Gent Jazz - Dag 4

Afgelopen zondag stond Gent Jazz onmiskenbaar in het teken van een van de grotere namen op de affiche. Met de immer geliefde Norah Jones had het festival dan ook een onvervalste publiekstrekker weten te strikken. Niettemin wisten ook de andere groepen aangenaam te verrassen.

foto Geert Vandepoele

Opener van de zonnige namiddag was een thuismatch door het Gentse Labtrio dat, ondanks de jeugdig leeftijd van haar leden, intussen al een tiental jaar bestaat en al die tijd een progressieve vorm van jazz naar voren heeft gebracht. Hun nogal experimentele geluid wordt gekenmerkt door de nodige improvisatie en een zekere idiosyncrasie. Dat ze hun eigen pad volgen en daarbij de humor niet uit het oog verliezen, bleek uit de jazzrenditie van ‘She’s a maniac’ van Flashdance die Lander ‘Stuff’ Gyselinck en de zijnen vol overgave brachten voor de geamuseerde toeschouwers. Voor sommigen mogelijk wat te avant-garde, maar een onhippe kniesoor die daarop let.

Montmartre mon amour

foto Bruno Bollaert

Een meer traditioneel pad werd bewandeld door de uit Israël afkomstige Omer Avital van het gelijknamige kwintet. Alhoewel. De traditionele westerse jazz krijgt hier te maken met de nodige invloeden uit de regionen van het Beloofde Land, hetgeen zich concreet vertaalt in een Midden-Oosters aandoende sound. Dat is althans wat ons verteld werd door de copywriter van de festivalbrochure, want zelf hebben we daar niet bijzonder veel van gemerkt. Terwijl wij ons het hoofd braken over al dan niet overlappende Kulturkreise tussen Israël en de Arabische wereld, liet Omer Avital het allemaal niet aan zijn hart komen, en trok met de breedst mogelijke glimlach gelukzalig de ene na de andere contrabassolo op gang. Het spelplezier spatte ervan af en dat beloonde het publiek door goedkeurend elk staaltje virtuositeit, nog tijdens het nummer zelf, veelvuldig te belonen met een hartverwarmend applaus.

foto Bruno Bollaert

In contrast met de vorige muzikanten, betoonde het duo bestaande uit saxofonist Émile Parisien en accordeonist Vincent Peirani zich dan weer onvervalst Frans. Hun eerste samenwerking dateert van 2014 met het album ‘Belle Epoque’, dat zowel een hommage is aan jazzlegende Sidney Bechet, als dat het eer doet aan de rijke Franse accordeontraditie. De meer dan charmante composities tussen accordeon en saxofoon klonken zodanig lieflijk en frivool, dat de luisteraar welhaast tegen zijn of haar wil werd weggesleept naar een droomwereld bestaande uit de witte stenen van Montmartre, zwarte baretten, blauw-witte matrozentruitjes en onbeleefde kelners met stijf gesteven schorten en potloodsnorretjes die absint en chartreuse serveren. Eens zien we voor ons geestesoog Mata Hari buikdansen, dan weer huppelt Amélie Poulain in sepia voorbij, om plots een oldtimer op de kasseistenen te zien stoppen en Marion Cotillard eruit te zien springen, nauw in haar kielzog gevolgd door Owen Wilson en een opgewonden discussiërende Hemingway en Fitzgerald. Toen we onze ogen weer openden, bogen Parisien en Peirani gedwee het hoofd voor een rechtgeveerd publiek en hadden wij om onverklaarbare redenen een baguette onder onze arm.

Norah Jones live

foto Bruno Bollewaert

Met het aanbreken van de avond was het tijd voor de hoofdact. Overduidelijk was een aanzienlijk deel van de menigte op deze uitverkochte dag vooral voor Norah Jones gekomen. Dergelijke faam bleek een tweeledig zwaard te zijn. Enerzijds resulteerden haar onmiskenbare talent en naturel in een smetteloze technische uitvoering. Anderzijds verliep het hele gebeuren nogal bloedeloos. De interactie met het publiek was vrij minimaal te noemen - een gortdroge “The next song is about dogs. I have seen a lot of dogs today.” daargelaten - en ook het contact tussen de muzikanten onderling was ver zoek. Dat werd versterkt door de belichting, die duidelijk maakte dat enkel Norah Jones hier de hoofdrolspeelster was. Zonder in al te verregaande psychologische analyses te willen verzanden, konden we dit met een beetje goede wil meer op een vorm van schuchterheid steken dan op diva-allures. De nummers zelf waren voor een groot deel afkomstig uit haar meest recente album, ‘Day Breaks’, andermaal van het prestigieuze jazzlabel Blue Note Records, hoewel naar het einde toe ook de grotere hitjes kwamen. Zeker toen in de staart van het optreden de eerste noten van ‘Don’t Know Why’ door de tent weergalmden, barstte het publiek in een langverwacht en spontaan applaus uit. Opvallend was dat Jones het leeuwendeel van het anderhalf uur durend concert haar gitaar omgegespt had, nochtans niet haar sterkste instrument. Samengevat konden we spreken van een geslaagde passage op Belgische bodem, maar een gebrek aan schwung en zichtbaar enthousiasme verhinderden een ware overwinning en dito vervulling van de verwachtingen. Volgende keer beter.

Afsluiten deed Gent Jazz deze zondag met Kleptomatics van Yves Peeters, die eerder die dag al drie keer met Yves Peeters Gumbo de Garden Stage had mogen betreden. Swingend, met een vleugje New Orleans, eindigde het eerste deel van het festival met een dansje in de nacht. Het vage licht dat nog altijd aan de horizon schemerde, gecombineerd met een ijsje onder veelkleurige lampjes in het groen, herinnerde ons eraan dat het zomer was en dat we jong waren.

Meer moest dat niet zijn.

Nog geen stemmen

Reactie toevoegen