Recensie: Mount Olympus

Toen er mij gevraagd werd om een recensie te schrijven over Mount Olympus, vond ik dat een moeilijke opgave. Ik wou geen andere namen naast Fabre zetten, hem vergelijken met anderen. Ik wou niet wikken en wegen. Want Fabre is Fabre. En Mount Olympus is als een cumulatie van all things Fabre. Alles wat je ooit over hem gehoord heb komt er in voor: veel naakt, pissen op podium, fistfucking, slachtafval… Wat je echter niet weet als je enkel flarden van verhalen hebt gehoord, is dat het allemaal niet zo provocerend is als het klinkt. Fabre zegt daar zelf over: "In ons bloed, in onze huid, botten, sperma en water ligt veel kennis besloten. Voor mij is dat allemaal heel natuurlijk. Maar als mensen er van buitenaf naar kijken, vinden ze het vuiligheid, provocerend, raar." Het lijkt onwaarschijnlijk, maar eens je daar, 24 uur lang, in die donkere theaterzaal zit, waar de tijd lijkt stil te staan in vergelijking met de buitenwereld, volg je die redenering ook. Naakt is helemaal niet zo naakt meer, en al wat normaal gezien als vuiligheid of provocerend bestempeld wordt, is een vanzelfsprekend deel van het geheel. Het stuk is goed gekaderd: je krijgt in het begin een handleiding mee over hoe je de 24 uur ‘overleeft’. Je kan op elk moment de zaal verlaten om in de foyer of buiten even te bekomen van alles wat op je afkomt. In de foyer kan je via een tv volgen wat op het podium gebeurt, en kan je iets eten of drinken. De ruimte is aangevuld met een boekenkast vol werken die je iets meer vertellen over de tragedies die gespeeld worden. Het is een moeilijke afweging: 24 uur blijven zitten kan niet, dus een aantal scènes kan je niet zien. Het maakte me aanvankelijk zenuwachtig om iets te moeten missen, maar soms kan je gewoonweg niet meer. In het stuk wordt tot het uiterste gegaan: zowel fysiek als mentaal. Zo staan de acteurs 20 (twintig!) minuten lang touwtje te springen. Je ziet hen zo hard afzien dat je samen met de hele zaal hoopt dat ze snel gaan stoppen. Wat ze uiteindelijk ook doen, pas na twintig minuten dus. Om er dan na vijf minuten rust terug aan te beginnen. Het stuk is een pleidooi voor waanzin, de zin "Every man needs a little bit of madness" zindert als een mantra verschillende keren door het stuk. Madness, dat was het ook. 24 uur lang doorbrengen in en rond een theaterzaal, met drie slaappauzes (de acteurs slapen op het podium) van in totaal drie uur en twintig minuten, slapen op veldbedjes in de mooiste zalen of in de theaterzaal zelf onder de voeten van mensen, cashewnoten eten tegen de honger en ook wel de verveling, op je kousen rondlopen op een plaats waar je normaal gezien opgekleed heengaat … Je beleeft en ervaart, samen met de acteurs en de mensen in de zaal de uitputting, de schoonheid en alles daartussen. Fabre slaagt er opnieuw in om van theater een heel ander gegeven te maken. Ik wil zeggen dat het geweldig was, maar fokking geweldig vind ik passender. Ik weet zelf niet of ik dat in overtreffende trap bedoel. Madness. Ik wil er nog zo veel over kwijt, maar 24 uur is lang, en een pagina kort.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen