“De kans dat een van de scenario’s er komt is klein”

Vuurdoop voor nieuwe Onderwijsdirecteur

Een klein artikel over een mogelijke hervorming van de academische kalender bracht de bal aan het rollen. Veel studenten schoten in paniek, maar wat is er nu allemaal precies aan de hand?

We schoven aan tafel bij de kersverse Onderwijsdirecteur, prof Ilse De Bourdeaudhuij, en bestuurslid Onderwijs van de Gentse Studentenraad, Dylan Couck. Fun fact: dit gesprek stond al weken vast en zou het moment zijn waarop er eindelijk extern gecommuniceerd zou worden. Naar onze primeur kunnen we fluiten, maar gelukkig doen we het niet enkel daarvoor.

Mediacircus

Hoe conceet zijn de voorstellen die in de media circuleren?

Ilse De Bourdeaudhuij: “Enkele maanden geleden is op vraag van het bestuur een werkgroep opgericht waarin de denkoefening gemaakt werd. Naar aanleiding daarvan zijn we niet zo lang geleden het debat gestart met mensen aan de Universiteit Gent. Deze vraag komt met regelmaat terug, dit was twee jaar terug bijvoorbeeld ook al het geval. We moeten ons altijd blijven afvragen of we goed bezig zijn en goed onderwijs geven en of er zaken zijn die we kunnen veranderen om het onderwijs kwalitatiever te maken. In november hebben we de nota met de modellen voor het eerst besproken.”

Hoe staat het bestuur tegenover de media-aandacht?

De Bourdeaudhuij: “We wilden het debat starten via de Onderwijsraad. Het artikel is een beetje raar qua timing. De nota is in november al gepasseerd in de Onderwijsraad, het was dus niet iets dat plots uit de lucht is komen vallen.”

Dylan Couck: “Wij hebben een standpunt van 30 pagina’s geschreven. Die is er niet van de ene op de andere dag gekomen. We wilden ook via een artikel communiceren, maar pas nadat het standpunt af was. Het artikel van Dries (Van Langenhove, red.) heeft opportuniteiten gecreëerd om op een serene manier te communiceren naar studenten, we hebben die kans optimaal benut.”

"We verkiezen niet een bepaald scenario" - De Bourdeaudhuij

De Bourdeaudhuij: “De voorstellen die op tafel liggen zijn enkel denkoefeningen. Er zitten allemaal verschillende insteken in: het vervroegen van het semester, een modulesysteem, het verschuiven van de tweede zittijd ... Deze zaken kunnen afzonderlijk ingevoerd worden, wij verkiezen dus niet één bepaald scenario. De kans dat een van die scenario’s geïmplementeerd wordt is klein. We kijken welke elementen goed zijn. Het zal nog lang duren voor er iets uit de denkoefening komt, maanden, jaren.”

Change we believe in

De denkoefening speelt dus al heel lang, betekent dit voor jullie dat een verandering van het academiejaar nodig is?

De Bourdeaudhuij: “Er is onderzoek dat aantoont dat studenten meer hebben aan lessen als ze actiever bezig zijn met de leerstof en probleemoplossend de les volgen. We moeten onszelf afvragen of we dit voldoende doen. Daarnaast hebben we heel wat studenten die een erasmusuitwisseling hebben gedaan in landen met modulesystemen die zeggen dat elementen daarvan positief kunnen zijn aan de UGent. Er zijn allerlei redenen, maar de belangrijkste vraag die we ons moeten blijven stellen is of we als universiteit nog goed bezig zijn.”

Couck: “Het systeem staat altijd open voor variatie. Ik had nu niet echt het gevoel dat studenten vragende partij waren om het te herbekijken. Ik denk wel dat er andere systemen zijn die efficiënter zijn, maar we moeten altijd kijken naar de gedragenheid bij studenten.”

"Is de manier waarop we nu lesgeven de optimale manier?" - De Bourdeaudhuij

De Bourdeaudhuij: “Is de manier waarop we nu lesgeven nog steeds de optimale manier? Ik denk dat we daar over moeten spreken. Er zijn bezorgdheden die studenten aanhalen die evengoed voor ons gelden.”

Couck: “We moeten beseffen dat studenten hun leerstof nu vaak heel lang laten liggen. Dat is niet optimaal. Je haalt niet genoeg uit je studies met dat kortetermijnleren. Er kan meer ingezet worden op werken tijdens het jaar, zolang dat het geen andere engagementen uitsluit. Ik denk dat we in Gent befaamd zijn voor ons engagement, we stralen dat ook uit naar andere universiteiten en hogescholen. Het zou een verlies zijn om daarop af te bouwen.”

Studielast en engagement

Het aantal studiepunten per jaar blijft hetzelfde, in sommige voorstellen zou dit leiden tot een grote verhoging van de studielast. Is dit realistisch? 

Couck: “De blokperiode en de vakanties kunnen in de meeste voorstellen niet gebruikt worden, dit weegt redelijk zwaar door. Nu moeten studenten 45 uur per week besteden aan hun studies, als je de studiepunten evenredig verdeelt over alle weken zou dit in het voorstel van vier plus één neerkomen op 56 uur per week.”

De Bourdeaudhuij: “Het is absoluut niet de bedoeling om de studietijd te verhogen. De tijd die studenten besteden aan blokken zou opgevangen moeten worden doordat ze meer bezig zijn met de leerstof.”

Heel wat konventen en verenigingen zijn tegen de voorstellen gekant, ze hebben het gevoel dat de UGent geen rekening houdt met het studentenengagement waarmee ze soms zo hard dweept.

De Bourdeaudhuij: “Ik denk dat dat stoelt op een misvatting over het modulesysteem. Nu heb je een periode lessen en een periode blok. Studenten doen veel tijdens de lesweken en minder in de blok. In het buitenland zien we modulesystemen waar studenten het hele jaar door studentenactiviteiten organiseren, het is er meer gespreid.”

Couck: “Het is één van de bezorgdheden die heel veel studenten uiten, in het bijzonder de konventen. In een module heb je in het ergste geval vier weken les. Dan ga je de eerste twee weken wel studenten vinden, maar daarna komt voor hen de blok heel dichtbij. Ook als er permanente evaluatie is, moeten ze voortdurend taken en groepswerken doen. De vraag is hoe ze dit kunnen combineren met hun vereniging. In ons standpunt komt naar voor dat er heel wat bezorgdheden zijn die voor onwetendheid en onbegrip voor de voorstellen zorgen. De discussies de komende maanden zullen hopelijk een antwoord bieden.”

In welke mate hadden jullie het protest van de studenten geanticipeerd?

De Bourdeaudhuij: “Ik heb de switch van het jaarsysteem naar het semestersysteem meegemaakt en deze situatie is heel vergelijkbaar. We hebben toen dezelfde argumenten gehoord. Studenten zeiden dat ze geen activiteiten zouden kunnen organiseren in een semestersysteem omdat je al examens hebt in januari en moet beginnen studeren in oktober. We zien nu dat dat meevalt. Verandering is altijd moeilijk. Er zijn dingen die positief zijn en die willen we bekijken.”

"Verandering is altijd moeilijk" - De Bourdeaudhuij

Couck: “Er zal zeker voldoende teruggekoppeld worden naar de studenten als er echt iets voorligt. De tien studentenvertegenwoordigers in de Onderwijsraad spreken niet voor alle studenten. De voorbije dagen heb ik geleerd dat communiceren naar de studenten op de goede momenten en met voldoende informatie veel meer bereik heeft en veel meer doet dan het binnenskamers te houden.”

De Bourdeaudhuij: “We gaan in geen geval een systeem doordrukken waar studenten het niet mee eens zijn. Er is geen geheime agenda, we willen alleen nadenken over de manieren waarop we ons onderwijs beter kunnen maken.”

Wat met tweede zit?

Is het billijk om de tweede zittijd zo snel na de eerste zittijd op het einde van het jaar te plaatsen?

De Bourdeaudhuij: “Er zijn daarvoor verschillende voorstellen en mogelijkheden. We horen vaak van studenten dat er een heel lange periode zit tussen de eerste zittijd in januari en de tweede zittijd in september. Zij willen een kortere periode tussen eerste en tweede zittijd. Een andere mogelijkheid is om in plaats van de grote vakantie niet als blok te beschouwen en de tweede zit naar voor te trekken en van midden juni tot begin juli te organiseren. Een grote bezorgdheid hier is dat de tijd waarin studenten kunnen studeren vermindert en dat is een belangrijk aandachtspunt. Dan kan je wel zeggen dat zij dan vijf à zes weken vakantie hebben, maar sommige studenten willen dit niet. Zij willen dan blokken. De tweede zit volledig afschaffen is kan momenteel niet en is alleen zinvol als de lessen al een evaluatie zijn en het eigenlijke examen een feitelijke tweede zit is voor als een student er niet raakt met de lessen.” 

"Tweede zit is geen schande" - Couck

Couck: “Op dit moment zijn studenten unaniem voor het behoud van de tweede kans. Het is niet verantwoord om nu van die tweede zittijd af te stappen. In mijn eigen opleiding (Rechtsgeleerdheid, red.) zie ik veel mensen met een tweede zit. Het onderwijs mag niet elitair worden. Een tweede zit die enkel goed valt voor studenten met twee herexamens is moeilijk te verantwoorden naar de grote groep studenten die de tweede zittijd echt nodig hebben. Tweede zit is geen schande.”

Toekomstvisies

Hoe hard zijn jullie geschrokken van de paniek veroorzaakt door de media?

De Bourdeaudhuij: “Niet. Het is logisch dat studenten allerlei bezorgdheden hebben.”

Couck: “Waar ik vooral van ben geschrokken is de persaandacht. Dat is iets wat ik zeker niet gewoon ben. Het was een ervaring, maar het hoeft voor mij niet te vaak te gebeuren.”

De Bourdeaudhuij: “Voor ons was het onverwacht dat de pers er een punt van maakte terwijl we nog maar pas een denkproces zijn gestart. We hebben dit ook duidelijk gemaakt in de pers. De kop ‘Academiejaar start 1 september’ was ook typisch. Gelukkig staat er dan in het artikel wel letterlijk dat er nog niets beslist is. Maar goed, de kop ‘Er is een denkproces gestart aan de UGent’ zal niemand aantrekken.”

Hoe ziet de toekomst eruit?

De Bourdeaudhuij: “In februari zal het standpunt van de studenten en het AAP (Academisch Assisterend Personeel, red.) in de Onderwijsraad bekeken worden. De faculteiten zullen tegen dan de nota ook besproken hebben. In februari gaan we alles samenleggen en zien wat dat geeft. We gaan tijd nodig hebben om alle informatie samen te bekijken. Zijn er elementen die we sowieso zullen obergen? Zijn er elementen die studenten en proffen zien zitten?”

Couck: “Ons standpunt is inmiddels gestemd. We gaan ook samenzitten met de assistentengeleding om te zien wat zij ervan vinden en waar onze raakvlakken zitten. Het is belangrijk om eerst af te tasten wie wat wil. Als er iets is dat iedereen wil, kan je dit sneller doorvoeren dan als er tegenstellingen zijn. We mogen de discussies niet overhaast voeren.”

De Bourdeaudhuij: “Er is ook geen deadline. We hebben gezegd dat als alles heel snel zou gaan en er over bepaalde dingen snel een consensus is, we alsnog pas in 2019 zouden starten.”

"Een verbetering is een verbetering en dat moeten we durven toegeven" - Couck 

Couck: “Ik ben blij dat de studenten op de hoogte zijn en dat er geen kwade reacties vanuit het bestuur zijn gekomen. De openheid naar de opmerkingen van de studenten is zeer positief. Studenten staan sterk, we zijn met veel. Het is niet nodig om op dit moment al hard op de tafel te gaan kloppen. Er wordt naar ons geluisterd en wij willen ook luisteren. Samen willen we het beste voor de studenten. Een verbetering is een verbetering en dat moeten we durven toegeven.”

 

0
Gemiddeld: 4 (1 stem)

Reactie toevoegen