Humo’s Rock Rally kleurt Gents


Door

Archief

Vier van de tien artiesten in de finale van de gerenommeerdste Belgische muziekwedstrijd vinden hun roots in onze studentenstad. All-Turn, Uma Chine, Yokan en Meskerem Mees bijten elk van zich af op het podium. Hoog tijd voor een babbel off stage.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/09/2020 – 18:13 door Vin­cence De Gols­Daphne Lox

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoe is het voor jul­lie alle­maal begonnen?

Uma Chine: In 2017 zijn we een beet­je organ­isch bij elka­ar gegroeid. We zijn redelijk snel begonnen met spe­len en hebben meteen een plaat gemaakt. Tij­dens de lock­down­pe­ri­ode hebben we ook onze tweede afgew­erkt.

All-Turn: In mijn vierde jaar raak­te ik erg into hiphop. Mijn laat­ste twee jaar bracht ik door op de kun­stschool in Gent. Daar heb ik een van mijn beste mat­en leren ken­nen die toe­val­lig ook rapte. Hij zei: “Miss­chien moet je dat ook eens proberen.” En zo heb ik eerst wat domme rhymes geschreven. Hij zei me dat dat goed genoeg was om verder te doen.

Yokan: Wij zijn net als vele bands begonnen op school, met weinig ervar­ing en gewoon om het schoolkoor te begelei­den. Het is uitein­delijk veel pro­fes­sionel­er gewor­den dan ooit de bedoel­ing was. We doen het nog alti­jd voor het plezi­er, hé (lacht). Maar we had­den nooit gedacht toen we op school begonnen dat we in de finale van Humo’s Rock Ral­ly (HRR) zouden staan. 

Als jul­lie jezelf zouden moeten pro­moten, wat maakt jul­lie dan uniek in wat jul­lie doen?

U: We willen iets mak­en dat beluis­ter­baar is, maar ook wel vernieuwend. De dynamiek van die drie vrouwen­stem­men, bijvoor­beeld.

Ik zou de vraag ook kun­nen omk­eren: wat maakt de anderen vol­gens jul­lie uniek?

Y: Uma Chine heeft een unieke uit­stral­ing op podi­um. Die drie vrouwen, dat zie je inder­daad niet vaak. Het straalt kracht en pro­fes­sion­al­isme uit. Wij bren­gen vooral ent­hou­si­asme naar voren en het plezi­er dat we voor andere mensen kun­nen spe­len waar we zelf graag naar luis­teren. We zijn een hechte vrien­den­groep die gewoon graag muziek maakt en we denken wel dat dat overkomt.

A: Naast een podi­um ben ik heel timide, maar een­maal op dat podi­um voel ik mij tien keer energiek­er. Ik probeer er nu ook meer een show van te mak­en, maar met nog vol­doende non­cha­lance in. Het mag er pro­fes­sioneel uitzien, maar het moet toch een beet­je casu­al bli­jven.

En toen kwam die lock­down. Hoe is die geweest voor jul­lie?

A: De eerste maan­den was ik een beet­je depressief omdat alles in het water viel, maar daar­na heb ik een micro­foon gekocht zodat ik din­gen kon doors­turen naar vrien­den waarmee ik samen­werk. Zo bleef ik toch bezig en kon ik, wan­neer ik weer mensen mocht zien, begin­nen opne­men.

Y: Het is ook lastig wan­neer je met zo veel bent, want je mag niet samenkomen. Zek­er die eerste maan­den van de lock­down waren weinig pro­duc­tief. Er is toen ook weinig geschreven, maar uitein­delijk zijn er wel opnieuw ideeën opgekomen. De bat­ter­ij is weer opge­laden. Die boost van Humo’s Rock Ral­ly geeft boven­di­en extra veel goest­ing om weer aan de slag te gaan. 

All-Turn: “Weer op een podi­um staan: alsof er een last van je schoud­ers valt” 

Na zoveel maan­den sta je dan plots weer op een podi­um.

A: Alsof er een last van je schoud­ers valt. Dat voelde echt super­goed.

Y: Het eerste moment dat je weer op dat trap­je stapt en op een podi­um staat, was echt wijs. We speelden wel maar tien minuten en dat was best raar. Na je eerste num­mer denk je: ‘Yes, we staan er weer’, maar twee num­mers lat­er is het al: ‘Jo, salut gas­ten, mer­ci!’ (lacht).

Was het niet vreemd om jul­lie halve finale in een totaal andere set­ting te spe­len?

U: Het was alle­maal heel apoc­a­lyp­tisch: de sfeer, die regen, weinig aan­wezi­gen, met hun mond­masker al dan niet op, verdeeld in bubbels, enzovoort. Dat is vér van rock-‘n‑rol.

Waar hebben jul­lie de laat­ste tijd zoal naar geluis­terd of inspi­ratie opgedaan?

U: Goh, dat is super­eclec­tisch. Het hangt er vanaf hoe je muziek benadert natu­urlijk. Ik ben wel fan van Per­fume Genius. Maar ook Cap­tain Beef­heart, Dans Dans, Alice Coltrane en Amen Dunes kwa­men laatst voor­bij in mijn afspeel­li­jst.

A: In de lock­down heb ik veel naar Den­zel Cur­ry geluis­terd, omdat hij een rap­per is die wat van alle muziek­gen­res oppikt in zijn eigen muziek. Maar ook naar Bel­gis­che arti­esten zoals Martha Da’ro, Dutch Nor­ris en K1D. Die laat­ste twee kom ik wel eens tegen in het echt. Dan prat­en we samen over muziek en geven ze mij ook feed­back.

Wat nemen jul­lie sowieso mee uit de HRR-ervar­ing?

U: Zo luid en energiek mogelijk spe­len! (lacht) Ja, je moet plots een set bedenken die op tien minuten mensen kan warm mak­en voor wat je doet, dat is echt niet zo sim­pel. 

Y: De ervar­ing van op een podi­um te spe­len. En ook de beves­tig­ing dat je goed bezig bent. Je staat niet zomaar in de finale en het zijn niet zomaar mensen die je beo­orde­len. Zij ken­nen er echt wat van. Het is best spe­ci­aal wan­neer zij zeggen dat je het goed doet.

Is er nog iets dat jul­lie de lez­er willen meegeven?

Y: Laat ons zor­gen voor een Gents podi­um dit jaar!


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *