Blandijn-professor krijgt ongelijk in zaak rond grensoverschrijdend gedrag


Door

Een professor die in 2017 een tuchtsanctie opgelegd kreeg vanwege ernstig grensoverschrijdend gedrag ging daartegen in beroep. Het arrest, waarin het beroep wordt verworpen, dateert van mei dit jaar, maar kwam pas afgelopen vrijdag aan het licht door een artikel van Apache.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/09/2020 – 10:30 door Luna Nys

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De pro­fes­sor in kwest­ie kwam in 2016 in opspraak na een artikel van Apache waarin werd beschreven hoe meer dan tien klacht­en rond sek­suele intim­i­datie en machtsmis­bruik aan de UGent wer­den stil­ge­houden. In com­bi­natie met een getu­ige­nis in Scham­per, die ver­scheen rond dezelfde peri­ode, zorgde dit voor veel media-aan­dacht en her­haaldelijke veran­derin­gen in de bijhorende com­mu­ni­catie vanu­it de UGent.

Hierop vol­gend plaat­ste toen­ma­lige rec­tor Anne De Paepe de pro­fes­sor op non-actief en werd een tucht­pro­ce­dure opges­tart. In 2017 stelde de tucht­com­missie dat de klacht­en rond sek­suele intim­i­datie en machtsmis­bruik niet bewezen waren. “De ten­laste­leg­gin­gen van ern­stig grensover­schri­j­dend gedrag, onethis­che gedragin­gen en een ono­ordeelkundi­ge omgang met belan­gen­con­flicten” achtte de com­missie daar­ente­gen wel bewezen.

Onoordeelkundig gedrag

De tucht­com­missie van de UGent kwam tot dit besluit nadat ze vast­stelde dat de pro­fes­sor drie opeen­vol­gende relaties had met (doctoraats)studentes en medew­erk­ers. Telkens ging het om vrouwen waartegen­over hij zich op het moment van de feit­en in een hiërar­chisch bovengeschik­te posi­tie bevond.

De com­missie wees, onder andere, op het peter­schap dat hij aang­ing van het kind van een doc­tor­aatsstu­dente. Vol­gens de tucht­com­missie had hij daar­door een per­soon­lijke relatie met haar, waar­door het zete­len in haar doc­tor­aats­begelei­d­ingscom­missie als “ono­ordeelkundig gedrag” werd bestem­peld. Hij was daar­naast ook lid van de beo­ordel­ingscom­missie die een voors­tel zou for­muleren over de aanstelling van een posi­tie waar­voor zij zich kan­di­daat had gesteld. Daar­naast beschreef de tucht­com­missie ook een stu­dente waar­van hij pro­mo­tor bleef nadat hij een amoureuze relatie met haar was begonnen.

De tucht­com­missie beschreef een stu­dente waar­van hij pro­mo­tor bleef nadat hij een relatie met haar was begonnen

De tucht­com­missie besloot in 2017 dat de relaties grensover­schri­j­dend gedrag impliceer­den. Ze vond dat, hoewel de relaties een con­sen­sueel karak­ter had­den, machtsmis­bruik van de aca­d­e­mi­cus mogelijk was, zelfs wan­neer het niet werke­lijk zou hebben plaats­gevon­den. Dit omdat de vrouwen in kwest­ie zich telkens in een hiërar­chisch ondergeschik­te posi­tie bevon­den, en hij voor­zor­gen had moeten nemen om de schi­jn van mogelijke beïn­vloed­ing te ver­hin­deren.

De tucht­com­missie stelde dat hij boven­di­en han­delde “zon­der de nodi­ge open­heid of transparantie naar zijn pro­fes­sionele omgev­ing toe”. Hij had vol­gens hen meld­ing moeten mak­en van belan­gen­con­flicten die voortk­wa­men uit zijn relaties. Zijn gedrag had, zo besloot de tucht­com­missie, een sys­tem­a­tisch karak­ter, waar­door “de sfeer bin­nen de vak­groep reeds een tijd vertroe­beld was, onder meer omdat de tuchtrechtelijk ver­vol­gde de indruk gaf eigen­zin­nig te han­de­len en ‘onaan­tast­baar’ te zijn”.

Het Bestu­urscol­lege besloot in 2017 na advies van de tucht­com­missie om de aca­d­e­mi­cus niet te ontslaan, maar van graad te ver­la­gen. Hij werd terug op actief gezet, maar werd gede­gradeerd van gewoon hoogler­aar tot hoofd­do­cent en ver­loor anciën­niteit. Deze sanc­tie resul­teerde, onder andere, in een ver­lag­ing van twee loon­schalen. De terug­keer van de pro­fes­sor gebeurde boven­di­en in alle stilte, wat lei­d­de tot com­motie bij de stu­den­ten.

Raad van State

De bewuste pro­fes­sor was echter van oordeel dat de tucht­pro­ce­dure niet cor­rect was ver­lopen en ging in beroep bij de Raad van State. Daarin klaagde hij onder meer aan dat de opgelegde sanc­tie niet in overeen­stem­ming was met de vast­gelegde feit­en. Hij argu­menteerde namelijk dat het hebben van een con­sen­suele affec­tieve of sek­suele relatie “nooit grensover­schri­j­dend, noch onethisch kan zijn”. Zo stelde hij dat de tucht­com­missie “de cor­re­latie tussen het hebben van een con­sen­suele relatie en de mogelijkheid van het bestaan van een belan­gen­con­flict” niet had geduid. In ver­band met het peter­schap van het kind van de doc­tor­aatsstu­dente benadruk­te hij daar­naast dat “hij het niet was die gevraagd heeft om peter te zijn van haar kind”.

Hij argu­menteerde dat het hebben van een con­sen­suele relatie “nooit grensover­schri­j­dend, noch onethisch kan zijn”

Verder bear­gu­menteerde hij ook dat het hebben van drie con­sen­suele opeen­vol­gende relaties met stu­dentes en vrouwelijke doc­tor­an­di en/of medew­erk­ers hem niet ver­weten kan wor­den. Vol­gens hem is dit ver­wi­jt naar het aan­tal relaties “vol­strekt uit den boze vol­gens het Europees Hof voor de Recht­en van de Mens”.

De Raad van State moest bijgevolg oorde­len of de tucht­com­missie al dan niet onre­delijk was geweest bij de beo­ordel­ing van de feit­en. De pro­ce­durele ele­menten die de prof aan­haalde, wer­den onge­grond verk­laard. De Raad van State ver­w­erpt dan ook het beroep en besluit hier­mee dat de UGent haar boek­je niet te buiten ging met de opgelegde sanc­tie. Bred­er geeft de Raad van State hier­mee aan dat het redelijk is van de UGent om van pro­fes­soren te verwacht­en dat ze gepaste stap­pen onderne­men om te ver­hin­deren dat er zelfs maar een mogelijkheid tot beïn­vloed­ing en machtsmis­bruik zou bestaan, zelfs wan­neer dit niet werke­lijk zou plaatsvin­den.