‘Academische gezelligheid’: traumaverwerking met behulp van literatuur


Door

Hilde Van Liefferinge was een vijftiental jaar geleden doctoraatsassistent aan de UGent en maakte een geval van grensoverschrijdend gedrag mee door haar promotor. In maart verscheen haar boek 'Academische gezelligheid' waarin ze haar verhaal doet.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 21/04/2025 – 9:04 door Anaïs Vanass­cheJoren Stox­Em­i­lie De Winne

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Academische gezelligheid’

‘Acad­emis­che gezel­ligheid’ begint met een dis­claimer: “Dat de meeste van deze per­so­n­en geen naam hebben, onder­streept dat het er niet toe doet wie ze zijn. Het gaat om het bloot­leggen van dynamieken en ver­houdin­gen in macht­sre­laties, niet om per­soon­lijke vinger­wi­jz­ing.” Hoewel de media graag de nadruk leggen op de figu­ur van de dad­er, spreekt Hilde Van Lief­feringe dus vanu­it de slachtof­fers van sek­sueel mis­bruik. Toch voelt het boek enorm per­soon­lijk en door­leefd aan.

Van Lief­feringe beschri­jft mis­bruik als iets inher­ents aan sys­te­men gebaseerd op hiërar­chie en sta­tus. In de acad­emis­che wereld neemt dat sys­teem de vorm aan van zwi­j­gen, uit schrik voor je car­rière. Het sys­teem ontraadt je om klacht neer te leggen. Wie naar een vertrouwensper­soon stapt, wordt vooral doorver­wezen naar informele pro­ce­dures. Ten­z­ij de pers iemand voor het voetlicht brengt, bli­jven daders gewoon verder­w­erken. Er wor­den state­ments gemaakt door de rec­tor, er komen nieuwe com­missies, maar uitein­delijk bli­jft het sys­teem in stand. Het klinkt alle­maal heel bek­end in de oren.

Slachtof­fers zijn dubbel slachtof­fer: eerst van het mis­bruik, daar­na van de vergeefse zoek­tocht naar recht­vaardigheid

Slachtof­fers zijn dubbel slachtof­fer: eerst van het mis­bruik, daar­na van de vergeefse zoek­tocht naar recht­vaardigheid. Een belan­grijke rode draad doorheen het boek is het schuldgevoel dat het slachtof­fer ervaart. Over toestem­ming geven als assis­tent aan je pro­mo­tor spreekt Van Lief­feringe klare taal: dat kan niet in zo’n machts­dy­namiek, waar de assis­tent zich in een enorm afhanke­lijke posi­tie bevin­dt. Het kan al zek­er niet wan­neer je bevri­est uit angst. Een enorm sterke zin in het boek is dan ook “jouw woede is recht­vaardig.”

Dit boek brengt ondanks alles ook een bood­schap van hoop. Het hoofd­per­son­age vin­dt manieren om de gebeurtenis­sen een plaats te geven en stelt dat als mensen zich uit het machts­denken- en han­de­len bevri­j­den, ook de instellin­gen mee zullen veran­deren.

De pen als therapie

Van Lief­feringe zou niet de eerste zijn die trauma’s ver­w­erkt door erover te schri­jven. Kijk bijvoor­beeld naar Maya Angelou en Lady Gaga. Zij zijn alle­bei ook over­levers van sek­sueel grensover­schri­j­dend gedrag. Maya Angelou schreef er gedicht­en over en Lady Gaga maak­te muziek. Schri­jven is een effec­tieve manier om trauma’s te ver­w­erken.

Daarom raden psy­cholo­gen vaak jour­nal­ing aan bij mensen die kam­p­en met een trau­ma. Trau­ma­tis­che gebeurtenis­sen hervertellen helpt om de inten­siteit van de trau­mare­ac­tie te ver­min­deren. Schri­jven over de gebeurte­nis creëert een mogelijkheid om naar de ervar­ing te kijken vanu­it een safe space. Dit zorgt ervoor dat het slachtof­fer zelf op een rustige manier kan reflecteren over diens reac­tie en emoties op dat moment. Voor som­mige mensen kan het lastig zijn om te prat­en over deze ervarin­gen, dus schri­jven vormt een goed alter­natief. Wat moeil­ijk is om over te prat­en, kan verteld wor­den door erover te schri­jven.

Je ver­haal aan het licht bren­gen is natu­urlijk niet zalig­mak­end. De kern van grensover­schri­j­dend gedrag gaat over de schend­ing van de autonomie van een per­soon. Als iemand jou dan forceert om erover te prat­en of om je ver­haal te delen met de wereld, bli­jft deze dynamiek hangen. Het is belan­grijk dat het slachtof­fer terug een gevoel van autonomie kri­jgt en dat kan niet gebeuren wan­neer er oplossin­gen geforceerd wor­den. Slachtof­fers, hun omgev­ing en insti­tuten moeten dit tem­po respecteren.

door Yanne De Frenne

Van individu naar structuur

Het slachtof­fer van grensover­schri­j­dend gedrag heeft wan­neer die getu­igt vaak een bredere inten­tie voor ogen dan louter de dad­er ver­ant­wo­ordelijk houden. Vaak willen klokken­lu­iders de cul­tu­ur van stilte over machtsmis­bruik door­breken. Menig crit­i­cas­t­er stelt dat deze zak­en zouden moeten wor­den afge­han­deld achter ges­loten deuren vol­gens de geijk­te pro­ce­dures. Maar hoe kan een struc­tureel prob­leem bin­nen dezelfde struc­turen aangepakt wor­den? De paper ‘zwi­j­gen, spreken en geho­ord wor­den’, recent gepub­liceerd op 27 maart aan de KUL, buigt zich over dit inge­bakken prob­leem. 

Wat moeil­ijk is om over te prat­en, kan verteld wor­den door erover te schri­jven

In de con­text van grensover­schri­j­dend gedrag is er vaak sprake van een stil­tecul­tu­ur. Om dit patroon te door­breken, moet het slachtof­fer vertrouwen hebben dat er geluis­terd zal wor­den. De MeToobe­weg­ing zette op dat vlak een rev­o­lu­tie in gang, door ruimte te mak­en voor getu­igenis­sen, maar ook sol­i­dariteit. Maar naast de herken­baarheid van per­soon­lijke ver­halen, heeft het delen ervan ook een poli­tieke lad­ing. Het delen van getu­igenis­sen bin­nen de MeToobe­weg­ing, ver­legt de focus van de ervar­ing van het indi­vidu naar een abstract niveau dat kijkt naar struc­turen. Het gevaar van deze nieuwe focus op het struc­turele, is dat het debat zo poten­tieel polaris­eren­der wordt, omdat per­soon­lijke nuances wor­den wegge­fil­terd.

Met per­soon­lijke getu­igenis­sen over machtsmis­bruik in de poli­tieke ruimte begeef je je al snel op glad ijs. Fac­toren zoals stereo­type­r­ing over zow­el slachtof­fer als dad­er spe­len hierin mee. Een slachtof­fer dat zich genoeg verzet en een dad­er die gekarak­teriseerd wordt als een ‘mod­ern mon­ster’ of ‘een louche type’, alle­maal hebben ze een polaris­erend effect bin­nen deze dis­cussies. Deze demonis­er­ing is niet afgestemd op de waarheid, waar­door de geloofwaardigheid van de aan­ti­jging in het gedrang komt. Dit geldt des te meer wan­neer het gaat over mensen met een bepaald aanzien. Dit soort pub­lieke dis­cussies vin­den vaak plaats op sociale media. Zow­el op sociale media als bin­nen justi­tie is er hier­door weinig nuance, die de ervar­ing van een slachtof­fer nochtans wel ver­di­ent.