Alleen de Video blijft bestaan

Café houdt het voor bekeken

Eind mei sluit Café Video voorgoed de deuren. Daarmee komt na achttien jaar een einde aan een van de meest bekende en geliefde concertcafés van Gent. Of hoe een repetitiekot voor Das Pop uitgroeide tot een bescheiden pagina in de Belgische muziekgeschiedenis.

Cafe Video

“En, vanavond nog eens een Videootje doen?” Lang is het een vaste uitdrukking geweest onder liefhebbers van alternatieve muziek. Dat hoeft weinig te verbazen. De eerste keer in de Video kon voor veel studenten als een soort van overgangsritueel beschouwd worden. Gelegen aan de hippe Oude Beestenmarkt – ver van de Overpoort – was het café de plek bij uitstek in de stad waar opkomend muzikaal talent een podium kreeg. Onder de zachte reflectie van de kenmerkende lichtwand viel er elke week wel een nieuwe ontdekking te doen.

Dat is voor Maarten Quaghebeur, samen met medeoprichters Gert Decraene en Jeroen Vereecke de uitbater, altijd het verhaal van de Video geweest: “In de loop der jaren hebben we het meeste zien passeren. Zo hebben bijvoorbeeld alle winnaars van Humo’s Rock Rally in de Video gespeeld voor ze de wedstrijd wonnen. De Bert Ostyns en de Wannes Capelles zag je in allerlei verschillende hoedanigheden en projecten langskomen en evolueren. Soms is het verwonderlijk als je terugdenkt aan een eerste concert en het contrasteert met wat het later geworden is. Wat bijvoorbeeld Oscar and the Wolf vandaag doet, staat mijlenver af van zijn eerste veeleer intimistische concerten in de Video en op Boomtown. Tegenwoordig is dat een van de grootste liveproducties van België van de afgelopen tien jaar. Het kan ook snel gaan. Toen we Jake Bugg programmeerden, had die jongen bij wijze van spreken driehonderd likes op Facebook. Drie maand later stond hij op Werchter.”

Repetitiekot met toog

Maarten Quaghebeur

Die opzet hing nauw samen met de diepste ontstaanswortels van het café. Nog voor de Video 'de Video' genoemd kon worden, fungeerde het al als repetitieruimte voor een van de hipste bands van het moment. Quaghebeur: “In een ver verleden, 1998, had Das Pop de Rock Rally gewonnen en Jeroen en ik verzorgden daarvan het management. Ons repetitiekot lag boven de Kadzu, maar na een zevental maanden bleek dat café helemaal niet goed te draaien. Nu moet je je de Kadzu inbeelden als een voorloper van wat later de typische Berlijnse zetelcafés zouden worden – stoelen uit de kringloopwinkel en dergelijke, je kent het wel. Maar eigenlijk was het zijn tijd vooruit, want het had bijvoorbeeld nog niet de koffiekwaliteit van vandaag. Een faillissement naakte, waardoor we onze repetitieruimte dreigden te verliezen. Toen hebben we met ons drieën besloten om het over te nemen, waarop de snelste verbouwing uit de geschiedenis volgde. Twaalf dagen. (lacht) Kwestie van open te zijn tegen de Gentse Feesten.”

"Ah ja, da's just, we moeten ook nog pinten verkopen"

“Dat dat interieurke na verloop van tijd niet meer in goede staat verkeerde, bleek tijdens een van de meer memorabele concerten die we gehad hebben. Van een of andere Franse cultgroep, de naam ontschiet mij eventjes. Er zat toen misschien acht man in de Video, maar dat concert was echt (met nadruk) mega-, mega-, megagoed. En superwild. Er was een Russische zangeres die overal op klom en plots ging er een gast met zijn hand door het plafond. Los door de gyproc. (droog) Die is later de manager geworden van Soko.”

Van jeugdhuis tot Radiohead

De oprichting mocht dan wel in een typische jeugdhuissfeer gebeurd zijn, de Video werd algauw een gevestigde waarde in de stedelijke muziekscene. En dat niet alleen in Gent, maar ook daarbuiten. “Vanuit ons managementverhaal merkten we dat er nood was aan relatief kleine concertplekken waar bands tijdens de week, tussen hun concerten in Londen, Parijs, Berlijn en Amsterdam, konden spelen. Waar er goed geluid was, en waar ze een stukje fee, een stukje te eten en een slaapplek konden krijgen. Kortom, een dag waarop er minder kosten zijn. Eigenlijk schaamden wij ons vroeger. In ons referentiekader kon je niet maken dat er bijvoorbeeld geen aparte kleedkamer was, of dat het plafond te laag was. De clubs waren weliswaar al aan het upgraden, maar toch. Tegelijkertijd merkten we in het buitenland dat de PA (geluidssysteem voor optredens, red.) op zogezegd legendarische plekken acht keer meer suckte dan wat bij ons stond. (lacht) Zo werden we een van de eersten om muzikanten in dat segment weer naar Gent te brengen. Soms zelfs vrij grote namen, zoals Nigel Goderick (de producer van Radiohead, red.) die een jaar of drie geleden met zijn eigen project kwam spelen.”

"Bij ons had hij driehonderd likes. Drie maand later stond hij op Werchter"

“Intussen zijn we weer zoveel jaar later. Democrazy heeft een totaal andere rol in Gent opgenomen. Er zijn meer concertplaatsen en meer buitenlandse concerten. En aan de andere kant heb ik het gevoel dat het indie-, pop-, rocksegment, waar de Video echt groot in is geworden, vandaag minder in de aandacht staat. Het publiek is ouder geworden en er is tegenwoordig een veel grotere diversiteit aan muziek. Voor bijvoorbeeld hiphop zou de Video wel geschikt zijn als beginnende venue en gewoon als podium in Gent, maar dat kan hier nooit dezelfde impact hebben als pakweg een Raketkanon. Snapt ge? Voor dat soort groepen klopt het gewoon dat ze hier spelen. De Vooruit zou bijna veel te groot zijn. Dit is de geboorteplek van iets. De concerten zijn ook veel intenser voor wie ze heeft meegemaakt.”

Filosofie van een café

De ambitie van het café om gewoon goeie muziek naar Gent te brengen weerspiegelde zich in de oprichting van het Boomtownfestival tijdens de Gentse Feesten. Eerst op de Oude Beestenmarkt, intussen al jaren op de Kouter. “Natuurlijk, we moeten de rekeningen betalen, maar het is nooit onze ambitie geweest om zo veel mogelijk pinten te verkopen en zo veel mogelijk volk naar één groep te lokken. Het blijft altijd hetzelfde: we gaan iets lolligs doen dat perfect is voor de mensen om naar buiten te komen en daarna nog wat te gaan feesten. Het is niet de bedoeling dat je tot den tweeën in uw bed ligt, om dan nog drie uur naar de Vlasmarkt te gaan, en dat tien dagen aan een stuk. Ge moet minstens iets hebben om te vertellen als ge daar staat (lacht).”

Na bijna twee decennia hebben velen de Video in het hart gesloten. Dat heeft Quaghebeur alvast gemerkt. “We wilden een wijze plek creëren waar de muziek centraal staat. Mét goeie concerten. Mét goeie dj’s. En, ah ja, da’s just, we moeten ook pinten verkopen. De dag nadat we het aangekondigd hadden, stapte er een meisje op me af om te zeggen hoe spijtig ze het wel niet vond. Ik besef nu pas dat het voor veel mensen wel hun plekje is geweest. Het was iets anders dan het café op de hoek. Het was ook een deel van hun leven. (pauzeert) Ik begin melig te klinken, hè? (lacht)”

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen