OPINIE: de UGent is nog steeds validistisch


Door

Archief

Marijn Depraetere is student Wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. Hij betreurt dat de UGent nog steeds zo weinig toegankelijk is voor studenten met een functiebeperking. "Als de UGent van volwaardige inclusie niet de norm tracht te maken, wie dan wel?"

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/02/2022 – 9:09 door

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Mar­i­jn Depraetere

Ik start een polemiek. In tegen­stelling tot de belofte die ik aan mezelf maak­te, ver­stu­ur ik mijn ver­bol­gen­heid toch naar de vicerec­tor van de UGent. Niet mijn beste werk, de emotie nam de over­hand. Te lang zat dezelfde bood­schap in mijn hoofd te malen. Dezelfde bood­schap die ik al eerder pub­liceerde in Scham­per. Na mijn pre­sen­tatie aan de vicerec­tor, al ruim een jaar gele­den, kwam het antwo­ord via dezelfde pub­li­catie. “We kun­nen ons pat­ri­mo­ni­um niet zomaar aan­passen”. Doch, de “alarm­bel” die ik bracht zou resul­teren in con­crete real­isaties. Duidelijkere omlei­din­gen voor rol­stoel­ge­bruik­ers, in eerste instantie. Weg­wi­jz­ers naar de drem­pels, de rest kwam. Ik wachtte bij gevolg enkel nog op de uitn­odig­ing om deel te wor­den van het innov­erende inclusi­etra­ject aan de UGent. Die geestdrift. De coör­di­na­tor Diver­siteit en Inclusie had ik alvast uitgen­odigd. Ikzelf, had de vicerec­tor toegegeven, had het woord ‘validisme’ in het rec­toraat geïn­tro­duceerd. Ik, grond­leg­ger?

va·li·dis·me
zelf­s­tandig naam­wo­ord • het • g.mv.
“Het tot norm ver­hef­fen van va­li­de (d.w.z.: niet-invalide) per­so­nen in de so­ci­a­le wer­ke­lijk­heid”

Sociale isolatie

Een voor­beeld maakt de defin­i­tie duidelijk. Stu­den­ten met een func­tiebeperk­ing die aan de UGent stud­eren en op kot zit­ten kun­nen, met geluk, terecht in home Ver­meylen of home Bertha De Vriese. Waar ik dankbaar ben dat aangepaste studio’s beschik­baar zijn, is voor­namelijk home Ver­meylen erg afge­zon­derd van andere stu­den­ten. Men zit er samen omdat men een func­tiebeperk­ing heeft, niet omdat men dezelfde inter­ess­es heeft. Dit betekent con­creet dat elke stu­dent met een beperk­ing, ongeacht hun eigen fac­ul­teit, telkens uit de eigen vrien­den­groep bin­nen de eigen oplei­d­ing is gerukt, telkens het col­lege is afgelopen. Dit maakt het ook moeil­ijk om vrien­den zon­der hand­i­cap te mak­en. De home Ver­meylen is vaak de eigen/enige stu­den­ten­club. Goed dat het er is, maar waarom apart?

Je kan nog alti­jd met een rol­stoel nooit vlot bin­nen waar het luchtig leuk is

Ik hoorde ooit de aan­name dat een hand­i­cap te veel tijd opeist of het sowieso onmo­gelijk maakt om ‘echt’ te socialis­eren. En effec­tief, je kan nog alti­jd met een rol­stoel nooit vlot bin­nen waar het luchtig leuk is. Deze uit­sluit­ing-op-rol­stoel leeft onbe­wust. Zo vaak wor­den hulpvra­gen van per­so­n­en met een hand­i­cap puur prag­ma­tisch bekeken, zoals ook home Ver­meylen is gere­aliseerd. Maar de vraag of die per­soon in zijn rol­stoel uit je col­lege ook bin­nen kan bij de can­tus of studiegroep, is maar gesteld als die dat zelf vraagt. Vaak blijkt het antwo­ord ‘nee’ te zijn. Dit is seg­re­gatie uit de sociale werke­lijkheid. De ‘norm’ sluit rol­stoel­ge­bruik­ers uit tot het nor­male sociale.

Ik mag de UGent dan ook dankbaar zijn. Ze realis­eren zeer zek­er een visie die per­so­n­en met een hand­i­cap alvast érgens toe­gang geeft tot de open en vri­je uni­ver­siteit van Vlaan­deren. Die visie is vaak beperkt tot het strikt wet­telijk noodza­ke­lijke en laat ook steken vallen, maar toch: ze zijn er mee bezig. Je mag als stu­dent er bij zijn, al is het dan vaak als een aparte groep. Dit is de defin­i­tie van inte­gratie. Toch kan de UGent beter. Onlangs mocht ik een gast­col­lege bren­gen aan de fac­ul­teit Dier­ge­neeskunde. Toen heeft de UGent, na mijn vraag, deskundig een trap weggew­erkt zodat ik de col­legeza­al bin­nen kon. Ad hoc en nadi­en helaas weer afge­bro­ken. Het is nu niet zo dat de UGent niet over de capaciteit­en beschikt om inclusie te realis­eren.

Niet meer even welkom

Als rol­stoel­ge­bruik­er kan je niet gaan zit­ten bij wie je wil, maar je kan meestal wel ergens bin­nen. Soms kan je zelfs ergens een toi­let vin­den. Soms is dat toi­let ook nog cor­rect geplaatst, vol­gens de courante nor­men, en dus bruik­baar vanu­it een rol­stoel. Dit is beter dan in Gent zelf, het is namelijk niet zo dat, buiten die ene kamer in de home, het mogelijk is om snel ergens in Gent op stap te gaan als rol­stoel­ge­bruik­er, schri­jft ook Daan Van­der Steene. “Let’s speak up! Voor Gent.” Mijn ego is dan wel veel sneller gek­wetst dan het zijne, onze bood­schap is dezelfde. Daan verkri­jgt een rol­stoel en schrikt. Ben ik dan niet meer even welkom als voorheen? Ik begri­jp je. En, die bood­schap is niet nieuw.

Ik heb geen prob­leem met mijn hand­i­cap, mijn prob­leem is dat mijn rol­stoel nog steeds ner­gens bin­nen kan

Zo is er, onder andere, de vzw G.R.I.P. die al decen­nia de mensen­recht­en voor per­so­n­en met een hand­i­cap verdedigt. “Inclusie is het recht op vol­waardi­ge deel­name aan de samen­lev­ing op gelijke voet met andere burg­ers, een onafhanke­lijk lev­en met gelijke keuze­mogelijkhe­den en met respect voor indi­vidu­ele keuzes”, zo luidt hun defin­i­tie. Het rijk van de vri­jheid, als het ware. Ook UNIA hanteert een defin­i­tie van hand­i­cap die niet uit­gaat van het medis­che mod­el maar van het sociale mod­el. “Per­so­n­en met een hand­i­cap omvat per­so­n­en met lang­durige fysieke, men­tale, ver­standelijke of zin­tu­iglijke beperkin­gen die hen in wis­sel­w­erk­ing met diverse drem­pels kun­nen belet­ten volledig, daad­w­erke­lijk en op voet van gelijkheid met anderen te par­ticiperen in de samen­lev­ing.” Drem­pels, niet de beperk­ing zelf.

Ik heb geen prob­leem met mijn hand­i­cap, daar heb ik mijn rol­stoel voor (medis­che mod­el). Mijn prob­leem is dat mijn rol­stoel nog steeds ner­gens bin­nen kan (sociale mod­el). De drem­pel aan het café is voor mij een veel grot­er obstakel om mensen te leren ken­nen dan mijn zwakkere spieren dat zijn. De afs­tand tot de pro­fes­sor in het hoor­col­lege, ook. Het gebrek aan bruik­baar san­i­tair, ook. De reser­vatiev­er­plicht­ing voor de trein, ook. Maar vooral: ga toch gewoon een drem­pel­hulp­je kopen …

Dan maar bio-ingenieur worden?

Die frus­tratie ver­wi­jt ik het rec­toraat van de UGent. Ik moet toegeven, ik had niet verwacht een tele­foon­t­je te kri­j­gen vanu­it het rec­toraat nadat ik die e‑mail had ges­tu­urd. Niet na dit soort e‑mail. Of ik er voor open stond om, samen met wat andere ervar­ings­deskundi­gen, de fac­ul­teit bio-inge­nieur­sweten­schap­pen te komen bezoeken. Miss­chien is het zo dat mijn kri­tiek ner­gens op stoelt?

O ik wacht wel tot bio-inge­nieur me écht een ding lijkt

Dank u voor de dialec­tiek. Maar, uitein­delijk is het wacht­en op een nieuw­bouw geen antwo­ord op de vraag. Ik studeer wijs­begeerte, geen bio-inge­nieur, en dan is een pijlt­je naar de drem­pels sim­pel­weg geen oploss­ing. Wat is mijn keuze dan? O ik wacht wel? Tot bio-inge­nieur me écht een ding lijkt? Of …

Daar­naast, ook het nieuwe UFO heeft prob­le­men, zoals de aparte ingang, onbereik­bare knop­pen, een geï­soleerde zit­plaats en te steile helling. Men beoogde er inte­gratie, niet inclusie. Ik weet al hoe toe­ganke­lijke gebouwen eruitzien vol­gens de UGent van­daag. Geen rondlei­d­ing neemt die bek­ende en bestaande drem­pels weg die niet enkel voor mij te hoog zijn. Geen prob­leem opgelost. Daarom wil ik weten vanu­it welke visie op mens, maatschap­pij en inclusie de open en vri­je uni­ver­siteit van Gent realiseert. Ik wil weten hoe de UGent inclusie spelt en inter­pre­teert, alvorens mij – en alle andere stu­den­ten – er in voor­beeld en the­o­rie de defin­i­tie van aan te leren. Naar welke stu­dent streeft men? Wan­neer is een uni­ver­siteit een stim­ulerende leefomgev­ing, en wan­neer een selec­tieve? Welke afwijk­ing haalt die uni­ver­si­taire norm niet? Kan een toekom­stige pro­fes­sor ‘dis­abil­i­ty stud­ies’ aan de UGent in een rol­stoel zit­ten? En zo nee, studeer ik dan maar bio-inge­nieur?

Het gaat over ons. Zijn wie je bent

Mijn polemiek gaat van­daag niet langer over wat ik nodig heb, maar wat iedereen nodig heeft. Een toi­let in de buurt. Een pin­t­je aan de toog. Een plaats waar je ergens tot rust kan komen. Een babbel met de col­le­ga’s. Vri­je toe­gang tot de bib­lio­theek. Een plaats waar je welkom bent en kan  open­bloeien. Inclusie gaat niet over mij of de nieuw­ste fac­ul­teit van de UGent. Of over die can­tus waar ik niet bij was. Het gaat over ons. Zijn wie je bent. Zijn wie je kan zijn. Dur­ven denkspron­gen mak­en. Als de UGent van die vol­waardi­ge inclusie niet de norm tra­cht te mak­en, wie dan wel?


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *