Generatie Gisteren

Elke maand werpt een oud-hoogleraar van de universiteit zijn of haar licht op de meest beloftevolle jonge Vlaamse leeuwen uit het culturele veld. Want jong geweld en de oude garde hebben vaak meer gemeen dan ze zouden toegeven. Deze week: Bazart.

Hippe mottigaards

Buitengewoon hoogleraar Vroegmoderne Engelse Letterkunde Herman Vincke mag dan wel op welverdiend emeritaat zijn, dat wil nog niet zeggen dat de populaire prof besloten heeft op zijn lauweren te rusten. Wie ’s mans colleges weleens gevolgd heeft, weet dat hij zijn lessen renaissancepoëzie graag durfde op te smukken met tal van verwijzingen naar hedendaagse films en popmuziek. Dat moeten studenten nu missen en het is dan ook met gemengde gevoelens dat hij ons thuis ontvangt: “Ah, onze maat is daar weer, zie! Godverdomme, wees gezeten, jong. Wat is uw vergif? Koffie? Thee? Waterke? Neen, geen alcohol deze keer. Sinds mijn carrière door onze geliefde decaan – moge hij een lang en onvervuld leven leiden – op een alternatief traject is gezet, is mijn levensstijl aanmerkelijk vitaler geworden. ‘k Had blijkbaar verandering nodig. Tijd om mij meer op mijn passies toe te leggen. Etcetera, etcetera. Dat soort zever. Ge kent het wel. (draait zich) Is het niet waar, schat? (een verdwaasd gekreun stijgt op uit de aanpalende kamer; ongedefinieerd aroma van drank, tabak en kots) Ja, uw gezicht zegt weer veel. Ik geef toe dat het misschien niet volledig oké is. ‘k Heb al deftigere gekend, en ze zit in de verkeerde helft van de dertig – de helft die met een vier begint – maar ik wil u wel eens op uw zestigste zien. Ook geen bijster grote trouwens, maar dat is eerder een voordeel. Kleine vrouwen doen mijn lul er zoveel groter uitzien. Maar het is een vree goede invloed. Tegenwoordig is het minstens vijf uur in de namiddag voor ik nog maar denk aan een whisky. Jaja, Vincke gezond op zijn oude dag. Wie had dat gedacht (duwt tevreden sigaret uit; grijpt in kamerjaszak; steekt nieuwe op). Bon. Bazart dus."

Hemel en hel

“Ik zal bruut eerlijk zijn, bestevaar, Bazart is een boysband die mijn volle goedkeuring kan wegdragen. Akkoord, de muziek zelf is misschien compleet radiovriendelijke bullshit, om een contemporaine frase te hanteren. De zang wordt gebracht op de jankerige toon die we van onze vriend Oskaar en zijn wolf kennen en die net als daar veeleer aan eunuchen, constipatiepillen en de jaarlijkse gaypride doet denken dan aan iets anders. En tekstueel gaan ze ook niet direct een wedstrijd creatief schrijven winnen. Alhoewel. Wie iets à la ‘liever snel naar de hel dan traag naar de hemel’ bloedserieus op een podium durft te brengen, mogen ze van mij een prijs geven. Maar dat is allemaal het punt niet. Het punt is dat ze instinctief snappen wat ik jarenlang mijn studenten tevergeefs trachtte diets te maken. Dat ware kunst niet gemaakt wordt vanuit een of ander belachelijk abstract ideaal. Neen. Kunst vloeit voort uit de modder, het zweet, het vlees, de sappen. Uit, kortom, ervaring. Wat dacht ge dat Catullus allemaal had uitgespookt voor hij over zijn Clodia, de hete slet, iets deftigs kon schrijven? Waarom dacht ge dat ik vroeger de moeite heb gedaan om Catullus vlot en schijnbaar ongestudeerd te kunnen citeren? Zo werkt de cirkel. Die van Bazart zijn goed bezig. Laat die mottigaards maar hard proberen onnozele bakvissen binnen te draaien met hun karamellenverzen. Als er ook maar een heel kleine kans uit voortvloeit dat zoiets misschien, misschien, later de aanleiding kan geven tot iets dat halfweg op wat trekt, dan is het het allemaal waard geweest. Want kunst, jongen ... (steekt sigaret op) Daar doen we het uiteindelijk allemaal voor.

0
Gemiddeld: 4.7 (3 stemmen)

Reactie toevoegen