Mediastormen worden binnen onze huidige tijdsgeest als onlosmakelijk aan sociale media beschouwd. Maar onder experten wordt deze link niet altijd gemaakt. Professor Walgrave, professor en onderzoeker aan de UAntwerpen licht toe vanuit zijn onderzoek wat deze term inhoudt.
Wanneer kunnen we spreken van een mediastorm en hoe ontstaat dit precies?
"Mediastormen duiden op een uitzonderlijk fenomeen waarbij er plotse stijgingen van aandacht voor een bepaald thema of event zijn. En die plots losbreken, en dan terug verdwijnen. Het gaat over imitatie, over reageren op hetgeen wat anderen geschreven hebben. Dat is hoe wij de mediastorm definiëren, als iets wat niet natuurlijk is. Doorgaans is er sprake van een normaalverdeling met op de hoge kant outliners, observaties die niet binnen een normaal spectrum zitten. Er is eigenlijk te veel aandacht voor een bepaald fenomeen dat niet correspondeert met de ernst van het fenomeen, de outliers. Daar komt het eigenlijk op neer. En dat wil zeggen dat wij mediastormen bekijken als iets wat door de media zelf wordt gegenereerd. Daarbij reageren ze op elkaar in plaats van op de werkelijkheid."
"De punctuated equilibrium theory verbindt dit fenomeen met een menselijke karakteristiek van overreactie die gelijkaardig is aan de uitzonderlijke spikes van aandacht die definiërend zijn voor het fenomeen. Wij besteden vaak oftewel helemaal geen aandacht aan iets, of heel veel aandacht aan iets. Dat is ook hoe politiek werkt. Problemen worden systematisch genegeerd, tot ze te erg worden, en dan is er een overreactie. En een mediastorm is eigenlijk hetzelfde, een tijdelijke overreactie als een soort overcorrectie. Dit fenomeen is gelinkt aan een vorm van collectief gedrag dat typisch is voor de media en andere menselijke systemen.
Kunnen we de discussie tussen Soundos en Bart Schols dan ook opvatten als een mediastorm?
"Ik denk dat de aandacht gewoon niet groot genoeg is daarvoor. Die mediastormen zijn echt wel redelijk uitzonderlijke fenomenen. Het is niet zo dat je om elke week een mediastorm hebt. Dat is iets wat tien keer per jaar voorkomt. En bovendien is het belangrijk dat mediastormen media-wide moeten zijn. Dat wil zeggen dat als er zich een mediastorm voordoet, dat bijna alle media erin meegaan. Natuurlijk, wij werken met legacy media. De manier waarop dat gebeurt, dat is traditionele media. Het zou kunnen dat in social mediatijden de dynamiek anders is. Bovendien wordt iets mediawaardig omdat het al in het nieuws zit. Initiëren in het nieuws raken is dikwijls het moeilijkste. Eens een nieuwsitem door die mediamuur is, kunnen mediastormen ontstaan."
Waarin schuilt het verschil tussen een mediastorm en een online debat?
"Een mediastorm impliceert dat het in de media gebeurt. Volgens mij moet het gaan om redacties, om nieuwsmedia. Bij een online debat kunnen er geen mediastormen optreden, zolang het niet overslaat naar de journalisten. Natuurlijk, iets kan op de social media trending zijn, en daardoor ook in de traditionele media aanleiding geven tot een mediastorm. Dat kan. Maar een online debat is volgens mij iets fundamenteel anders."
Welke lessen kunnen we als samenleving trekken uit mediastormen?
"De traditionele media zijn, hoewel ze mediastormen kunnen en zullen veroorzaken, cruciaal voor onze samenleving. Zonder zouden we in een bananenrepubliek leven. Iedereen zou zijn eigen waarheid geloven. De zoektocht naar de werkelijke waarheid, de reality check, is echter noodzakelijk om de democratie in stand te houden. Naast politicus is journalist dus wat mij betreft het belangrijkste beroep, want zo wordt de common understanding in de maatschappij bewaard. Hoe kleiner de markt van het medialandschap, hoe centraler de aanwezige media een plek krijgen in de mainstream media."
"Mediastormen zijn eigenlijk door de media zelf voortgedreven spikes van aandacht. Maar of dat negatief of positief is, hangt af van wat de mediastorm over gaat."
"Zo ook in België. In de VS daarentegen is de markt enorm groot, waardoor er veel ruimte wordt gelaten voor commerciële spelers zoals Fox News. Bij ons zullen mediastormen langer blijven woeden, omdat er simpelweg minder media zijn die moeten blijven schrijven over dat bepaalde onderwerp. In een grotere markt wordt die volledige aandacht sneller doorbroken."
Is het voor de betrokken persoon aangewezen om eerder te zwijgen of te reageren? En is het mogelijk om zich juridisch te verdedigen?
"Je reageert best. Op zo’n moment moet je er alles aan doen om je tegenverhaal in de markt te zetten: je frame, interpretatie en feiten. Zonder die verworven controle zullen anderen blijven speculeren en versterk je de storm door te zwijgen. Toen Conner Rousseau weigerde te reageren op zijn betwiste uitspraken op café over de romagemeenschap, zwengelde hij de mediastorm alleen maar aan. Als hij gecommuniceerd had, dan had die storm misschien al wat eerder kunnen gaan liggen."
Zorgt polarisatie binnen een samenleving voor een hogere frequentie van mediastormen?
"Eerder omgekeerd: bij een hoge polarisatie en partijdige media zullen mediastormen minder vaak voorkomen. Ik interpreteer polarisatie in deze context als een partijdig, gesegmenteerd medialandschap. Partijdige media zullen zo min mogelijk berichten wat de politici die zij aanhangen mispeuterd hebben. Zo krijg je maar aan een kant van het landschap volle aandacht. Maar ook de polarisatie onder de burgers zorgt ervoor dat een bepaald deel van de bevolking niet zal willen deelnemen aan een lange mediastorm over zijn favoriete politicus. Zo zullen er in het algemeen minder media-wide reportages zijn."
Zijn mediastormen dan altijd nefast voor de samenleving, of kunnen we die ook als een soort van maatschappelijke controle opvatten?
"Eigenlijk is een mediastorm een kudde bizons die rustig op het terrein staan te grazen. Als politicus ben je daar voortdurend bewust van: ‘die bizons staan daar te grazen, maar als ik iets slechts doe, kunnen die plots in mijn richting beginnen te galopperen.’ Waardoor ze zich constant gemonitord voelen door de media, die een soort mediastorm-modus kunnen gaan. Volgens mij is dat geen slechte manier om politici zich goed te laten gedragen."
Welke lessen kunnen we nu trekken als samenleving uit zo'n mediastormen? Merkt u daar bepaalde tendensen die we in de toekomst zouden kunnen vermijden?
"Wat je dikwijls ziet, na een periode van extreem verhoogde aandacht, is dat de media zichzelf ook afvragen: was dit nu verstandig? Het probleem is dat als er iets losbarst, en de kudde bizons in een bepaalde richting beginnen te galopperen, dat het moeilijk is voor een individueel medium om niet mee te galopperen. Maar zolang de media daar op een reflexieve manier mee omgaan en zich bewust zijn van de vernietigende kracht die ze in mediastormen hebben, is dat volgens mij eigenlijk geen slechte zaak. Een andere manier om een mediastorm te noemen is de mediahype. Wij gebruiken de mediahype niet, omdat hype een soort van pejoratieve bijbetekenis heeft. Een hype wil eigenlijk zeggen; dit was eigenlijk much ado about nothing. Er was niks, en de media heeft iets gecreëerd. Mediastorm is een meer neutraal woord dan een mediahype. En ik denk dat dat ook reflecteert op wat wij zelf ook vinden, dat mediastormen niet per definitie slecht zijn."





Reactie toevoegen