersnood, dood en vernieling? Als alle ogen gericht zijn op Gaza, hoe kan men dan nog kijken naar de main stage?
Politiek engagement: een voorkeur of een plicht?
Niemand lijkt harder tegen de schenen te schoppen dan Noord-Iers hiphop trio KNEECAP. De eerder controversiële band liet haar gezicht de laatste drie maanden opmerkelijk veel in het nieuws zien. Rond de pot draaien doen ze niet en nuance, daar staan ze niet voor. Lead zanger Mo Chara riskeert bijvoorbeeld een veroordeling na het zwaaien met een vlag van militaire beweging Hezbollah tijdens een concert in Londen. Met de boodschap "Ze zijn nu de Gazanen aan het uithongeren", luidden ze hun optreden op Pukkelpop in. Als symbool van hedendaags pro-Palestijns activisme doorprikken ze het idee dat een artiest enkel een muzikaal performance brengt. De artiest draagt een zekere verantwoordelijkheid om naast hun creatieve uitlaatklep ook op te treden tegen maatschappelijk onrecht.
Dichter bij huis wordt er deze zomer ook links en rechts opgekomen voor de onmenselijke situatie in Gaza. Zwangere Guy zet de toon van zijn show op Pukkelpop met een 'I heart Gaza' t-shirt; voor de rest was hij ook niet vies van wat politiek activisme en spreekt hij zich meermaals uit tegen Belgische politici en politieke keuzes. De Nederlandse Goldband zegt niets maar doet veel door na hun optreden "Stop The Genocide" op de schermen van Rock Werchter te laten weergalmen. Op allerlei vindingrijke manieren uiten artiesten en bands hun politieke mening en laten ze hun ongenoegen blijken voor de bezetting in Palestina. Hoe reageren festivals echter zelf op de olifant in de kamer?
Festival groot of klein, zolang ze maar politiek actief zijn.
Brussels festival Couleur Café bezit het politiek activisme al jaren in hart en nieren. Men kon vorig jaar moeilijk naast de grote muurschildering "Free Sudan, Free Yemen, Free Congo, Free Gaza" kijken. Couleur verbindt haar maatschappelijk engagement met een belangstelling voor haar ecologische voetafdruk en voor inclusiviteit aan muziekgenres, door bijvoorbeeld electronic music en reggae op haar main stage te luiden. Als een kleiner festival, zeker met zulke sociaal geëngageerde pijlers, is het aan de ene kant makkelijker om politieke thema's te includeren en te organiseren. Aan de andere kant is het gemakkelijk om hiermee festivalgangers te verliezen en brengt dat financiële risico een klein festival in het gedrang.
De grote festivalnamen van België kozen wisselvallig rond hun politiek standpunt. De rode draad blijft, en zo zou het moeten, het recht op vrije meningsuiting. Zo kiest Rock Werchter ervoor om Palestijnse vlaggen te verwelkomen in het publiek en artiesten, zoals Goldband, maar ook Fontaines DC zich te laten uitspreken over de genocide in Gaza. Over andere zaken koos het festival ervoor om geen duidelijke richtlijnen uit te brengen. Daarop aansluitend koos VRT NWS, dat livebeelden uitzond van het festival, om alles wat op podium gebeurt uit te zenden tenzij het aanzet tot haat, discriminatie en racisme. Dit zou immers ingaan tegen hun protocol rond muziek en ethiek. Gelukkig is er dit jaar geen situatie voorgevallen waarbij deze maatregelen tot censuur zijn toegepast. In tegenstelling tot de BBC die het besluit genomen had om de controversiële live-show van Engels punk rap duo Bob Vylan op Engels festival Glastonbury niet uit te zenden. Bobby Vylan, lead vocalist, riep namelijk herhaaldelijk op podium "dood aan het Israëlische leger".
Als alle ogen gericht zijn op Gaza, hoe kan men dan nog kijken naar de main stage?
Pukkelpop koos dit jaar opmerkelijk om de politieke ondertoon die op de festivals heerst te omarmen. Steunbetuigingen vonden op allerlei verschillende manieren plaats en de organisatie stelde bovendien dat ze hier geen probleem mee had zolang het op een respectvolle manier gebeurde. De instantie van Pukkelpop besloot zelf ook een politiek getint statement uit te brengen. Met t-shirts met watermeloenen en andere Palestijnse elementen trokken ze aandacht. Die verkocht het festival om financieel bij te dragen aan humanitaire hulp voor Gaza. Ze maakten duidelijk dat wereldproblemen en geopolitieke conflicten ook een plek hebben, zelfs tussen de peperdure eetkraampjes en de gigantische optredens.
Horen politieke boodschappen nu thuis op festivals? De meningen zijn verdeeld in een tijd waarin je niet meer kan wegkijken van geopolitieke kwesties. Al is het simpelweg een afwijking van het algoritme, niemand kan ontsnappen aan de schokkende beelden van Gaza. Dan is het niet verwonderlijk dat de schok en de verontwaardiging doorsijpelt tot bij onze favoriete artiesten en onze meest geliefde festivalweides.






Reactie toevoegen