Een visie gericht op een open universiteit

Open brief van Guido Van Huylenbroeck

Ook kandidaat-rector Guido Van Huylenbroeck deelde ons zijn visie voor de komende vier jaar mee. Hij pleit onder andere voor internationale samenwerking, transdisciplinariteit en goed bestuur.

Geachte lezer

Oppervlakkigheid is uit den boze, zeker aan een universiteit. Ogenschijnlijk kunnen programma’s van kandidaat-rectorduo’s gelijk lopen, maar wie dieper graaft zal toch zien dat er belangrijke verschilpunten zijn die inherent te maken hebben met een andere visie op de ontwikkeling van onze universiteit. Wij (en met wij bedoel ik Sarah en mezelf die als een (h)echt team deze universiteit hopen te leiden) noemen er in dit artikel drie: internationale samenwerking, transdisciplinariteit en een transparant en efficiënt bestuursmodel.

Wij geven hieronder onze eigen visie. Wie durft te vergelijken en niet ziende blind is maakt hopelijk de juiste conclusies. Samen maken we immers de UGent! 

Internationale samenwerking als motor van regionale ontwikkeling

Beide duo’s zijn voor internationalisering, maar toch is er een essentieel verschil in visie. Wij zien namelijk opleidingen in het Engels als vehikel voor internationalisering en niet als een doel op zich. Wij pleiten dus helemaal niet voor algemene verengelsing zoals collega’s in De Standaard van 14.04.2017 jullie willen doen geloven! Onze boodschap is wel dat Vlaanderen haar universiteiten op master- en doctoraatsniveau moet toelaten om een nog grotere internationale rol te spelen. Deze visie richt zich niet op het behalen van een topplaats in internationale rankings, maar wel op het aanbieden van opleidingen die zich richten op mondiale uitdagingen en die zowel Vlaamse als internationale studenten en onderzoekers kunnen aanspreken. De meerwaarde van dergelijke opleidingen ligt niet in het feit dat er in het Engels wordt gedoceerd, maar wel in de interactie en bredere kijk op problemen die ontstaan wanneer studenten met verschillende nationaliteiten en achtergronden samenwerken!

 

Indien we Vlaamse studenten alle kansen willen geven mogen we hen vooral de contacten met anderstalige collega’s of professoren niet ontzeggen, maar moeten we hen integendeel internationale opleidingen aanbieden. Alleen zo kunnen we hen vormen tot global citizens (sorry voor het Engels) die in staat zijn creatieve oplossingen te bedenken voor zowel lokale als globale problemen, precies omdat ze geleerd hebben die vanuit verschillende gezichtspunten te bekijken. In een dergelijke visie op onderwijs mag taal geen barrière vormen. In onze tijd is het Engels, of men dit nu prettig vindt of niet, de wetenschappelijke lingua franca in de meeste vakgebieden.

Internationalisering is ook helemaal niet in tegenspraak met de belangrijke rol die een universiteit speelt als motor van lokale en regionale economische en maatschappelijke ontwikkeling.

Hoe is de UGent top geworden in bijvoorbeeld biotechnologie?

Inderdaad, omdat Prof. Van Montagu en Schell zijn gaan samenwerken met buitenlandse collegae en internationaal wetenschappers en studenten hebben samengebracht en aangetrokken. Had dit in het Nederlands gekund? En is biotechnologie op dit ogenblik niet een sterke motor van de lokale Gentse economie?

En zouden studenten en onderzoekers in de sociale wetenschappen er geen baat bij hebben om over thema’s zoals migratie, gender en diversiteit te discussiëren met collega’s uit andere continenten?

Natuurlijk moeten internationale opleidingen en samenwerking aan een aantal randvoorwaarden voldoen, zoals daar zijn: een degelijke internationale positionering, uitwisseling van lesgevers met universiteiten die top zijn in hetzelfde vakgebied, gerichte incentives om internationale studenten aan te trekken maar vooral een echte internationale visie op het gedoceerde vakgebied. De succesvolle voorbeelden aan onze universiteit bewijzen dat we zo alumni kunnen afleveren die ook internationaal furore maken.

Waar we helemaal niet voor pleiten is een algemene omzetting naar het Engels van opleidingen omdat dit de taal van het werkveld zou zijn, zoals in de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur onder impuls van de huidige decaan gebeurde. Dit heeft inderdaad weinig zin! De opleidingen zijn immers dezelfde gebleven, alleen worden ze nu in het Engels gedoceerd voor een nog altijd hoofzakelijk Vlaams publiek. Hier ontbreekt dus zowel de internationale focus als de interactie tussen studenten met verschillende achtergrond.

Echte internationalisering zowel inzake onderwijs als onderzoek is inderdaad iets helemaal anders en draagt bij tot de rol van de universiteit als innovator van onze lokale en regionale economie en maatschappij. En dan spreken we nog niet van onze belangrijke verantwoordelijkheid naar landen in het Zuiden om ook met hen structurele samenwerkingen op te zetten. Daarom pleiten wij voor een zich internationaal profilerende universiteit en niet voor één die zich enkel op de eigen regio richt (ook al zijn de cursussen dan in het Engels!). Laat ons dus inzetten op internationale opleidingen en onderzoekssamenwerking en bij de overheid blijven pleiten om universiteiten meer vrijheid te geven op dit vlak!   

Transdisciplinair onderzoek institutionaliseren  

Een aansluitend thema betreft de vaststelling dat de aanpak van maatschappelijke vraagstukken ook veel meer trans- of interdisciplinair onderzoek vergt dan vandaag het geval is. Maar ook hier is er een fundamenteel verschil in de voorstellen. Waar het andere duo pleit om dit organisch te laten groeien via het geven van specifieke tijdelijke (competitieve?) incentives (het cloud-model), denken wij dat dit niet werkt. De pogingen die in het verleden op dit vlak zijn ondernomen (MRPs, GOA’s, recent de 21 interdisciplinaire ZAP-plaatsen …) zijn verdienstelijk maar hebben aangetoond dat dit niet duurzaam is. Na afloop van de extra financiering, trekt iedereen zich weer terug op het eiland van zijn eigen discipline! Daarom, en mede gebaseerd op succesvolle buitenlandse voorbeelden, zijn wij van oordeel dat indien het ons menens is, we deze transdisciplinariteit echt in onze organisatie moeten verankeren. Dit is mogelijk via de oprichting van faculteitsoverschrijdende onderzoeksinstituten, niet met de bedoeling onderwijs en onderzoek van elkaar los te koppelen maar wel om er voor te zorgen dat onderzoekers op een structurele wijze over facultaire grenzen heen samenwerken.

In het model dat ons voor ogen staat, blijft elk ZAP-lid of onderzoeker verbonden aan een faculteit en vakgroep maar wordt een belangrijk deel van de onderzoeksmiddelen via deze onderzoeksinstituten samengebracht en wordt in deze instituten rond bepaalde thema’s vanuit verschillende disciplines samengewerkt. We denken bv. aan een health-instituut waarin samengewerkt wordt rond de grote gezondheidsthema’s door zowel alfa-, beta- als gammawetenschappers, of een social sciences-instituut waarin onderzoekers uit de drie wetenschapsgebieden samenwerken aan thema’s zoals veroudering, migratie of stadsontwikkeling. Andere mogelijke voorbeelden zijn een behavioral sciences-instituut of een life sciences-instituut. De thema’s die binnen elk instituut worden bestudeerd, kunnen natuurlijk wisselen naargelang ook de maatschappelijke uitdagingen verschuiven, maar door het transdiscipliniair samenwerken te institutionaliseren zorgen we ervoor dat onderzoeksmiddelen en onderzoeksapparatuur gerichter kunnen worden ingezet en middelen niet versnipperd worden.  Voor de organisatie en aansturing van dergelijke instituten kunnen we ons laten inspireren door de succesvolle voorbeelden in Vlaanderen en in het buitenland. Betekent dit dat er dan geen plaats meer is voor fundamenteel of curiosity driven onderzoek? Natuurlijk niet! Een deel van de onderzoeksmiddelen kan immers nog steeds worden verdeeld op basis van individuele ideeën en voorstellen.

Onderzoeksinstituten zullen ook onze profilering versterken, hetgeen zal toelaten extra onderzoeksmiddelen aan te trekken zowel op regionaal, Europees als internationaal vlak. Deze onderzoeksinstituten kunnen ook tijdelijke of permanente allianties aangaan met andere instituten zowel in Vlaanderen als in het buitenland. Verder zal de oprichting van een ‘health institute’ toelaten om het klinisch onderzoek dat momenteel in het UZ gebeurt makkelijker in de universiteit te integreren via bundeling van zowel de universitaire als UZ-middelen. Mits een samenvoeging van de extern aangetrokken middelen op instituutsniveau eerder dan op individueel niveau kunnen deze instituten ook een oplossing bieden om meer onderzoekers op permanente basis te werk te stellen, zoals wordt bewezen door de bestaande onderzoeksinstituten genre VIB, IMEC, en andere SOCs.

"Als we transdisciplinariteit echt serieus nemen, zullen we dit structureel moeten verankeren"

Als we transdisciplinariteit echt serieus nemen, zullen we dit structureel moeten verankeren: Wij zijn bereid dit te doen!

Een nieuwe organisatie vraagt ook om een nieuw bestuursmodel

Een dergelijke internationaal gerichte en transdisciplinair georganiseerde universiteit vergt ook een ander aansturingsmodel. Het andere duo vindt dat, aldus hun uitspraak op het debat, niet prioritair. Wij vinden van wel en worden hier in gesterkt door onder andere de recente bijdrage van de collega’s M. De Vos en F. De Rynck in De Morgen van 12 april (voor alle duidelijkheid: niet op onze vraag!). Dit punt stond van bij de start in ons programma ingeschreven, niet alleen omdat wij denken dat het noodzakelijk is om elke vorm van machtsconcentratie te vermijden, maar ook omdat een grote organisatie, die straks met de integratie van het UZ nog groter wordt, absoluut een meer performante managementstructuur nodig heeft. Het is niet meer van deze tijd dat alle beslissingen genomen worden door een kleine kern van rector, vicerector en beheerders. Dit leidt immers tot tunnelvisies: daarom pleiten wij voor een veel bredere directieraad waarin naast de huidige kernleden ook anderen zitting hebben (onder andere de directeurs), dit om een meer collectief bestuur te waarborgen. Deze directieraad kan zich in specifieke dossiers laten bijstaan niet alleen door commissies maar ook door alle in de organisatie beschikbare expertise en kennis (onder andere via hoorzittingen, community hearings en andere moderne vormen van participatief bestuur).    

 

Ook in verband met de Raad van Bestuur en de integratie van het UZ hebben we zeer concrete ideeën (zie onze standpunten ter zake op www.GuidoSarahdurven.net). Hierover vinden we niets terug bij onze tegenkandidaten. Misschien vinden zij dit niet belangrijk, maar wij wel omdat het huidige model leidt tot conflicten eerder dan tot constructieve samenwerking tussen Raad van Bestuur en management. De integratie van het UZ vinden wij ook te belangrijk om dit enkel op te lossen door enkele bestuurders uit het UZ toe te voegen aan de huidige bestuursorganen. Daarom ons voorstel tot parallelle structuren voor beide units en een overkoepelende RvB voor gemeenschappelijke zaken. 

Maar het veranderen van de bestuurscultuur moet ook verder gaan, willen we de bij deze verkiezingen opduikende verhalen over machtsconcentratie, ongeoorloofde inmenging en misbruiken tegen gaan. Los van het feit of deze verhalen waar zijn of niet, moeten we de perceptie tegen gaan. Daarom pleiten we ook voor een beperking in de tijd van alle mandaten, een verbod op het combineren van mandaten, een assessment van leiderschapscompetenties en verplichte bijsturing of coaching in geval van tekorten op dit vlak en bovenal een absoluut verbod van zetelen in benoemings- of  financieringscommissies waarin men zelf betrokken partij is. Alleen op die wijze kunnen alle verdachtmakingen en hang naar posities worden tegen gegaan. Wie vertrouwen en integriteit claimt, dient deze principes ook op bestuurlijk vlak te implementeren, anders is men niet consequent!

"Wie vertrouwen en integriteit claimt, dient deze principes ook te implementeren"

Conclusies

Met deze tekst willen we aan de kiezer bij deze rector/vicerectorverkiezing duidelijk maken dat programma’s oppervlakkig misschien kunnen gelijk lopen, maar fundamenteel toch verschillen. En dan hebben we het nog niet gehad over de haalbaarheid of financierbaarheid van voorstellen (zie ook daarover een tekst op onze website!). Natuurlijk is het goed om bij de overheid aan te kloppen voor meer middelen voor de universiteiten. En natuurlijk dienen we samen met de andere universiteiten te pleiten om het financieringsmodel te herzien en te werken met een open enveloppe in plaats van de huidige gesloten enveloppe die de concurrentie aanwakkert eerder dan samenwerking te belonen. Maar dit betekent niet dat we geen werk moeten maken van onze eigen positionering en organisatie. Wij zijn bereid dit te doen!

Aan u de keuze!

De eerste stemronde loopt van 19 tot 21 april. 

0
Gemiddeld: 5 (1 stem)

Reacties

Bericht: 
Beste Duo, Guido, Sarah, Ik heb met veel belangstelling deze open brief gelezen. Ik voel me daar door aangesproken. De inhoud is sterk; concreet en gaat verder dan grote visies en slogans (waar inderdaad soms weinig differentiatie te merken is). In het deel over de "onderwijstaal" waardeer ik de gebalanceerde visie. Dat transdisciplinair onderzoek moet gestimuleerd worden en meer dan via punctuele injecties van middelen lijkt me duidelijk. De weg daarnaartoe zal een stapsgewijs proces moeten zijn en mag geen disrupties veroorzaken. Wat mij betreft ook hier de gedachte "The next big thing is a lot of small things". De UGent is explosief gegroeid en in de zeer nabije toekomst staat er nog een grote transitie te wachten nl. de re-integratie van UZGent en UGent. Toch hebben we nog altijd (sommige) interne structuren die nauwelijks gewijzigd zijn t.o.v. van 200 jaar geleden. Het is goed dat jullie daar aandacht voor hebben. De belangrijke factor om dit proces te doen slagen is dat we allen als UGent gemeenschap het belang van de organisatie op de eerste plaats willen/durven zetten. In de laatste paragraaf wordt verwezen naar de "haalbaarheid" van voorstellen. Ik vind dit bijzonder belangrijk. Te vaak werden projecten in het verleden in "schuifjes" gepresenteerd en beslist. Eerst de grote principes waar niemand iets kan tegen hebben en later volgt de factuur wel. Mijn suggestie: koppel beide veel vroeger in het beslissingsproces aan elkaar. Vriendelijke groeten
E-mailadres: 
herman.vanlangenhove@ugent.be

Reactie toevoegen