Gent Jazz 1.5: continentale kruisbestuiving


Door

Archief

Het bijdehante coronavirus gooide ook voor Gent Jazz flink roet in het eten. Het festival zocht naar een oplossing, vond zich heruit en lanceerde een unieke 1.5 editie, met een subtiele knipoog naar de afstandsmaatregel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/07/2020 – 11:14 door Vin­cence De Gols

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het was even fron­sen bij het ont­dekken van de fes­ti­vals­feer anno 2020. Geen ellen­lange wachtrij voor die veel te dure tik­ka masala, social­izen werd beperkt tot muilen bin­nen je eigen bubbel en eerder dan wiet, was het de immer aan­wezige geur van ontsmet­tingsal­co­hol die je reuko­r­gaan teis­ter­de. Afgelopen zondag beklaagde alvast nie­mand zich de annu­latie van een verre reis, want onder meer Com­pro Oro en Black Flower bracht­en tro­pis­che sfer­en tot bij je gedesin­fecteerde stoel.

Dat de Gent Jazz zomer van 2020 enigzins mem­o­ra­bel wordt, staat vast. Maar laat er geen twi­jfel over bestaan: dat komt niet alleen door de aansteke­lijkheid van dat smerige virus. Het pro­gram­ma dat het fes­ti­val dit jaar bewust heeft samengesteld, ademt uiteen­lopende jaz­zvir­tu­ositeit van eigen bodem uit. En inder­daad: de muziekkoorts die je op Gent Jazz oploopt, is min­stens even besmet­telijk. Gewoon­lijk, toch. Want het moet gezegd: die laat­ste ver­sprei­d­de zich in vernieuwde set­ting niet alti­jd even makke­lijk.

Compro Oro

Com­pro Oro

De vei­ligheid was op Gent Jazz – geheel terecht – een top­pri­or­iteit, maar ander­halve meter laat helaas eve­neens veel ruimte voor onver­sto­ord geroeze­moes. Som­mi­gen waan­den zich al lang vóór 22u30 in de pop-up zomer­bar, waar het podi­umge­beuren slechts deel van het decor uit­maak­te. Spi­jtig, want wie zijn aan­dacht wél richtte naar de heren van Com­pro Oro, kwam terecht in een damp­ende stoom­cab­ine die hier en daar zelfs de oblig­a­toire stoel­colle deed oplossen ondanks dat over­bod­ig rond­be­we­gen expli­ci­et ver­bo­den werd. Het vijf­tal begelei­d­de hun reis­gezelschap nauwkeurig op een intens zwe­terige trip langs de snikhete Sahel en Lati­jns-Amerikaanse buiten­wijken. Of min­der ingewikkeld: niets kon de set van Com­pro Oro beter samen­vat­ten, dan hun olijke Caribis­che hemd­motieven zélf. Gent Jazz kreeg de keuze om mee te sur­fen of, onbe­wuste fes­ti­val­ganger met een beperk­te aan­dachtss­panne zijnde, kop­je onder te gaan. Maar ook hier geldt: you bet­ter catch the wave.

Een intens zwe­terige trip langs de snikhete Sahel en Lati­jns-Amerikaanse buiten­wijken

Hun zwoele rit­miek en exo­tis­che melodieën bracht­en zeldzame dans­ma­n­oeu­vres naar boven en het werd een heuse uitdag­ing om elke mogelijke beweg­ing uit die ver­domde stoel te halen. Vibra­fon­ist Wim Segers spon joliger­wi­js een haarfi­jne lei­draad doorheen het geheel. Com­pro Oro stu­itert als een ping­pong­bal tegen de jaz­zflanken en pikt langs alle kan­ten muzikale ele­menten op. Het eind­prod­uct is een eigen­zin­nige eclec­tis­che sound die de man­nen op podi­um pre­cieus richt­ing de toeschouw­er blazen. Een ned­erige Segers spo­orde nog aan het num­mer ‘Geef je geld’ mee te zin­gen – en wie weet zelfs écht te doneren. We kun­nen hem gerust­stellen: zij die de bus niet gemist hebben, zullen hun geld ongetwi­jfeld opnieuw in dit vertrouwde reis­bu­reau investeren.

Black Flower

Black Flower

Of de avond­schemer­ing er voor iets tussen zat, weten we niet. Het viel alleszins op dat steeds meer bubbels, eerder pal­end aan het podi­um, hun blik ver­ruim­den naar het muzikale aspect. Black Flower kleurde indigob­lauw, en stemde daarmee hun mys­terieuze sound gelijk met de tin­ten van de nacht. Waar Com­pro Oro als opper­heers­er gedi­jde op het gril­lige luchtru­im, maak­te Black Flower zich meester van het onder­grondse en baan­den zij zich een weg langs com­plexe kruip­tun­nels en aardse oerk­lanken. Simon Segers leverde schit­terend slag­w­erk. Blaz­ers Nathan Daems en Jon Bird­song klonken heer­lijk sluw, figu­urlijk glurend door het stru­ikge­was naar wat al snel hun prooi zou wor­den. Eerlijk: ik hoopte toch stiekem dat ze de irri­tant luidruchtige bubbel aan mijn lin­k­eroor zouden kiezen.

Black Flower stemde hun mys­terieuze sound gelijk met de tin­ten van de nacht

Naar­mate de set vorderde, kroop het ensem­ble meer en meer uit hun schulp. Bij momenten nam Black Flower ons zelfs mee naar Indis­che oor­den en kre­gen we instru­men­tale klaagzan­gen op ons afges­tu­urd. Het zou zelfs niet ver­baasd hebben, mocht er op die bezw­erende tonen zomaar een slang uit Bird­songs hoed gedanst zijn. Het geheel bleef op ieder moment een span­nende even­wicht­soe­fen­ing tussen tegen­polen. Black Flower klonk gede­cideerd en gecon­troleerd, maar liet vaak genoeg de teugels vieren. De onder­linge con­nec­tie was daarin onont­beer­lijk en vor­mde een intrigerend schouwspel op zich. Wie dat wou, liet zich argeloos in trance meevo­eren. Het gebeuren liet ons gekraakt en tegelijk­er­ti­jd getroost achter. Die black flower heeft bij­zon­der heelkundi­ge kracht­en. Een sterk betov­erend goed­je, zo bleek.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *