Jelle Denturck (Dressed Like Boys): "Als we 'Stonewall Riots Forever' nu live brengen, voelt dat echt als een manifest"

Dressed Like Boys keerde dit jaar terug naar Gent Jazz. Vóór zijn concert op de Main Stage sprak Jelle Denturck openhartig over de inspiratie achter zijn songs, de invloed van de queergeschiedenis op zijn werk en de toekomst van zijn soloproject.

Waar haal je zoal inspiratie voor je muziek?

"Dat kan van overal komen. Ik vind het je taak als muzikant, schrijver of creatief persoon – wat iedereen trouwens is – om je zintuigen aan te zetten en om receptief te zijn, want inspiratie komt van overal. Zelf put ik inspiratie uit boeken en uit wat ik zelf meemaak in mijn persoonlijk leven. Dat komt uit wat ik zie in het nieuws, uit geschiedenis, kunst ... Het is een kwestie van je oren te spitsen. Je voelt wanneer ergens een onderwerp in schuilt. Dat je weet dat je iets te pakken hebt."

Het laatste nummer van je album, 'Gregor Samsa', is ook een bewuste knipoog naar de literatuur?

"Inderdaad, Gregor Samsa komt van De gedaanteverwisseling (van Franz Kafka, red.). Maar dat nummer gaat daar eigenlijk niet over. Ik woonde toen in de Oudburg in Gent, waar een klein boekenwinkeltje zat dat Gregor Samsa heette. Ze verkochten er boeken over filosofie, oude toneelstukken en andere boeken die je nergens anders vond. Veel mensen denken dat het nummer over mijn eigen gedaanteverwisseling gaat, over queer-zijn of uit de kast komen. Maar eigenlijk is dat niet waar die song over gaat."

Hoe zou je zelf het genre van je muziek beschrijven?

"Dat is zo moeilijk. Voor het gemak zeg ik indiepop. Voor mij zijn het allemaal popsongs: die hebben een strofe, een refrein en een bridge. Het is ook wat melodieuzer. Maar het klinkt niet zoals de pop van pakweg Taylor Swift of Beyoncé. Dat is meer mainstreampop, met een heel eigen sound. Ik heb me altijd meer thuis gevoeld in de muziek van Sufjan Stevens, Fleet Foxes, David Bowie – zelfs Elton John, Billy Joel en Nina Simone. Voor mij is dat indiepop, independent pop. Dus voor het gemak noem ik het zo."

"Hoe meer je leert over de queergeschiedenis en al het onrecht dat onze community is aangedaan, hoe meer je voelt dat je daar je kleine steentje aan wilt bijdragen" - Jelle Denturck

Je zingt voornamelijk in het Engels. 'Jaouad' vormt daarop de uitzondering, met strofes in het Frans. Kan je wat meer vertellen over dat nummer?

"Ik was gaan kijken naar een voorstelling van Jaouad Alloul, Venus in Libra, hier in de Minard in Gent. De hele zaal was omgetoverd tot een soort queer dansclub. Hij was volledig in drag en begon op een bepaald moment een fictieve Franse chanson te zingen: "J'aime sucer des bites tous les jours". Daarna moest het publiek meezingen en klappen. Alle queer mensen in de zaal sprongen recht om mee te zingen en te dansen, terwijl de wat oudere, traditionele theaterbezoekers er eerder nors bij zaten. Dat contrast vond ik ontzettend grappig. Toen ik na de voorstelling naar huis ging, bleef vooral die vrijheid en durf hangen. Dat zinnetje heb ik meegenomen, en daaruit is uiteindelijk de hele song ontstaan. Het is Frans omdat hij Franstalig is. Het is trouwens ook heel grappig om dat nummer in Frankrijk te spelen. In Nederland, Duitsland en meestal ook in België heeft bijna niemand door wat je zingt. Maar in Frankrijk zie je plots al die gezichten vertrekken: 'Wat heb je nu net gezegd?' Dan moet je er toch even een woordje uitleg bij geven." (lacht)

Hoe belangrijk is het voor jou om de queergemeenschap een plaats te geven in je album?

"Ik ben nooit aan dat album begonnen met de intentie: ik ga eens een queer album schrijven. Het was een vorm van zelfonderzoek. Je leert jezelf kennen, ontdekt wie je bent en wie je wilt zijn. Ik had nog wat stuff waarmee ik moest dealen. Je kunt uit de kast zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat je jezelf honderd procent aanvaardt. Die plaat is daar een gevolg van. Doordat er veel queer stuff in zit, onder meer een song over Stonewall, ben ik zelf wel strijdvaardiger geworden. Hoe meer je leert over de queergeschiedenis en al het onrecht dat onze community is aangedaan, hoe meer je voelt dat je daar je kleine steentje aan wilt bijdragen. Niet door te roepen en te tieren, maar door zoveel mogelijk mensen te laten beseffen dat queer mensen ook maar mensen zijn. Als we 'Stonewall Riots Forever' nu live brengen, voelt dat echt als een manifest. Door de reacties van de vele queer mensen op onze shows schept dat zo'n band. Dat is ongelooflijk om mee te maken."

Je bent voor je song over de Stonewall-rellen ook naar de iconische Stonewall Inn getrokken. Hoe heb je dit zelf beleefd?

"Ongelofelijk, echt waar. Toen we daar aankwamen, werd ik helemaal stil. Gewoon al aanwezig zijn in die bar, op de plek waar de Stonewall-rellen hebben plaatsgevonden, waar het allemaal begonnen is en waar de Pride-beweging letterlijk is ontstaan, vervulde me met ontzag. Ik begon echt te voelen wat die mensen toen gevoeld moeten hebben. We zijn daar ook naar een drag show gegaan en dan zie je hoeveel joie de vivre daar nog altijd leeft, maar ook hoeveel strijdvaardigheid. Hoe vaak er 'Fuck Trump' werd geroepen ... Dat is ongelooflijk krachtig. Dat is echt iets wat ik nooit meer zal vergeten. Ik moest daar gewoon geweest zijn."

"Gewoon al aanwezig zijn in die bar, op de plek waar de Stonewall-rellen hebben plaatsgevonden, waar het allemaal begonnen is en waar de Pride-beweging letterlijk is ontstaan, vervulde me met ontzag" - Jelle Denturck

Benader je je muziek op een andere manier sinds je de sprong hebt gewaagd naar een solocarrière?

"Dat is volledig anders. Bij DIRK. schreven we alles samen. We sloten ons een week op, begonnen wat te tokkelen op gitaar, sloegen wat op de drums en wisselden van instrument. Plots was er een riff of een melodie waarvan je voelde: daar zit een song in. Dat ging vaak heel snel, omdat je constant samen bent. Solo schrijf ik soms maanden of zelfs een jaar aan een nummer. Er is geen deadline en niemand zit op mijn vingers te kijken. Ik kan een melodie zo lang laten sudderen tot elke noot juist zit. Bij Dressed Like Boys moet een song eerst helemaal af zijn in mijn hoofd. Pas dan neem ik een instrument vast en speel ik het nummer voor het eerst."

Vanwaar komt de bandnaam 'Dressed Like Boys'?

"Dat komt uit de song 'Stonewall Riots Forever'. Ik had me helemaal verdiept in de geschiedenis en kwam uit bij getuigenissen van mensen die er toen bij waren, gecombineerd met een prachtig artikel uit, denk ik, The New York Times of The New Yorker. Daar ben ik zinnetjes uit beginnen plukken om de lyrics mee te schrijven. Ik dacht: die mensen kunnen dat verhaal altijd beter vertellen dan ik, want zij waren erbij. In één van die getuigenissen zei een trans persoon: 'We strapped our breasts down and dressed like boys.' Dat ging over het feit dat ze zich zo kleedden om naar Stonewall te kunnen gaan en eindelijk zichzelf te zijn. Toen we de song aan het repeteren waren, ging plots het lampje branden. We stuurden die naam naar het label en zij zeiden meteen: 'Geen letter veranderen, dat is hem.' Ik weet niet waarom, maar het voelt alsof die naam echt lading draagt."

Hoe slaag je erin om die zware thema’s, zoals de queerbeweging, op zo'n toegankelijke manier te benaderen?

"Ik hou van het contrast tussen licht en donker. In mijn jeugd luisterde ik veel naar Eels. Die maakte heel opgewekte popmuziek, maar met gitzwarte teksten over zelfmoord, liefdesverdriet en depressie. Dat is zware paté, maar die lichte muziek maakte het allemaal behapbaar en relativeerde alles een beetje. Ik denk dat dat belangrijk is: de zware stuff blijven relativeren. Er is altijd een silver lining; er is geen licht zonder duister. Dat heb ik meegenomen in mijn eigen muziek. Er moet altijd een soort lichtheid in zitten om dat contrast te behouden."

Wat mogen we in de toekomst nog van jou verwachten? Ga je deze lijn verderzetten? 

"Voorlopig wel. Ik ben net mijn volgende plaat aan het afwerken. Iedereen die ze al gehoord heeft, zegt: 'Holy shit, dit is echt een stap verder.' De eerste plaat was het resultaat van een zoektocht. De tweede is geen zoektocht meer; ik heb gevonden waar ik naar op zoek was. Er zit meer zelfvertrouwen in, meer durf, ook qua productie. Maar het blijft heel hard Dressed Like Boys. Voor mij is het hoofdstuk twee van hetzelfde verhaal. Daarna wil ik een folkplaat maken. De voorbije jaren heb ik veel geluisterd naar oude Ierse folk: mensen die in een pub met een pint zingen over hoe lastig het leven soms is, of hoe lekker de whisky is. Heel gewone thema's voor de gewone mens. Toen dacht ik: dat bestaat niet in de queer scene. Er zijn geen queer folk songs. Dus heb ik beslist: ik ga dat maken. Ik noem het gewoon queer folk."

0
Gemiddeld: 5 (2 stemmen)

Reactie toevoegen